Wasmachines zijn fantastisch

Voorstelling: Cataract van Rainald Goetz door De Trust. Vertaling: Tom Kleijn. Regie/vormgeving: Theu Boermans. Spel: Lukas Dijkema. Gezien: 5/9 Trusttheater, Amsterdam. Nog te zien: t/m 29/11 aldaar. Inl. (020) 5205320.

De 'oude man', het personage waarvoor de Duitse schrijver Rainald Goetz de monoloog Cataract schreef, betreurt heel veel. Hij zegt vaak 'jammer'. Toch zegt hij: 'Het enige / dat volstrekt jammer is / is, dat de antwoorden maar zo kort BESTAAN (-)'. In perspectief, bij het opmaken van de balans, mag er in een leven het een en ander hebben tegen gezeten, dit ene is echt betreurenswaardig. En hij legt uit dat wat helder is op het moment dat 'het' gezegd wordt, het volgende moment vervaagt, zodat er slechts een herinnering blijft bestaan aan het 'volkomen bevrijdende' van iets begrepen te hebben.

Goetz' oude man, realiseerde ik me later pas, heeft het over het verstrijken van de tijd. Dat onvermijdelijke dat zorgt dat we vreugde kennen en pijn, dat we ervaringen opdoen, onszelf verliezen en daar later met met genoegen of schaamte op terugzien, dat we heimwee hebben of verbitterd zijn - dat we veranderen kortom en nooit dezelfde blijven. Dat is de motor van zijn verhaal, dat net zo goed heel anders van toon en inhoud had kunnen zijn. Het had bijvoorbeeld in botheid Gust van Herbert Achternbusch kunnen overtreffen of in razernij Mijn Hondemond van Werner Schwab, waarin ook oude zonderlingen terugblikken.

Je zou dat zelfs verwachten, en niet alleen omdat alledrie de schrijvers uit Duitstalige gebieden komen. Goetz weet wat woede is en weet ook wat hij er op papier mee kan doen, getuige de trilogie Oorlog, Veldslagen en Koliek die toneelgroep De Trust in het verleden van hem opvoerde. Ook Cataract maakt deel uit van een trilogie, Festung geheten, volgens het toneelgezelschap 'een communicatie over vernietiging'. Maar in deze monoloog duidt (zoals al uit de titel blijkt: cataract is grauwe staar) de vernietiging op verval, het door het voortschrijden van de tijd veroorzaakte verval en niet op moedwilligheid. Goetz' personage is wonderlijk ingetogen, berustend, lief bijna.

Hij paart de ervaring van zijn leeftijd aan het enthousiasme van de jeugd. Hij beschikt nog over ontvankelijkheid, verwondert zich, wikt en weegt en laat iedere stevige uitspraak (dat Schopenhauer een schertsfiguur is, bij voorbeeld) steevast volgen door een 'anderzijds'. En hoewel alles dus minimaal twee kanten heeft, overweegt de zachtaardigheid in zijn grillige betoog vol onvoltooide zinnen en gedachten. Zo is het 'fantastisch' dat wasmachines bestaan en dat mensen weten hoe ze ze moeten maken en ook dat er dokters zijn tegen wie je kunt zeggen: '(-) goedendag / ben kapot, alstublieft helpen'.

Het is een mooi soort breekbare weerbaarheid die Goetz' tekst weerspiegelt en in die geest speelt de door Theu Boermans geregisseerde acteur Lukas Dijkema zijn personage ook. Op de weidse, schemerig verlichte speelvloer isoleert de lichtcirkel van een grote lamp de stoel waarop hij zit, in een kreukelige pyjama, naast een ziekenhuis-bedkastje, waarop een boeketje bloemen misschien wel op familiebezoek duidt. Grimeur Pilo Pilkes heeft Dijkema's hoofd van prachtig verval voorzien, realistisch zonder groteske overdrijving deze keer, met griezelig troebele ogen. Dijkema, vanaf het ontstaan verbonden aan De Trust, gaat weg bij het gezelschap en neemt met deze rol waardig afscheid. Bewegen doet hij vrijwel niet, zijn energie balt zich samen in de behandeling van zijn hondsmoeilijke tekst. Met alleen zijn stem, wat pauzes, gehum en een enkele hoestbui legt hij de betekenis bloot. “Nou ja” luiden zijn laatste woorden en je begrijpt precies wat hij bedoelt.