Klompendans

En altijd weer komen ze terug met dezelfde vraag: begrijpt u iets van het Oranje-gevoel, meneer? Ja, zeg ik dan: het is het beeld en het verhaal van een klompendans, bitterballen met strik, heel veel volk in oranje sokken en op sandalen. En daar overheen koningin Beatrix als zwevend hemellichaam. Met een lichtjes gescleroseerde glimlach die nog etherischer is dan het verdriet van Boudewijn. Dat hoort Ivo Niehe niet graag. In zijn wenkbrauwenspel schuilt misprijzen: nou ja, een Belg.

De stoffelijke resten van Lady Di wijzen de weg. Het echte Oranje-gevoel schreeuwt om een tranendal als decor. Als rampspoed door het land raast, ontstaat verbondenheid, mobilisatiekracht en vergevinsgezindheid. De natie is dood, leve de oorlog. Watersnood: altijd goed om het Oranje-gevoel te laten volstromen.

De successen van Ajax hebben ooit tot een Amsterdamse parade geleid, niet tot een verhevigd Oranje-gevoel. Het echte Oranje-gevoel is weg. Verpoldermodeld. Afgestorven aan dat domme kluwen van commercie, sponsoring, welstand en grootspraak. De geschiedenis zal streng oordelen: sinds het Oranje-gevoel gekoloniseerd is door de magnetische schater van Erica Terpstra heeft het zichzelf vernietigd. Wat blijft is pseudo-opwinding, à la carte.

Nederland-België dus.

Ineens wordt een interland weer een gebeurtenis van formaat. Beladen met historie, zeggen de beroepsromantici. De populaire kranten kraaien dapper mee. Ronkend berichten ze over de slag der Lage Landen die er aan komt. Reken maar op vuurwerk in een ziedende Kuip. Op moffenhaat sui generis. Met als speciale attracties: Kluivert en De Bilde.

Ik ben al moe voor het eerste fluitsignaal.

Slag der Lage Landen? Sinds wanneer hebben de tricolore elftallen het primaat van het clubvoetbal weer naar zich toegehaald? Het gaat in deze voetbalwereld toch om de Champions League, om televisierechten, om transfers en een dak boven het gras. Nederland-België is een incident. Relevant voor de WK-kwalificatie, maar niet meer dan dat.

Interlands spraken tot de verbeelding toen er nog geen televisie was. Radio is überhaupt dramatischer dan honderdentien camera's die alleen maar kunnen onthullen dat de stand der mensen in dit deel van de wereld geuniformiseerd is. Wat is het verschil tussen Mpenza en Seedorf?

Of tussen Ronald de Boer en Enzo Scifo? Het zijn allemaal wereldburgers op noppen. Getraind in de - alweer commercieel voorgeschreven - afwisseling van bravoure en bescheidenheid, van georganiseerde naastenliefde en killersinstinct. Vroeger, toen Ronald Koeman nog international was, had het Nederlands elftal een vlag: de ultra-witte ascese van zijn gezicht. Dat had niet een Rode Duivel. Belgen liepen rond met blosjes op de wangen. Dat was vroeger. Vraag het aan madame Tussaud, zij zal u zeggen dat Jaap Stam en Franky Vanderelst perfect inwisselbaar zijn - tot in het bot.

Allicht zijn er een paar cultuurverschillen. Maar ook weer niet interessant genoeg om ze te vereeuwigen in clichés. Het zal wel dat Nederlanders schraler in de handdruk zijn, minder zoenen, en toch meer met de mond dan met het hart juichen.

Natuurlijk zijn Belgen genetisch veroordeeld tot mandekker.

Daar hebben ze ook het verleden voor. Zelfs bondscoach Georges Leekens - in arrogantie de gelijke van Leo Beenhakker - is geboren met de ziel van de knecht.

Dat vind je bij vlagen, of beter gezegd in een waas, terug in de manier van voetballen. Frivole houterigheid versus in zichzelf gekeerde bomen. Meer verschil is er niet.

Of toch?

Guus Hiddink weet het nog niet, maar Oranje heeft af te rekenen met het paard van Troje: Dennis Bergkamp. Afgezien van zijn superieure klasse, een Belg pur sang. Blozend om aandacht, afwerend in het verkeer met paparazzi, verwonderd over zijn miraculeuze bevliegingen, eeuwig verliefd op vrouw en kinderen. Als de Lage Landen ooit geintegreerd of gefuseerd worden, hebben we alvast een koning: Dennis I. De verstotene van Inter, de weemoedige van Orlando, de gefolterde van het Amsterdamse yuppen-plebs heeft zich bij Arsenal op zijn eigen, geniale hoogte getild. Het verbijstert mij steeds meer dat Dennis nog Nederlands spreekt.

Vanavond gaat het niet om Hiddink en Leekens, niet om de Nationale Nederlanden en de Generale, het gaat om de glorie van Dennis. Voor hem wil ik, bij voorbaat, heel diep buigen.

Zonder vlag.