Paparazzi dichten gaten bij persbureaus

ROTTERDAM, 6 SEPT. De prijsdaling van serieuze persfoto's leidt tot een steeds belangrijker rol van paparazzifoto's op de persfotomarkt.

De miljoenenhandel in 'roddelfoto's' moet bij grote fotopersbureaus de financiële gaten dichten die zijn ontstaan door afnemende inkomsten uit kwaliteitfoto's.

Door het overgrote aanbod zijn deze persfoto's nauwelijks exclusief, terwijl juist de exclusiviteit de waarde van een foto bepaalt. Dat zeggen woordvoerders van enkele Nederlandse fotopersbureaus, die tevens agent zijn voor befaamde internationale fotobureaus.

Ter vergelijking: een persfotograaf die zijn foto aanbiedt aan een landelijke krant krijgt hiervoor ongeveer 85 gulden. Als de onderhandeling via een fotobureau loopt, brengt diezelfde foto gemiddeld 200 gulden op en delen fotograaf en bureau de buit. Een oorlogsfoto, waarvoor een persfotograaf zijn eigen leven in de waagschaal heeft gesteld, levert hooguit 1.500 gulden op. De plaat waarop prins Willem-Alexander met zijn vriendin toost, had een marktwaarde van ongeveer 40.000 gulden. De foto waarop wijlen prinses Diana haar vriend Dodi kust, is over de hele wereld in roddelbladen geplaatst en heeft al miljoenen guldens opgeleverd.

Hoeveel geld er omgaat in de fotografiemarkt is moeilijk te pijlen.

Fotopersbureaus geven geen winst- of omzetcijfers prijs en willen al helemaal niet kwijt voor hoeveel geld ze een foto leveren aan een krant of tijdschrift en welk deel van de opbrengst hun provisie is.

In de internationale uitgeverswereld gaan miljarden guldens om.

Fotografie speelt daarbij een belangrijke rol zodat ook hier grote financiële belangen op het spel moeten staan. Vaststaat wel dat bladen inschrijven op een foto en dat doorgaans de hoogste bieder het plaatsingsrecht krijgt. Bij een dergelijke handelwijze lopen vooral in het buitenland de prijzen zeer uiteen.

Nederland is wat dat aangaat een uitzondering op de internationale regel omdat de abonneedichtheid hier hoog is. Een minimale dagelijkse afname van kranten is daarmee verzekerd. In Groot-Brittanië daarentegen worden de meeste kranten in kiosken verkocht. De tabloids, met oplagen van soms 4,5 miljoen stuks, moeten zich daardoor dagelijks onderscheiden van hun concurrenten en daarbij zijn exclusieve coverfoto's vaak doorslaggevend. “De fotoprijs wordt dan een marktprijs die niets te maken heeft met de reeële waarde van de foto”, zegt R. Kaan van fotobureau Benelux Press.

“Veel bladen maken gewoon een rekensommetje. Als de oplage met een unieke coverfoto vertienvoudigt, kun je al snel veel meer geld neertellen voor die foto.” Dergelijke hoge prijzen verklaren de agressieve, onophoudelijke jacht van paparazzi. Een op die van de serieuze fotobureaus op dé unieke 'jackpotfoto' van kopstukken uit de glamourscene.

Robert Platch, oprichter en directeur van het Amerikaanse fotobureau Contact Press Images vindt het niet zo verwonderlijk dat er steeds meer geld in de roddelfotobranche omgaat. Vanuit zijn Europese hoofdkantoor in Parijs vergelijkt hij die ontwikkeling met salarisexplosies bij sporters, filmsterren en de top van het bedrijfsleven.

“Honkballers en basketballers verdienen iedere jaar weer miljoenen meer dan het jaar ervoor. Het is krankzinnig, maar het wordt betaald. Het is een kwestie van veel vraag en weinig aanbod en bij deze foto's is dat niet anders. Het sinistere is wel dat naarmate de faam, het aanzien en het salaris van een ster toeneemt, ook de waarde van de paparazzo-foto van die persoon toeneemt.”

Enkele grote fotobureaus raakten deze week in opspraak door de betrokkenheid van paparazzi bij het fatale auto-ongeluk van prinses Diana. Het leidde tot verbazing dat enkele van deze gemotoriseerde fotografen niet zelfstandig werkten, maar in opdracht van grote, gerenommeerde internationale fotopersbureaus als Sygma, Sipa en Gamma. De paparazzi lijken in een afnemende fotomarkt voor een financieel gezonde toekomst voor deze bureaus te moeten zorgen.

“Aan gewone persfoto's uit de meest verre uithoeken is geen gebrek meer. Ze zijn er in overvloed terwijl de vraag ernaar juist afneemt”, zegt M. Schut, directeur van het fotopersbureau Transworld dat foto's levert aan bijna alle grote dagbladen, tijdschriften en roddelbladen.

Pag.19: 'Gelukkig lopen fotoboeken goed'

“Dagelijks ontvang ik via datacommunicatie de prachtigste fotoreportages op mijn computerbeeldscherm. Allemaal heel journalistiek verantwoord, maar ik raak ze steeds moeilijker kwijt. De tijd dat tijdschiften een fotospecial van acht pagina's over één onderwerp afdrukten is passé. We leven in een zapcultuur.”

World Press Photo is voorzichtig met uitlatingen over financiële vergoedingen op de persfotomarkt. Deze organisatie beperkt zich tot de jaarlijkse beoordeling van duizenden foto's en looft prijzen uit. Directeur M. Krijnen merkt op dat het wel eens gebeurt dat foto's in de prijzen vallen waarvoor bij bladen helemaal geen interesse bestaat. “Gelukkig komen er steeds meer fototentoonstellingen en verkopen fotoboeken goed.”

Krijnen geeft toe dat dit ontoereikend is om persfotografen dagelijks van een broodwinning te voorzien.

De Fotografenfederatie, een samenwerkingsverband van drie belangenverenigingen voor fotografen, dat adviesprijzen voor foto's opstelt, signaleert ook dat de interesse voor serieuze fotografie afneemt en de prijzen dalen. Secretaris E. de Kam, zegt verbitterd dat dagbladen fotografen afschepen met zeer schamele bedragen. “Bij fotografen ontbreekt vaak de zakelijke instelling om goed te kunnen onderhandelen en daar maken de kranten misbruik van.”

Fotobureaus staan tussen deze twee kemphanen in en proberen, worstelend met fotojournalistieke ethiek toch nog een graantje mee te pikken. Directeur Schut van Transworld hecht grote waarde aan de fototechnische en journalistieke kwaliteit van een persfoto en vindt paparazzifoto's maar niets.

“Ze zijn vaak lelijk en gaan nergens over. Maar ik blijf natuurlijk zakenvrouw en heb verplichtingen jegens onze klanten. Als zij die foto willen afdrukken, leveren wij hem.”

Roel Sandvoort van het fotobureau Hollandse Hoogte ziet met afgrijzen aan hoe naar zijn mening de serieuze internationale fotomarkt afzinkt naar een bedenkelijk ethisch niveau. “Het was een paar jaar geleden ondenkbaar dat gerenommeerde fotobureaus in zee gingen met paparazzi. Maar ook daar lopen de inkomsten uit persfotografie terug. Het negatieve effect is daar groter omdat de oplagen en de financiële belangen veel hoger zijn dan in Nederland.”

Sandvoort vertelt dat in Frankrijk bureaus met specialismen werken, zoals bijvoorbeeld geografie.

Dergelijke organisaties leveren foto's tegen de helft van de prijs die Hollandse Hoogte vraagt. Omdat foto's digitaal zijn verwerkt kan een klant uit Nederland de foto net zo gemakkelijk uit Parijs halen als uit Amsterdam.

Hollandse Hoogte, dat werkt voor 120 Nederlandse freelance fotografen, weet volgens Sandvoort het hoofd boven water te houden door relatief actuele archieffoto's te verkopen aan bladen, bedrijven en hulporganisaties. “Wij hebben als enige bureau de rechten op een portrettenreeks van journalist Joop van Thijn, die woensdag overleed. Contractueel is vastgelegd dat niemand die foto's mag verhandelden. Dergelijke exclusiviteit levert ook hier geld op.”

Ook Transworld ziet de toekomst niet somber in. Directeur Schut heeft onder haar klanten een groot aantal damesbladen. “Vrouwen blijven hun nagels lakken en nieuwe kapsels bedenken. Dergelijke modetrends moeten altijd opnieuw gefotografeerd worden.”