Hang Zou wint compositieconcours van Gaudeamus

Internationale Gaudeamus Muziekweek 1997. Gehoord 3/6-9 Paradiso, De IJsbreker en Beurs van Berlage Amsterdam.

De Gaudeamus Prijs van 10.000 gulden is gisteren na een unamiem besluit door de jury, bestaande uit Maarten Altena, Rodney Sharman en Robert Platz, toegekend aan de jongste concoursdeelnemer, de 22-jarige Chinese componist Hang Zou voor zijn compositie Eighteen Ardats. Verschil van mening bleek zondagmiddag in De IJsbreker over de toekenning van een eervolle vermelding. Vandaar dat er liefst drie namen uitkwamen: de Nederlander Erik Verbugt, de Engelsman Joe Cutler en de Fransman Pierre Jodlowski.

Hang Zou's Eighteen Ardats voor zestien musici culmineert in het deeltje Nirvana. Waar ik al bang voor was, daarin blijkt kitsch de toon aan te geven. Een synthese van avant-garde, boeddhistische, Chinese en Indiase muziek blijft uit, het is nu eenmaal niet ieder gegeven om Tan Dun te heten. Maar het te diverse materiaal wordt op zichzelf effectvol ingezet. Hang Zou weet klankgevoelig te instrumenteren.

Het probleem met veel Aziatische componisten is dat, als ze eenmaal in Europa hebben gestudeerd, het nog moeilijker voor hen blijkt te zijn om te kiezen tussen Oost en West. De Zuid-Koreaan Seong Keun Kim streeft in zijn Metal Symphony voor kamerorkest naar de metalen gloed van een groot symfonie-orkest. Een lange, in het avant-garde milieu volstrekt detonerende contrapuntische passage in Hindemith-stijl doet, om in zijn eigen terminologie te spreken,metaalmoeheid ontstaan.

Toch zijn er gelukkig ook uitzonderingen. Onsuk Chin, die bij Ligeti in Hamburg studeerde, weet in Santika Ekatala voor groot symfonie-orkest wel degelijk te overtuigen. De titel, in sanskriet, betekent: harmonie om het kwade te weren. Ondanks een versnippering aan kleine secties weet zij de grote lijn in tact te houden en van kitsch is ditmaal geen sprake. Chin won reeds in 1985 de Gaudeamusprijs en bevestigt hiermee haar uitgesproken talent.

Het lijkt iedere keer weer een ijzeren wet: hoe groter de bezettingen, hoe interessanter de composities. Een dieptepunt betekende donderdag in De IJsbreker een uiterst naïeve compositie voor zang en tape van Siaw Kin Lee, nog overtroffen in nietszeggendheid door de Zuid-Afrikaan Rüdiger Meijer in een trio waarin 22 minuten lang niets wezenlijks passeert.

Op het slotconcert in de Beurs van Berlage door een Radio Kamer Orkest in topvorm kwamen Zwitsers - nieuw bij Gaudeamus! - uitstekend voor de dag. Lichtgebiet van Felix Profos heeft een mooi diffuus, zij het wat aangeplaktslot - hij is een van de weinigen die zich wist te beperken. Totem van Nadir Vassena weet zelfs een lichte roes te veroorzaken. Het materiaal - griezelepressionisme - houdt niet over, maar de spanning blijft tot het einde toe behouden, Totem verzandt geen moment. Toonden enkelen van de zestien genomineerden wel enige fantasie, het was de discipline waar het aan schortte. Zo poneerde Pierre Jodlowski een aan Leonardo da Vinci ontleende vraagstelling of een zacht geluid van dichtbij net zo luid kan klinken als een hard geluid veraf. Veel interessanter is de vraag hoe je dat geluid weet te sturen.