Op de grens van liefde en misbruik

Seksueel misbruik door medepatiënten in psychiatrische ziekenhuizen zou veelvuldig voorkomen. Dat is zwaar overtrokken, vindt de directeur van psychiatrisch ziekenhuis Vogelenzang in Bennebroek. Wel ziet hij problemen ontstaan door de veranderende populatie van de algemeen psychiatrische ziekenhuizen.

UTRECHT, 6 SEPT.De forensisch psychiatrische kliniek Oldenkotte in Rekken beschikt over een 'logeerunit' voor patiënten die 'intiem' met elkaar willen zijn. Getrouwde bewoners en verliefde stellen brengen er, met toestemming van de staf, één nacht door en dat kan worden uitgebreid tot een heel weekend. Een relatietherapeut begeleidt de patiënten en informeert regelmatig of de relatie 'niet te belastend' is. Opdat vrijwillige seksualiteit niet ontaardt in seksuele intimidatie.

In psychiatrische ziekenhuizen voelen vrouwelijke patiënten zich vaak onveilig. Zij zijn bang verkracht te worden of anderszins door hun mannelijke medepatiënten in het nauw te worden gedreven. Beleidsmedewerker I. Peeters van de Stichting landelijke patiënten- en bewonersraden (LPR) wordt naar eigen zeggen regelmatig benaderd door vrouwen met zulke slechte ervaringen. “Als ik met vrouwen uit het circuit praat, gaat het binnen tien minuten over dit onderwerp. Seksueel misbruik is schering en inslag binnen de psychiatrische instellingen”, aldus Peeters. Ze constateerde begin jaren negentig in een onderzoek dat het welbevinden van vrouwen in een psychiatrisch ziekenhuis voor verbetering vatbaar is.

In het psychiatrisch centrum Vogelenzang in Bennebroek zijn de afgelopen maanden diverse vrouwen lastiggevallen door medepatiënten. De politie registreerde vorige week aangiften van drie verkrachtingen en één aanranding.

Begeleid door de ziekenhuisleiding deden de patiëntes zelf aangifte. Het personeel betrapte een patiënt die zich kort na elkaar vergreep aan twee verschillende vrouwen. Volgens directeur W. van Ewijk gaat het hier om een zeldzaamheid.

Een zeldzaamheid bovendien die nauwelijks te voorkomen is. In het ziekenhuis kan men immers vrij rondlopen, vertelt hij. Overal kunnen mannen en vrouwen elkaar tegenkomen. “Daar kun je onmogelijk steeds bij zijn. We proberen een klimaat te creëren waarbij de patiënten zich veilig voelen. 'sNachts zijn er op een afdeling met drieëndertig patiënten ongeveer twee begeleiders. Die staan niet de hele nacht voor de deur te waken, maar zij houden de afdeling wel in de gaten.”

De directeur van Vogelenzang ziet niets in ongemengde afdelingen om op die manier ongewenste intimiteiten te voorkomen. Van Ewijk: “We kunnen de inrichting toch niet gaan dichtspijkeren? In noodsituaties plaatsen we een man met superactieve seksuele gevoelens in een isoleercel. Maar dat is niet vol te houden. Wij zijn geen gevangenis.”

Dat vrouwen zich onveilig voelen binnen de muren van het ziekenhuis, heeft volgens Van Ewijk eerder te maken met de veranderende populatie in de psychiatrische ziekenhuizen. In Vogelenzang werd een vrouw verkracht door een man die juist voor eenzelfde delict in het psychiatrisch ziekenhuis was opgenomen. Tegen de man was tbs geëist, maar de rechtbank achtte de kans op herhaling niet groot en oordeelde dat opname met een rechterlijke machtiging voldoende was. Van Ewijk: “Justitie vindt dat zo'n man behandeld kan worden in de reguliere geestelijke gezondheidszorg. Dan gebeurt er dit en hebben wij het opeens gedaan.” Justitie doet steeds vaker een beroep op de gewone algemene psychiatrische ziekenhuizen (APZ) om delinquenten op te nemen. Ook tbs-patienten die aan het einde van hun behandeling zijn, zouden in een APZ kunnen worden opgenomen om de doorstroom in tbs-klinieken te bevorderen. Van Ewijk: “Er zijn niet genoeg opvangplaatsen voor dit soort veroordeelden. Zij zouden permanent bewaakt moeten worden en daar zijn algemeen psychiatrische ziekenhuizen niet op ingesteld.”

In tbs-klinieken is op het gebied van veiligheid voor medepatiënten uiterste waakzaamheid geboden.

In de Dr. Henri van der Hoevenkliniek in Utrecht ondergaan zo'n tachtig patiënten een door justitie opgelegde behandeling. Vijf à tien procent van de patiënten is vrouw.

Zij verblijven op dezelfde afdeling als mannen die er bijvoorbeeld voor een seksueel delict zitten.

“De omgangsvormen in de forensisch psychiatrische kliniek verschillen van de verhoudingen tussen patiënten in een algemeen psychiatrisch ziekenhuis”, zegtJ. Niemantsverdriet van de Van der Hoeven-kliniek. “De veiligheid binnen onze kliniek staat voorop, omdat juist het onveilige gedrag van die jongens de reden voor opname is geweest. Wij kunnen de veiligheid hier beter waarborgen dan op straat.” Toch overkwam het ook deze kliniek dat een patiënt een poging tot aanranding deed. De zaak werd tot de bodem uitgezocht. Een moeilijkheid daarbij was dat de man zich vermomd had toen hij een vrouwelijke medepatiënt benaderde. Er werd geen aangifte gedaan. En het is daarna niet meer voorgekomen.

Directeur T. Louwe van de Stichting patiënten vertrouwenspersonen heeft geen cijfers van het aantal verkrachtingen of aanrandingen in de klinieken. Incidenteel horen de medewerkers klachten over schofferende opmerkingen, ongewenste intimiteiten, maar van een tendens is volgens de stichting geen sprake. In het jaarverslag over 1996 dat binnenkort verschijnt, zijn 15.000 klachten opgenomen waarvan 44 klachten betrekking hebben op ongewenste seksuele intimiteiten. Louwe: “Daarbij dient gezegd te worden dat patiënten bij ons niet over medepatiënten kunnen klagen want wij zijn een belangenorganisatie. De medepatiënt is ook een cliënt van ons. Klachten gaan dus voornamelijk over de verpleging en de begeleiders in de inrichting.”

En andere organisaties, registreren die geen klachten? Volgens Peeters van de LPR durven vrouwen geen klacht in te dienen bij officiële instanties.

“Zij zijn bang dat hun klacht niet serieus wordt genomen. Dat het aan het psychisch ziektebeeld wordt toegeschreven en vervolgens wordt genegeerd. Dat hoeft je maar één keer te overkomen en je praat er met niemand meer over.”