Helft vrouwen stopt met werk na eerste kind

DEN HAAG, 8 SEPT. De helft van de vrouwen stopt met werken na de geboorte van het eerste kind. Van deze groep gaat de helft na vijf jaar weer aan de slag. Dat blijkt uit het onderzoek 'Verlate uittreding' van het ministerie van Sociale Zaken. Minister Melkert heeft dit naar de Kamer gestuurd.

Van de 2.000 ondervraagde vrouwen probeert twintig procent van hen die stoppen met werken na de geboorte van het eerste kind, nog door te werken. Maar ze komen er volgens de onderzoekers uiteindelijk achter dat ondanks de regelingen rond kinderopvang en ouderschapsverlof, betaalde arbeid en zorg voor een kind niet te combineren valt.

De ondervraagde vrouwen zeggen met werken te stoppen om zelf voor het kind te kunnen zorgen. Ook willen ze meer tijd hebben voor het huishouden. Vrouwen die met werken zijn gestopt, ervaren deze combinatie van zorg voor het gezin en het huishouden overigens als zwaarder dan vrouwen die blijven werken. Uit het onderzoek blijkt dat ook veel vrouwen zeggen te stoppen, omdat zij niet in deeltijd kunnen werken. Zelden doet een werkgever een poging om zijn vrouwelijke werknemers te behouden. Van de vrouwen die na de geboorte van het eerste kind zijn blijven werken, blijft bijna driekwart op hetzelfde niveau werken. Ook als dat voor minder uren is.

De onderzoekers schatten op basis van een enquête uit 1991 dat jaarlijks ruim 45.000 werkende vrouwen een eerste kind krijgen. Van de 21.000 vrouwen die daarop stoppen met werken, gaat de helft na vijf jaar weer aan het werk. Gedurende de periode van inactiviteit neemt hun zogenoemde verdiencapaciteit echter sterk af, waardoor ze terugkeren op zowel een lager loon- als functieniveau.

Als een van de meest opvallende bevindingen noemen de onderzoekers het gegeven dat grote verschillen bestaan in de uittreedcijfers per bedrijfstak. Vrouwen die werken bij de overheid verlaten minder vaak de arbeidsmarkt dan vrouwen die in de industrie, bouw, detailhandel en horeca werken. De verklaring hiervoor is onder meer dat de overheid meer mogelijkheden biedt voor kinderopvang dan bijvoorbeeld de handel en horeca. In die sectoren heeft 15 procent van de bedrijven kinderopvang, terwijl bijna driekwart van de overheidsinstellingen daarover beschikt. Vrouwen die eerst door werken maar later alsnog stoppen, zijn oververtegenwoordigd in de zakelijke dienstverlening, met name de bank- en verzekeringsbranche.