STANDSBEWUST STILZWIJGEN

Het was de week van de deerniswekkende misverstanden, zoals het bedroefde, maar vooral boze communiqué van Buckingham Palace donderdag wanhopig probeerde duidelijk te maken. Misverstanden over koninklijke medewerking, maar meer nog over de bedoelingen en de gevoelens van Elizabeth.

De koningin, zo wilde de assertieve uitleg van 'het paleis', had de organisatie van de begrafenis van Diana niet op afstand gevolgd, maar van zeer nabij. Elizabeth was hoogstpersoonlijk bij de uitvoering betrokken geweest en zij had voortdurend met de meest betrokken ministers in contact gestaan. Maar de media hadden van haar betrokkenheid een weinig geflatteerde voorstelling gegeven. Zij hadden de indruk gewekt dat het paleis zich doelbewust op de achtergrond had gehouden en een kleinere begrafenis wilde dan premier Tony Blair voor ogen stond. Ook de passieve houding die de koningin was toegeschreven steunde, aldus een officiële toelichting op de communiqués, op een misverstand.

Koningin Elizabeth was vooral 'gekrenkt' door de suggestie dat zij niet genoeg medeleven zou hebben getoond met de rouw van het Britse volk. De koninklijke familie had juist 'met diepe droefheid' kennis genomen van de dood van de prinses en zich na de eerste berichten van uur tot uur over de toedracht van het ongeluk in Parijs op de hoogte laten stellen. Het hofcommuniqué somde de belangrijkste handelingen chronologisch op. De koningin had telefonisch haar 'innige medeleven' betuigd aan de moeder van Diana en vervolgens had zij op de dag van Diana's overlijden met haar man, haar oudste zoon en haar kleinzonen William en Harry in de dorpskerk van haar vakantieverblijf Balmoral de eredienst bijgewoond. En na de dienst was Charles, vergezeld door Diana's zusters, naar Parijs gevlogen om haar lichaam op de overtocht naar Engeland te vergezellen.

Het kan aan de afstand hebben gelegen dat de boodschappen uit Balmoral niet overal even duidelijk waren overgekomen. Of ook aan de mufheid die de reputatie van Balmoral Castle aankleeft. De meeste Engelse politici hebben weinig op met het koninklijke buitenverblijf in het Grampiangebergte. Het is te ver van Londen en het doet te veel denken aan een verbanningsoord. Diana werd ziek van het deprimerende Victoriaanse interieur en menig minister wendde een ziekte voor als hij voor een geheime vergadering van de Privy Council naar het hoge noorden werd ontboden.

Het verweer dat de koninklijke familie in de pers voerde, was bij uitzondering gesteld in gewone-mensentaal, maar het was 'too little en too late'. Groot-Brittannië wilde gebaren zien. Overtuigende gebaren, maar vooral menselijke gebaren. Prins Charles' lichaamstaal na de dienst in de Crathie Parish Church viel, volgens Jonathan Friedland in The Guardian op een onthullende manier in de categorie verkeerde gebaren. “Van een vader die zijn ontroostbare kinderen begeleidde had men een troostend gebaar verwacht. Maar in plaats van zijn armen om zijn twee jongens te slaan zat hij op de achterbank van de auto tussen zijn zonen in, terwijl zijn handen op zijn buik rustten en zijn vingers een korf vormden alsof hij een bal vasthield. Hij raakte zijn zonen niet aan.”

Vrijwel alle Britse kranten hebben die angst voor lichamelijke aanrakingen de afgelopen dagen in de een of andere variant besproken. Variaties op het thema van de 'kille', 'ongevoelige', 'in zichzelf opgaande' Windsors, die de ex-schoondochter met zoveel dodelijke precisie in Andrew Morton's informeel geautoriseerde biografie Diana: Her True Story heeft geanalyseerd. Waarom, zo vroeg een columnist in The Independent zich af, is elke Engelsman van onder de zestig tegenwoordig in staat zijn verdriet te tonen, maar kan er bij Charles nog steeds geen traan af? Om er pathetisch aan toe te voegen: “Het is uitgerekend Diana geweest die ons heeft leren huilen”.

Het antwoord op die vraag is dat de Windsors nog steeds vasthouden aan het militair-pedagogische principe dat leden van het koninklijk huis zich onder alle omstandigheden moeten vermannen en in het openbaar hun emoties niet mogen tonen. De Engelsen hadden gehoopt dat de zonen van Charles tenminste in de kleine parochiekerk van Cathrie een uitzondering op die regel zouden mogen maken. Maar ook daar was het hun niet gegund hun tranen te laten gaan. Als het ergens had gemogen, dan toch zeker daar. Friedland maakte de niet onlogische kanttekening dat “een godshuis toch de meest gerede plaats is waar een mens in de uren van zijn wanhoop met zijn emoties voor den dag kan komen”.

Ook de publicist Lord Blake, een constitutioneel historicus die boven verdenking van republikeinse sympathieën staat, kritiseerde op een weinig vriendelijke toon de onaandoenlijkheid van de koninklijke familie omdat die zich de hele week in de beslotenheid van haar Schotse buitenverblijf had schuilgehouden. Blake vreesde dat koningin Elizabeth daardoor de omvang en de intensiteit die de rouw onder de bevolking had aangenomen, niet had opgemerkt.

Lord Blake maakte de Windsors een verwijt dat uit zijn mond hard aankwam: de koninklijke familie had niet mogen verzuimen terstond uit Balmoral terug te keren om “oog in oog te komen met de menigten in Londen”.

De (republikeinse) krant The Guardian wreef de koninklijke familie nog meer zout in de wonden door de gemiste kansen van de afgelopen week te evalueren. “Als Charles of zijn moeder naar voren was gekomen en slechts zou hebben aangekondigd dat zij op een later tijdstip in het openbaar over hun verdriet zouden spreken, dan zouden de Windsors daarvoor niet alleen op het begrip van het publiek hebben kunnen rekenen, maar zichzelf ook hebben getransformeerd van een bloedeloze dynastie in een familie van vlees en bloed.”

De kritiek die de onzichtbaarheid van de Britse koninklijke familie na de dood van prinses Diana in het Verenigd Koninkrijk heeft uitgelokt, is een waarschuwende herinnering aan de ongeschreven overeenkomst tussen het Britse volk en het vorstenhuis. Die houdt in dat het volk de bijzondere rechten van de monarch en zijn familie - privileges, rijkdom en adoratie - respecteert, mits de monarchen in tijden van crisis met hun volk mee lijden of ten minste de indruk wekken dat te doen. Aldus een enigszins vrije vertaling van de monarchale loyaliteitswet, zoals de schrijver Julian Barnes die formuleert in zijn Letters from London (1992).

Britse koningen als George V en George VI hebben zich hun leven lang zorgvuldig aan die ongeschreven overeenkomst gehouden. In geen enkel boek over de Blitz op Londen - een episode uit de Engelse geschiedenis waarover steeds weer nieuwe uitgaven verschijnen - ontbreekt de foto van George VI die met (zijn) koningin Elizabeth, de onsterfelijke koningin-moeder, op de puinhopen van de gebombardeerde Britse hoofdstad de getroffen bevolking moed inspreekt.

Koning George VI kon zich verplaatsen in het lot van de lijdende bevolking en vond het niet meer dan billijk dat ook zijn eigen paleis door de bombardementen werd getroffen.

Dat voorbeeld vond de afgelopen dagen een betere navolging bij Harrod's dan bij het Huis van Windsor. Mohamed Al Fayed, de eigenaar van het Londense warenhuis Harrod's en de vader van Dodi Al Fayed, had bij zijn eigen sores nog de menselijkheid om aan zijn publiek te denken. Misschien was het niet eens zijn publiek (de klanten van Harrod's), maar hij was zo verstandig om dat onderscheid niet te maken. Hij liet gratis sandwiches en drankjes verspreiden onder de tienduizenden mensen die de condoléanceregisters wilden tekenen en urenlang voor de hekken van St. James's Palace in de rij hadden gestaan.

Niet 'het paleis' gaf gehoor aan de kritiek dat de voorzieningen voor al die wachtenden “bedroevend ontoereikend” waren (een politieofficier voor de camera's van de BBC), maar de Egyptenaar Al Fayed, die onmiddellijk bestelauto's met versnaperingen liet aanrukken om de hongerigen en dorstigen materieel bij te staan. Al Fayed, die nog steeds op zijn Britse naturalisatie wacht, werd stevig op zijn gevoel voor absurditeit getest: hij moest eerst met Buckingham Palace onderhandelen voordat hij zijn bevoorradingswagens mocht laten uitrukken. Het ministerie van Buitenlandse Zaken mag hem nog steeds het begeerde Britse paspoort niet hebben verstrekt, Buckingham Palace gaf hem tenminste de genadige goedkeuring om met zijn schalen rond te gaan. “Het paleis accepteerde een aanbod van Mohamed Al Fayed, de voorzitter van Harrod's en gaf hem toestemming om vier wagens te sturen”, aldus de Times. Zo had 'de Arabische eigenaar' van het beroemdste warenhuis van Groot-Brittannië eindelijk een goedgunstig knikje van het doorluchtige koninklijke hoofd gekregen.