Sahel wordt steeds belangrijker bron van stof in atmosfeer

In de afgelopen decennia is het Sahel-gebied een belangrijker bron van atmosferische stof geworden dan de Sahara. Dat concluderen onderzoekers uit Gabon, Niger en Florida (VS), die de jaarlijkse variaties in de hoeveelheid stof boven West-Afrika hebben bestudeerd.

Meer dan de helft van al het bodemstof dat op aarde naar de atmosfeer wordt opgewaaid, naar schatting 1 tot 3 miljard ton per jaar, komt uit het noorden van Afrika. De stofmassa's kunnen daar lange tijd achtereen een oppervlak van miljoenen vierkante kilometers bestrijken en zich tot enkele kilometers hoogte uitstrekken. Zij hebben zo een belangrijke invloed op de stralingsbalans in de atmosfeer.

Onderzoekers zijn verdeeld over de vraag waar het meeste stof in Afrika vandaan komt. Traditioneel wordt de Sahara als de belangrijkste bron beschouwd,in het bijzonder het gebied van de Spaanse Sahara, het noorden van Mauretanië, Niger en het noorden van Soedan. Maar volgens sommigen wordt de rol van het Sahel-gebied, langs de zuidgrens van de woestijn, onderschat. Dit zou blijken uit onderzoek aan de trajecten van luchtmassa's en de samenstelling van het stof dat boven de Canarische eilanden - en soms zelfs aan de oostkust van Amerika - is waargenomen. De hoge concentratie ijzer in de Afrikaanse bodems geeft het stof een gele of rode tint, die het tot op grote afstanden van de bron doet onderscheiden van stof dat van elders komt.

Onderzoekers uit Gabon, Niger en de VS hebben metingen aan het zicht (de afstand waarop een voorwerp overdag nog net zichtbaar is) op 53 weerstations in West-Afrika als basis gebruikt voor het afleiden van de hoeveelheden stof die zich sinds de jaren vijftig in de atmosfeer bevinden. De zichtvermindering als gevolg van het stof vertoont op iedere plaats een jaarlijkse variatie, maar de grootte daarvan hangt sterk af van de geografische breedte. In het zuiden van de Sahel is er alleen in de winter stof in de atmosfeer, maar in het noorden is de atmosfeer het gehele jaar door met stof bezwangerd en juist het sterkst in de zomermaanden (Journal of Applied Meteorology 36).

In de Sahara neemt de hoeveelheid atmosferisch stof van zuid naar noord sterk af, wat er op wijst dat het stofgehalte van de lucht boven de Sahara geringer is dan boven de semi-aride gebieden langs de zuidgrens van deze woestijn. Een vergelijking van drie perioden in de afgelopen veertig jaar laat zien dat het gemiddelde stofgehalte gestaag is toegenomen, vooral in het westen van de Sahel. Bovendien bestaat er een sterke anticorrelatie tussen de stofproductie en de regenval in de Sahel. Dit alles wijst er op dat het Sahel-gebied in de afgelopen decennia een grotere stofproducent is geworden dan de Sahara. Een lange periode van droge jaren zou daarvan de oorzaak kunnen zijn, maar de onderzoekers wijzen er op dat ook menselijke factoren als landontginning en overbeweiding een rol spelen.