Mijd de spiegelvan de kapper

Ik ben, dacht ik, niet erg gelovig meer. Maar toch word ik iedere keer als ik een bezoek aan de kapper breng overvallen door een vreemd en loodzwaar zondebesef. Hier hoor ik niet thuis. Dit is het domein van de duivel, schreeuwt een paniekerige stem in mij. De enige manier om deze angst te bezweren is het inachtnemen van een streng ritueel, waarmee ik mij onkwetsbaar maak voor de duistere krachten in de kapperszaak.

Voordat ik aan de beurt ben spel ik altijd minutieus het hoofdartikel in een Nederlands roddelblad over de liefdesband tussen de Kroonprins en zijn Emily.

Daarna klap ik het model van de maand in de Penthouse open en blijft met mijn blik gefixeerd op de foto stil zitten wachten totdat de kapper mij naar zijn stoel wenkt.

Het is, zo is mijn ervaring, de beste manier om weliswaar geknipt en geschoren, maar mentaal ongeschonden de zaak te verlaten.

Wat de oorzaak van dit vreemde gedrag is weet ik niet. Misschien heeft de combinatie van een gereformeerde jeugd en een twintigjarige maatschappijkritische haardracht geleid tot de kappersangst van nu. Veel van mijn generatiegenoten lijden namelijk aan hetzelfde euvel. En wellicht zijn er ook eenvoudige gedragstherapeutische oplossingen voor. Of bestaat er, als het een dieper liggende castratieangst (de Penthouse... !) is, een doeltreffende psychoanalyse. De deskundige mag het zeggen.

Belangrijk is evenwel vast te stellen dat mijn gedrag ook maatschappelijke gevolgen heeft: ik ben, zij het slechts eenmaal in de twee maanden, een actief lid van een smakeloze en gevaarlijke doelgroep. Met mijn rituele onderdompeling in de seks- en sensatiepers wek ik duizenden roddelaars, pornografen en paparazzi tot leven. In mijn naam bezoedelen ze alles wat vroeger in onze cultuur waarheid en schoonheid betekende.

Ja ik ben zelfs, zo heb ik deze week begrepen, ook als incidentele Privé-lezer verantwoordelijk voor de dood van prinses Diana.

Daarom is het straks ook mijn schuld als het Huis van Windsor valt. En als dat valt kunnen Alex en Emily het hier verder ook wel vergeten. Of dan de paarse politiek in dit land nog wat voorstelt, zonder het bindende Oranjegevoel, is vervolgens de vraag.

Al met al roep ik met mijn gedrag in de kapsalon dus meer duistere krachten op, dan ik meen te bezweren. Daarom voel ik mij wel aangesproken door de maatschappijwetenschapper Beunders die maandag op deze pagina opriep tot “een bezinning over de cultuur die wij met ons allen hebben teweeggebracht”. Een cultuur van 'voyeurisme en narcisme', die met geen wet te veranderen is, volgens hem.

Dat laatste lijkt mij ook. Het verbieden van de sensatiepers is een heidens karwei. Want waar ligt precies de grens tussen roddel en relevante informatie, tussen porno en artistieke verbeelding, tussen vuiligheid en kritiek? Om een voorbeeld te geven. Wat getuigt van minder respect voor de een dag daarvoor overleden Prinses van Wales: een foto van het wrak met daarin de slachtoffers van het ongeval, of het hoofdredactioneel commentaar in deze krant waarin de betreurde als volgt wordt geportretteerd: “Ze had niet veel te zeggen - Diana heeft nooit enige artistieke of intellectuele bijdrage geleverd aan het publieke debat - maar ze was van een verlegen schoonheid en ze had altijd die flirtende blik van onschuldig ogende erotiek”?

Voor wie de nuance zoekt is het tweede beeld ongetwijfeld een stuk bevredigender, maar in suggestieve kracht doet het niet onder voor de eerste de beste paparazzi-kiek.

Verbieden is dus te moeilijk.

Een andere mogelijkheid is zelfregulering. De herenkappers in Nederland zouden samen met de verspreiders van leesmappen een convenant kunnen sluiten waarin afgesproken wordt alleen nog de plaatselijke kerkbode, de Donald Duck en de Kampeerkampioen aan te bieden. Maar ik weet niet of de samenleving zo veel zelfdiscipline van de kappersbranche mag vragen. Wie de geschiedenis van de haargroei in Nederland bestudeert, ziet dat de grote opleving in het kappersbezoek begin jaren tachtig samenvalt met de emancipatie van de boulevardpers - het aantal titels vertienvoudigde in die periode - en met, wat nog belangrijker was, het doorbreken van de schaamhaargrens in de mannenbladen.

De seksuele revolutie die zo langharig begon, schiep dus de voorwaarden voor de wonderbaarlijke redding van een van haar eerste slachtoffers: het kappersvak.

De softporno maakte de gang naar de herenkapper minder kwellend en voor steeds meer klanten in de jaren daarna zelfs aantrekkelijk.

Zelfregulering op dit gebied is thans geen reële optie meer.

Dus ligt de conclusie voor de hand. Dezelfde conclusie die talloze commentatoren over de hele wereld deze week met mij hebben getrokken: we zullen het zelf moeten doen.

Als wij intellectuelen ernst willen maken met de bestrijding van het voyeurisme en het narcisme in onze cultuur zit er niets anders op: we moeten minder vaak in de kappersspiegel kijken. Liefst, net als vroeger, helemaal niet meer.