Henry Z. Steinway over Henry E. Steinway

De volledige collectie Steinway's: Ypma, Spui 12 , Amsterdam.

Amsterdam, 8 sept. “Steinway senior wist precies waarmee hij bezig was: het bouwen van de beste piano ter wereld.”

Henry Z. Steinway (83) is de achterkleinzoon van de beroemde pianobouwer Henry E. Steinway, die dit jaar 200 jaar geleden geboren werd in het Duitse stadje Wolfshagen in de Harz. Vorige week was hij in Amsterdam, waar hij in de pianohandel Ypma aan het Spui de opening van het Steinway Center Nederland verrichtte. De geschiedenis van Steinway & Sons vertoont alle kenmerken van een typische American Dream. De filosofie 'to build the best piano possible' is onveranderd sinds de oprichting van het bedrijf in 1853. Gezeten aan een replica van de eerste Steinway-vleugel die Henry Sr. in 1836 in zijn keukentje te Seesen in elkaar zette, vertelt Henry Ziegler Steinway graag over the old days en vooral over 'pappah'.

“Mijn overgrootvader was van heel eenvoudige komaf, kon zelfs niet lezen of schrijven. Hij trouwde als zoon van een houtvester boven zijn stand met de dochter van een handschoenenmaker. Toch was hij een opmerkelijke en moedige figuur. Ik denk dat pappah een ingeboren talent had op het juiste moment op de goede plek te zijn. Ja, hij heeft ook veel geluk gehad. Dat begon al in zijn jeugd, toen hij eens de enige overlevende was na een blikseminslag. Zijn vader en broers kwamen daarbij om het leven. Het was een kwestie van centimeters of die eerste Steinway was nooit gebouwd.

“In 1850 emigreerde hij met zijn zoons naar New York. Mijn overgrootvader moet heel zeker hebben geweten dat het bedrijf ook na zijn dood succesvol zou blijven. Hij noemde het niet voor niets Steinway and Sons. Midden in Manhattan liet hij een enorm mausoleum voor zichzelf en zijn familie neerzetten. Het is het lelijkste bouwwerk dat je ooit hebt gezien, maar daaruit spreekt wel een enorm vertrouwen in de toekomst.

“Volgens mij wisten mijn voorouders hun geluk gewoon goed uit te buiten. In de 19de eeuw ontstonden de grote concertzalen in Amerika. Concerten waren toen meestal een mishmash van verschillende optredens. Mijn grootvader William zag in dat de Steinway-sound perfect was voor die grote ruimtes. Dus ging hij pianorecitals organiseren. Anton Rubinstein werd voor veel geld naar Amerika gehaald. Die gaf in één jaar 215 concerten op Steinway-vleugels. Dat haalde natuurlijk overal de kranten.

“In de bijna 150 jaar sinds de oprichting is Steinway and Sons eigenlijk maar twee keer in de problemen geweest: Na de depressie van '29 natuurlijk en tijdens de Tweede Wereldoorlog. We hebben ons altijd alleen maar bezig gehouden met pianobouw. Maar in de oorlog werden we gedwongen voor de oorlogsindustrie te werken. Ons kostbare hout werd gebruikt voor doodskisten.

“In 1972 hebben we de handel verkocht. Dat was toen het beste voor de familie. Ik heb er ook nooit spijt van gehad. Officieel ben ik nu nog als adviseur aan het bedrijf verbonden en ik heb mijn eigen kamer in het Steinway-gebouw. Maar ik adviseer helemaal niks! Ze vinden het leuk dat ik als laatste afstammeling van Henry senior nog een beetje blijf rondhangen. In feite ben ik gewoon een wandelend uithangbord van de firma Steinway.”