Verruiming in wetsvoorstel; Asielzoekers kunnen beroep aantekenen

DEN HAAG, 6 SEPT. Het hoger beroep voor asielzoekers wordt in beperkte vorm hersteld. Vreemdelingen wier verzoek om een verblijfsvergunning eerder is afgewezen, kunnen daar in een aantal gevallen beroep tegen aantekenen bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Het kabinet heeft daartoe gisteren besloten. Minister Sorgdrager (Justitie, D66) en staatssecretaris Schmitz (PvdA) zullen het betreffende wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State voorleggen.

Het hoger beroep is in 1993 door hun voorgangers minister Hirsch Ballin (CDA) en staatssecretaris Kosto (PvdA) afgeschaft. Zij wilden het grote aantal vreemdelingen dat in die tijd het land binnenkwam, sneller kunnen verwerken.

Veel afgewezen asielzoekers tekenden indertijd beroep aan tegen de beslissing van de Vreemdelingenkamer waardoor zij hun verblijf in Nederland lang konden rekken.

Tegen het schrappen van het hoger beroep hebben verschillende partijen in de Tweede Kamer in 1993 fel geprotesteerd. Uiteindelijk hebben D66 en PvdA in het regeerakkoord laten opnemen dat aan de Hoge Raad zou worden gevraagd of een beperkt herstel van het hoger beroep mogelijk was. De Raad adviseerde in 1995 positief.

In het wetsvoorstel dat nu aan de Raad van State is voorgelegd, heeft het kabinet gekozen voor een procedure waarbij een aantal situaties van beroep wordt uitgesloten.

Vreemdelingen hebben alleen toegang tot de hogere rechter als het gaat om de vraag of toelating tot Nederland mogelijk is of niet. Het aantekenen van beroep heeft geen opschortende werking.

Om in afwachting van de uitspraak in het land te kunnen blijven moet de asielzoeker bij de afdeling bestuursrechtspraak een voorlopige voorziening vragen. Deze afdeling krijgt ook de mogelijkheid om meteen uitsluitsel te geven over het beroep.

Beroep is niet mogelijk tegen bijvoorbeeld een beslissing over een voorlopige voorziening of tegen maatregelen die de vrijheid van de vreemdeling beperken, zoals de 'vreemdelingenbewaring'.

Het is voor vreemdelingen die al in Nederland zijn toegelaten bovendien niet mogelijk om bij de Raad van State een andere verblijfsstatus te bepleiten dan men al heeft. In al die gevallen is het volgens het kabinet voldoende dat de vreemdeling bij één rechterlijke instantie, de Vreemdelingenkamer, terecht kan.

Het kabinet beperkt overigens de vertraging die door het aantekenen van beroep kan optreden. Zo is in het wetsvoorstel vastgelegd dat beroep binnen vier weken moet worden aangetekend en dat de Raad van State binnen 23 weken moet beslissen.