Last Tango in Paris is film die pijn doet

Last Tango in Paris (Bernardo Bertolucci, 1972, Italië/Frankrijk). RTL5, 20.30-23.00u.

Afgelopen maand zag ik voor het eerst in 25 jaar Bernardo Bertolucci's destijds controversiële film Last Tango in Paris terug, in een nieuwe kopie vertoond voor 7000 mensen op de Piazza Grande van Locarno. Het viel niet tegen.

In de herinnering beklijfde vooral het stramien van het succès de scandale uit 1972: een oudere man (Marlon Brando) en een jonge vrouw (Maria Schneider) bedrijven bij herhaling redeloze en anonieme seks in een leegstaand appartement. Ze weten niets van elkaar en gaan nadere kennismaking ook uit de weg. Fameus en klassiek is vooral de scène waarin Brando Schneider gebiedt een pakje boter te halen teneinde de sodomie te vergemakkelijken. Wat ik helemaal vergeten was, of door de schok niet geregistreerd had, was de tekst die Brando, bijna als een blasfemisch gebed, uitspreekt terwijl hij Schneider van achteren penetreert: een woedende vervloeking van gezin, familie en voortplanting. Ook was ik vergeten dat Brando's verbittering wel degelijk gemotiveerd wordt, door de recente zelfmoord van zijn vrouw.

Voordat Bertolucci door jarenlange psychoanalyse en zelfs een periode van professionele inactiviteit en exotische filmprojecten veranderde in een milde, om niet te zeggen: sentimentele oude man, wist hij de haat jegens zijn vader, Italië en familiebanden soms verbluffend vorm te geven.

In Last Tango in Paris vervullen de enige Italiaanse acteurs, Massimo Girotti en Maria Michi, bij uitstek negatieve rollen, verbonden met het verleden. Briljant is de apotheose, het afscheid van de onmogelijke gelieven, op de dansvloer van een door etiquette en regels beheerst tangopaleis. Ze grommen, rollen, bonken, schreeuwen en duwen iedereen opzij. Dit is niet alleen een film over pijn en woede, dit is een film die zelf pijn doet.