Dweilen met alle kranen open

Ook gehuild? U was niet de enige.

Schattingen van twee á tweeëneenhalf miljard tv-kijkers deden zaterdag de ronde. Als het waar is, hebben nooit eerder zoveel mensen op hetzelfde tijdstip naar dezelfde gebeurtenis gekeken. En nooit eerder is er op hetzelfde tijdstip zoveel gehuild om dezelfde woorden: die van Earl Spencer en Elton John. Rivieren van tranen vloeiden in elkaar over en omspanden de aarde - een mens zou er bijna lyrisch van worden.

Ik had me voorgenomen het zo lang mogelijk droog te houden, maar al bij de aanblik van de doventolken op BBC 2 kreeg ik het een beetje te kwaad. De BBC had dit net helemaal gereserveerd voor de hardhorenden van Groot-Brittannië. Opdat ook zij geen woord hoefden te missen van de hele gebeurtenis.

Die bekommernis had iets ontroerends, wat nog versterkt werd door de naïef-neutrale uitstraling van de doventolken. Roerloos stonden ze in de houding naast het scherm met de beelden, om zich dan plotseling naar ons toe te wenden voor de vertaling van een geluid. De klank van een klok werd een denkbeeldig koord waaraan, als bij een ouderwetse wc, getrokken moest worden, voortstappende paardenhoeven werden dansende handen: de stoet kwam naderbij.

De dienst moest toen nog beginnen, en ik zag met angst en beven het moment naderen waarop Elton John Candle in the Wind zou inzetten. Wees een flinke jongen, fluisterde ik mezelf in, je moet maar denken: het is kitsch. Op die gedachte zweefde ik moedig het eerste couplet binnen, maar bij het refrein ging het meteen hopeloos mis. Elton zong het té goed om er weerstand aan te kunnen bieden: die bedwongen bedroefdheid, het rode waas in zijn ogen.

Ik moest denken aan een bekend gedicht.

Alles kan ik verdragen

maar Elton John in september

net uit bed, slap nog

met vochtige oogjes, nee.

Het was het begin van een zware middag. Dweilen met alle kranen open. Gelukkig was ik niet alleen thuis, we konden elkaar aanvankelijk, zo goed en zo kwaad als het ging, enigszins op de been houden.

Totdat Earl Spencer begon te spreken. U heeft het ook gezien, ik hoef niet te veel uit te weiden over mijn worsteling. Huilen of juichen, daar kwam het op neer. In veel huiskamers zal het een vreemde mengeling zijn geworden. Doffe snikken, wanhoopskreten, maar ook rauwe aanmoedigingen die eigenlijk gereserveerd waren voor later op de dag, bij Nederland-België.

Zelfs toen Spencer begon af te geven op de pers als lieden 'die aan de andere kant van het morele spectrum staan', zat ik nog braaf te knikken. Had ik destijds maar een echt vak moeten leren. Spencer kon geen kwaad meer doen, want hij nam met één machtige armzwaai alles en iedereen op de schop: niet alleen de pers, maar ook de koninklijke familie en onbedoeld zelfs de overledene, in zijn ogen 'een onzekere vrouw' die op een naïeve manier goed wilde doen om haar gebrek aan eigenwaarde te compenseren.

Na afloop van de plechtigheid sprak men alleen nog over Spencer. Chris de Burgh, een vriend van Diana en haar geliefdste zanger, zei tegen de BBC: “Na de laatste woorden van Spencer hoorden we in de kerk de mensen buiten klappen. Wij namen binnen dat applaus over en het golfde tot naar de voorste rijen. De tranen stroomden over mijn gezicht, en ook bij anderen.”

Dergelijke getuigenissen waren aan de lopende band te horen. Een BBC-verslaggever zei: “Toen Spencer sprak, was er geen droog oog meer op de Mall.” Een anonieme burger in de microfoon: “Ik heb meer gehuild dan bij de dood van mijn vader.”

Jeffrey Archer, ook een vriend van Diana, vertelde later dat hij al meteen gehypnotiseerd was geraakt door de eerste beelden van de BBC: die van de doodstille centra in Britse provinciesteden. 's Avonds konden we in het NOS Journaal zien dat het in de Nederlandse provinciesteden niet anders is geweest. De wereld was, kortom, ernstig in de war, en we zullen nooit precies weten waarom.