UCC was bang voor grote broer

Automatiseerder UCC uit Nieuwegein staat sinds gisteren genoteerd op de NMAX, de beurs voor kleine snelgroeiende ondernemingen.

AMSTERDAM, 6 SEPT. De reserve-officieren P. Peters, W. Verloop en C. van Winkoop besloten in 1988, na vervulling van hun dienstplicht, hun ervaringen met automatisering bij de Landmacht te gebruiken in een eigen bedrijf. Minder dan tien jaar later verdienen de drie directieleden een slordige tien miljoen gulden de man aan de beursgang van hun UCC. Die werd gisteren afgerond met een notering op de NMAX, de beurs voor kleine snelgroeiende ondernemingen.

UCC uit Nieuwegein (122 vaste medewerkers, omzet 1996: 19 miljoen gulden) plaatst tijdelijk mensen bij ondernemingen die computersystemen invoeren van bedrijven als Oracle en Microsoft. “Maar we zijn meer dan een uitzendbureau”,zegt algemeen directeur Peters (34). UCC levert kennis en ontwikkelt eventueel software, al is dat laatste geen halszaak. “Ons eerste taak is producten te laten werken die een ánder heeft verkocht”, zegt Peters.

Het is volgens Peters geen probleem dat UCC met Oracle en Microsoft twee broodheren dient die elkaar vaak in de haren vliegen en sterk uiteenlopende visies hebben op informatietechnologie. “Als wij binnenkomen, heeft een bedrijf zijn keuze gemaakt en moet er gewerkt worden”, zegt hij. “Wij zijn geen adviseurs.” UCC werkte mee aan een logistiek systeem waarmee Nedlloyd laadplannen voor zijn containerschepen maakt. Peters hoopt ook een graantje mee te pikken van de opdracht van naar schatting ruim een half miljard die ABN Amro aan Oracle heeft gegeven voor een betalingssysteem.

UCC geeft bij de beursgang geen nieuwe aandelen uit. Door herplaatsing reduceren de drie directieleden/oprichters hun belang van 33 tot iets meer dan 20 procent. Peters ontkent dat de beursgang is ingegeven door de wens een deel van de waarde van het bedrijf te verzilveren. “Wij hadden liever een kleiner pakket aandelen naar de beurs gebracht” zegt hij. “Het geld dat wij in UCC hadden zitten was een zeer rendabele investering.”

Redenen voor de beursgang zijn volgens Peters extra naamsbekendheid en de mogelijkheid van een aantrekkelijke optieregeling voor het personeel. Ook wil UCC toegang tot de kapitaalmarkt voor toekomstige acquisities, hoewel concrete plannen daarvoor ontbreken. Peters: “Je moet groeien. Stilstand is achteruitgang. Maar we zullen kandidaten kritisch bekijken. Het rendement moet gehandhaafd blijven.”

De affaire Multihouse - het automatiseringshuis dat door een schadeclaim van ontevreden klanten naar de afgrond werd geduwd - wees beleggers nog eens op de risico's van een investering in een middelgrote automatiseerder. Peters sluit soortgelijke claims tegen UCC uit. “Wij verplichten ons alleen tot het leveren van inspanning”, zegt hij. “In de praktijk dragen we verantwoordelijkheid voor het eindresultaat, maar juridisch niet. De eindverantwoordelijkheid voor het product ligt bij de maker ervan. Daaraan branden wij ons niet.”

In een bezinning op de toekomst heeft UCC vorig jaar 'van alles' de revue laten passeren. Een reeks bedrijven was geïnteresseerd in participatie.

Peters: “We zijn er niet op ingegaan. We waren bang dat onze cultuur vernield zou worden door een grote broer.”

Met de beursgang voegt UCC zich in een rij van nieuw genoteerde automatiseringsbedrijfjes, zoals ICT en CSS. De animo van beleggers, gevoed door optimisme over de groeiende automatiseringssector, is groot. Maar kan UCC zich ook in mindere tijden handhaven?

Volgens Peters heeft UCC een voordeel omdat het als middelgroot bedrijf opereert op een enorme markt en heeft gekozen voor specialisatie. “Zelfs als ons huidige rendement (ruim 13 cent netto winst per gulden omzet) halveert, dan behalen we nog een resultaat dat gunstig afsteekt bij dat van veel grote ondernemingen”, aldus Peters.

De 12,50 gulden die beleggers gisteren betaalden voor een aandeel UCC - 38 maal de winst per aandeel - is alleen te rechtvaardigen als UCC het groeitempo van de afgelopen jaren handhaaft. In 1994 werd met 37 man nog geen vijf miljoen gulden omgezet. Nu is dat viermaal zoveel.

Peters is vol vertrouwen: “De enige bedreiging die ik zie is een achteruitgang in conjunctuur. In dat geval hebben we voldoende vet op de botten om het even uit te zingen.”