Kort geding wordt laatste strohalm voor gezin Gümüs

AMSTERDAM, 6 SEPT. De Turkse familie Gümüs heeft gisteren een kort geding aangegrepen als laatste strohalm om niet te worden uitgezet. Namens het gezin eiste advocaat F. Bruggink voor de Amsterdamse rechtbank dat de familie in Nederland mag blijven in afwachting van twee nog lopende beroepsprocedures.

Landsadvocaat A. van Leeuwen stelde evenwel, dat er voor de familie Gümüs geen hoop meer is nu de Tweede Kamer heeft besloten de 'witte-illegalenregeling' niet aan te passen. Bovendien heeft de rechter bepaald dat de argumenten die de familie heeft aangevoerd niet kunnen leiden tot toelating, aldus de landsadvocaat.

Gümüs en zijn vrouw waren niet bij de zitting aanwezig. “Ze waren emotioneel gezien niet in staat te komen”, aldus Bruggink. De familie had, naast de strijd die op het politieke front werd gevoerd, nog een beroep op grond van humanitaire redenen lopen tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning.

Het gaat hier om de gevolgen voor de zeven- en dertienjarige zoons, die volgens Bruggink psychisch en intellectueel schade zullen ondervinden als ze hun school in Nederland niet kunnen afmaken. De landsadvocaat weersprak dat. “Er gaan zoveel kinderen op die leeftijd naar het buitenland.”

Daarnaast heeft Gümüs bezwaar gemaakt tegen de weigering van justitie hem een arbeidsvergunning te geven omdat hij zelfstandig ondernemer is. Volgens zijn advocaat kan Gümüs een beroep doen op het Europees Vestigingsverdrag. Daarin staat dat burgers van verdragsstaten 'op voet van gelijkheid' met eigen onderdanen moeten worden behandeld als het gaat om 'het uitoefenen van op winst gerichte activiteit'.

Nederland en Turkije hebben beide dit verdag ondertekend. De landsadvocaat bestreed deze visie.

In het verdrag is volgens hem geregeld dat landen hun eigen vreemdelingenbeleid mogen voeren.

De rechter zei te overwegen van haar bevoegdheid gebruik te maken om in beide procedures een definitieve uitspraak te zullen doen, zodat voor de familie Gümüs aan de laatste onzekerheden een einde komt. De rechter doet 10 september uitspraak. Dat is de dag waarvan staatssecretaris Schmitz (Justitie) heeft bepaald dat Gümüs en zijn gezin het land uitmoeten. De landsadvocaat liet weten dat het niet op een dag zal aankomen.

Overigens wil burgemeester Patijn niet tot uitzetting overgaan voordat hij op 16 september met de gemeenteraad heeft overlegd over mogelijk verstoring van de openbare orde. Volgens A. Versnel van het actiecomité 'Gümüs Moet Blijven' heeft de vreemdelingenpolitie de garantie gegeven dat het gezin ruim de tijd krijgt om zijn zaken te regelen. “Schmitz mag het dan wel steeds over 10 september hebben, maar dan weet ze nog niet hoe het in Amsterdam werkt.”