Seksueel misbruik en smokkel in Angola; Misdragingen van Nederlandse VN'ers

DEN HAAG, 6 SEPT. Tien Nederlandse VN-militairen die dienst deden in Angola hebben zich daar schuldig gemaakt aan seksueel misbruik van meisjes, smokkel, zwarte handel en overmatig drankgebruik.

Het ministerie van Defensie heeft enkele betrokkenen 'administratieve' straffen opgelegd. In sommige gevallen zou er sprake zijn geweest van seksuele relaties met meisjes die vermoedelijk pas vijftien jaar oud waren, aldus een rapport van vice-admiraal J. van Aalst, inspecteur-generaal van de krijgsmacht,aan minister Voorhoeve (Defensie). De zaak werd gisteren door Defensie in de openbaarheid gebracht.

Voorhoeve had de inspecteur-generaal begin juli om een onderzoek naar de zaak gevraagd. De minister besloot daartoe nadat de militaire inlichtingendienst dit voorjaar uit zogenoemde debriefing-gesprekken met teruggekeerde VN-militairen en twintig nadere getuigenverklaringen tot de conclusie was gekomen dat gedragsregels van de Verenigde Naties waren overtreden.

De vergrijpen hebben zich vooral vóór zomer 1994 voorgedaan. Generaal Couzy, de toenmalige bevelhebber van de landmacht, was van dat laakbare gedrag op de hoogte, maar zag geen reden maatregelen te nemen of de politieke leiding van Defensie, destijds minister Ter Beek, in te lichten. Couzy wilde gisteravond geen commentaar geven.

De inspecteur-generaal verwijt het toenmalige VN-commando in Angola “falend leiderschap”, omdat het allerlei verontrustende signalen niet serieus heeft genomen. De verhalen over wangedrag van tien van de 230 VN-militairen en een kritische rapportage van de Nederlandse ambassadeur in Luanda daarover in de zomer van 1994 werden van VN-kant zelfs gerelativeerd met opmerkingen als “zo gaat dat bij zulke operaties nu eenmaal”.

Dat er destijds na een intern onderzoek geen maatregelen zijn genomen en de politieke leiding niet op de hoogte werd gebracht, noemde Voorhoeve gisteren na de publicatie van het onderzoeksrapport “een ernstige fout”.

Tuchtrechtelijk optreden is nu niet meer mogelijk, want dat had binnen drie weken na melding van de vergrijpen moeten gebeuren. Bovendien zou Defensie jaren later ook niet sterk staan bij de ambtenarenrechter indien alsnog tot rechtspositionele stappen (ontslag of degradatie) was besloten.

Premier Kok toonde zich gisteravond niet alleen geschokt over het wangedrag van de militairen, dat hij “heel ernstig” noemde, maar ook over het feit dat de minister daarvan niet op de hoogte was gebracht. “Het is heel erg dat deze informatie niet bij de minister is gekomen.

“De minister hoort dit natuurlijk te weten, want zoiets vraagt om alert reageren op het hoogste niveau.”

Pag.3: Officieren betrokken bij wangedrag Angola

Kok meende dat het wangedrag “een smet werpt op het beeld van de krijgsmacht”, maar waarschuwde voor veralgemeniseren.

“Het gaat om een incident”, aldus de premier.

De inspecteur-generaal heeft in zijn rapport administratief-rechtelijke maatregelen aanbevolen, namelijk aantekeningen in het persoonsdossier die ongunstig zijn voor het loopbaanperspectief. In vier gevallen is dat intussen gebeurd.

Het rapport-Van Aalst en alle bijbehorende dossiers zijn gisteren overgelegd aan het openbaar ministerie dat moet onderzoeken of er reden is tot strafvervolging. In één geval, een overigens verijdelde poging tot smokkel van een kilo marihuana, was al een strafrechtelijk onderzoek begonnen.

De tien VN-militairen waren officier of onderofficier. Van hen zijn er nog vijf in dienst. Voorhoeve zei te betreuren dat wandaden van tien militairen nu het “voortreffelijke werk” van 220 anderen dreigen te overschaduwen. De vrij hoge rang van de betrokkenen, én van hen zou destijds zelfs luitenant-kolonel zijn geweest, telt voor hem zwaar omdat juist zij zich bewust hadden moeten zijn van hun “voorbeeldfunctie” voor “de handhaving van normen en waarden” in de krijgsmacht.

Het rapport van de inspecteur-generaal keurt de handelwijze van de tien streng af maar wijst erop dat het werk van de VN-militairen vaak moeilijk was, zich op afgelegen plekken afspeelde en soms maar met enkele mensen van een andere nationaliteit moest worden gedaan. Daardoor ontbrak het zowel aan sociale controle als aan een militaire commandant in de directe omgeving.

Er was, tot Voorhoeve daarin in 1995 voorgoed verandering bracht, in Angola ook geen “nationale” commandant van de Nederlandse VN-militairen. Die waren vaak tot passiviteit gedwongen en hadden daardoor met verveling te kampen, terwijl zij in het algemeen machteloos stonden tegen agressief gedrag van lokale criminelen.

Zowel Angolese vrouwen, die er volgens getuigen “soms uitzagen als jonger dan zestien”, als lokale criminelen zochten bovendien zelf vaak contact met VN-militairen om aan geld of voedsel te komen of hen voor illegale handel te interesseren, meldt het rapport voorts.

De Tweede Kamer toonde zich eveneens geschokt over het wangedrag en verbaasd over het gebrek aan communicatie. De fractie van GroenLinks wil een “fors gesprek” met minister Voorhoeve over de misdragingen van de militairen in Angola. Het Kamerlid Sipkes wil volgende week al een debat in de Tweede Kamer.

Hillen (CDA) sprak van “zorgelijke fouten”. De Koning (D66) wees erop dat niet alleen sprake was van gebrekkige informatie door Couzy aan Voorhoeve. Verscheidene Kamerleden vinden het daarnaast verontrustend dat militairen die zich hebben misdragen kennelijk de hand boven het hoofd wordt gehouden. Ook wezen zij nog eens op het belang van selectie en opleiding. Tot zover onze redacteur.

De voorzitter van de Algemene Federatie van Militair Personeel, B. Snoep, zegt ook geschokt te zijn over de misdragingen van Nederlandse VN-militairen in Angola.

Hij vindt het belangrijk dat er nu speciale aandacht komt voor de selectie en de voorbereiding van militairen naar dit soort bijzondere missies. Volgens Snoep is er alle aanleiding dat ook de Verenigde Naties zich nu bezinnen op de gang van zaken rond de vredesmissies.(ANP)