Een snuifje is voortaan taboe in de hoofdklasse

Op last van het ministerie van WVS worden hockeyers uit de hoofdklasse dit seizoen onderworpen aan dopingcontroles. TilburgBloemendaal had gisteren de primeur.

TILBURG, 8 SEPT. In de catacomben van de Tilburgsche Mixed Hockey Club worden de flessen frisdrank even voor half vijf achteloos terzijde geschoven en de waterkraan met vaste hand dicht gedraaid. Vier glazen bier maken hun entree en gebroederlijk heffen Jeroen Jonk, Pieter van Loosbroek, Teun de Nooijer en Diederik van Weel het glas. Hockey maakt dorstig, dat was al langer bekend. Maar het vertrouwde glaasje-na-afloop komt ditmaal als geroepen.

Tilburg heeft de primeur van de eerste dopingcontrole uit de geschiedenis van de Nederlandse hoofdklasse. Het onderzoek wordt in opdracht van de Nederlandse hockeybond (KNHB) uitgevoerd door het Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken (NeCeDo). Jonk en Van Loosbroek van de thuisploeg, en De Nooijer en aanvoerder Van Weel van de bezoekers zijn door het lot aangewezen als degenen die na afloop van Tilburg-Bloemendaal (3-3) hun plasje moeten inleveren.

Maar echt vlotten wil het niet. Geen van de vier hockeyers maakt aanstalten om de blaas onder toezicht te ledigen en pas tegen de klok van vijf doet de eerste (Van Weel) zijn plicht. Geen nood, zegt Ton Verhagen. De huisarts uit Tilburg die namens de NeCeDo vandaag belast is met de uitvoering heeft alle tijd. “Desnoods duurt het tot twaalf uur vanavond”, klinkt het vanuit het materiaalhok.

De controle in Tilburg draagt geen officieel karakter. Het onderzoek geldt als de eerste van twee zogeheten proefcontroles waarbij de nadruk ligt op het testen van de procedures en het verstrekken van informatie aan spelers en begeleiders. De proefmonsters worden nog wel opgestuurd naar het hoofdkantoor van de NeCeDo in Rotterdam, maar eenmaal op de plaats van bestemming wordt de inhoud zonder pardon door de gootsteen gespoeld.

Een tweede proef wordt binnenkort uitgevoerd in de vrouwenhoofdklasse. Anders dan in Tilburg zal deze niet vooraf worden aangekondigd. Pas over enkele weken volgen serieuze dopingcontroles en worden de monsters van vier bij loting aangewezen spelers via de burelen van de NeCeDo doorgestuurd naar laboratoria in Los Angeles en Montreal. Daarnaast staan een reeks zogeheten out-of-competition-controles op het programma waarbij hockeyers die internationaal actief zijn onaangekondigd bezoek krijgen van een controleur.

Met de invoering van dopingcontroles geeft de KNHB gehoor aan de oproep van het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Sport (WVS). Op last van staatssecretaris Terpstra zijn alle sportbonden in Nederland verplicht een dopingreglement op te stellen en zich aldus te conformeren aan het actieve anti-dopingbeleid waartoe de regering besloten heeft. In Australië en Duitsland worden dopingcontroles bij hockey al langer uitgevoerd.

De vraag is echter of dopingcontroles zinvol zijn in een typische amateursport. In tegenstelling tot atletiek en zwemmen staat de sport met bal en stick bij de NeCeDo niet te boek als een dopinggevoelige discipline. Het aantal dopingzondaars dat de afgelopen jaren werd betrapt, is op de vinger van een hand te tellen.

Hans Tromp, voorzitter van de KNHB-dopingcommissie, verwacht in de komende jaren niemand te betrappen op het gebruik van stimulerende middelen. “Het zou mij in elk geval hogelijk verbazen als iemand tegen de lamp zou lopen”, zegt Tromp, in het dagelijks leven notaris te Vianen. “Verboden middelen passen niet in de hockeycultuur. Daarvoor zit er teveel verstand in die hoofden.”

Beleidsmedewerker Peter van Steen van de NeCeDo deelt die mening maar ten dele. Binnen voetbalkringen werd een soortgelijke mening verkondigd toen de bond vorig jaar besloot tot de invoering van dopingcontroles. Twee maanden geleden werd de reserve-doelman van FC Den Bosch betrapt op het gebruik van cocaïne. “Binnen elke sport zijn er mensen die de verleiding niet kunnen weerstaan en hun toevlucht zoeken tot verboden middelen”, meent Van Steen. “Zelfs voor hockeyers die net iets tekortkomen voor het allerhoogste niveau.”

Een snuifje of een XTC-pil is voortaan taboe in de hoofdklasse. Dat weet ook Teun de Nooijer. Onzin wil de 21-jarige international de dopingcontroles niet noemen, maar van een zinvolle onderneming wil hij evenmin weten. “Dopingcontroles horen bij de atletiek. Bij het hockey of het voetbal is het niet meer dan een middel om cocaïne-snuivers te vangen.”

Na twee speelronden in de mannencompetitie is landskampioen Amsterdam de enige ploeg zonder puntverlies. De titelverdediger won gisteren op eigen veld met 3-1 van Den Bosch, afgelopen seizoen verliezend finalist in de strijd om de landstitel. Nieuwkomer Hurley deed andermaal van zich spreken. Na de puntendeling met HDM was de ploeg uit Amsterdam gisteren met 2-1 te sterk voor Oranje Zwart. Jeugdinternational Klaver maakte het beslissende doelpunt. HGC herstelde zich van de nederlaag in de openingsronde tegen Kampong. Op eigen terrein won de ploeg uit Wassenaar met 4-1 van hekkensluiter Pinoké.