'Kim Il-sung is ook in Z-Korea een held'

Vandaag praten Japanners en Noord-Koreanen in Peking over het lot van Japanse vrouwen die ooit met hun Koreaanse echtgenoten noordwaarts zijn gereisd. Gesprek met een Noord-Koreaan in Japan.

TOKIO, 6 SEPT. Een groot portret van de overleden Noord-Koreaanse leider Kim Il-sung en zijn zoon Kim Jong-il verwelkomt bezoekers in de ruime hal van het hoofdkwartier van de Vereniging van Koreanen in Japan.

Het pand functioneert als een informele ambassade van Noord-Korea en de vereniging adviseert de Noord-Koreaanse regering aangaande de relatie met het gastland. Officiële banden hebben beide landen niet, maar gesprekken daarover komen dezer dagen langzaam op gang.

De enkele honderdduizenden Koreanen in Japan zijn hoofdzakelijk afkomstig uit het zuidelijke deel van het Koreaanse schiereiland, maar toch oriënteert deze vereniging zich op Noord-Korea. “Alleen de noordelijke regering heeft historisch gezien legitimiteit als Koreaanse regering”, zegt woordvoerder So Chun-on. “Zelfs Roh Tae-woo (Zuid-Koreaans generaal en president van 1987 tot 1992) heeft eens gezegd dat hij als scholier bewondering had voor de vrijheidsstrijder Kim Il-sung”, meent So.

Net als elders in Azië vermengden in Korea nationalisme en communisme zich in de strijd voor bevrijding van het koloniale juk. Enkele maanden na de Japanse overgave in 1945 vond het Amerikaanse leger bij aankomst in Korea een nieuwe, onafhankelijke regering die bij voorbaat verdacht was en meteen aan de kant werd gezet. De VS vertrouwden het bestuur over het zuiden liever toe aan Koreanen die met de Japanners hadden gecollaboreerd. AAn het einde van de jaren veertig - voordat de bloedige Koreaanse Oorlog met het communistische noorden uitbrak - leidde dit Amerikaanse beleid tot tienduizenden doden bij de onderdrukking van verzet in zuidelijk Korea. Met als gevolg dat een deel van de Koreanen die in Japan zijn achtergebleven meer loyaliteit toont jegens Noord-Korea dan tegenover de regeerders over hun geboortegrond: Zuid-Korea.

Als tegenhanger van deze Noord-Koreaanse vereniging is later een club in het leven geroepen die sympathiseert met het zuidelijke regime.

Het hoofdkwartier van de Vereniging van Koreanen in Tokio heeft een ongenaakbare uitstraling. Het negen verdiepingen tellende gebouw is geheel ommuurd. Slechts een zwaar metalen hek biedt toegang, een videocamera registreert de bezoeker, waarop het hek langzaam openschuift. Deze atmosfeer strookt geheel bij de voortdurende Koude Oorlog in Noordoost-Azië, maar andere signalen doen dat niet.

Een groep plaatselijke politici uit Tokio vertrekt eind oktober naar de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang en “als Tokio willen we een zusterstad-relatie met Pyongyang aangaan zodra beide landen diplomatieke betrekkingen hebben aangeknoopt”, zegt desgevraagd Shidejiro Kawai, raadslid in Tokio en al twee keer eerder te gast in Pyongyang. Ideologie is slechts een storende factor in de relatie tussen beide landen: alleen de Communistische Partij in Tokio is tegen een dergelijke vriendschapsband met Pyongyang wegens ideologische scherpslijperij onder communisten onderling.

“Of het zal komen tot diplomatieke betrekkingen is geheel afhankelijk van de Japanse opstelling”, zegt woordvoerder So Chung-on in het hoofdkwartier in Tokio. “Verontschuldigingen voor de oorlog en herstelbetalingen zijn voorwaarden voor Noord-Korea en de Japanse regeringspartijen hebben al met dat principe ingestemd.” Deze instemming bereikten Noord-Korea en de Japanse Liberaal Democratische Partij (LDP) tijdens een opzienbarende reis van de inmiddels overleden LDP-veteraan Shin Kanemaru naar Pyongyang in 1990. De hoogte van herstelbetalingen is echter nog niet vastgesteld en So wil slechts kwijt dat “als we het bedrag dat ooit aan Zuid-Korea is betaald omrekenen naar de huidige waard, we uitkomen op 1 biljoen yen” (zo'n 17 miljard gulden).

Dit bedrag zou een aardige opsteker zijn voor Noord-Korea. Het land heeft grote economische problemen sinds de ineenstorting van het communistische blok,gevolgd door twee jaar van overstromingen en vernielde oogsten. “Noord-Korea heeft binnen het socialistische systeem een beleid van autarkie wilen volgen”,zegt So met een verwijzing naar de Noord-Koreaanse Juche-ideologie, die autarkie proclameert. “Maar desondanks is het land voor 30 procent van zijn behoeften afhankelijk van het buitenland. En nu de socialistische wereld niet meer bestaat, heeft Noord-Korea het bijzonder moeilijk. Nu gelden op de wereldmarkt slechts de kapitalistische wetten.”

De contacten van Noord-Korea met de kapitalistische economie begonnen pas aan het eind van de jaren tachtig en aanvankelijk waren de Noord-Koreanen volgens So “zeker amateurs”. “Op verschillende gebieden heeft men veel moeten leren,deels door met onze vereniging samen te werken.” Volgens sommige schattingen vloeien er jaarlijks tientallen miljoenen dollars vanuit de gemeenschap in Japan naar Noord-Korea. So wil daarover alleen dit kwijt: “Uiteindelijk is het onmogelijk dat wij vanuit Japan de gehele Noord-Koreaanse economie ondersteunen.”

Hulp moet uit het buitenland komen en volgens So is een en ander zeer aantrekkelijk voor Japan, dat immers via Noord-Korea een veel kortere verbinding krijgt met Noordoost-China. Japanse bedrijven zijn grote investeerders in die regio, die rijk is aan grondstoffen. Het socialistische systeem wil men in stand houden, maar het kapitalisme kan terecht in de speciale economische zone in Rajin-Sonbong - “waar helaas nog veel infrastructuur ontbreekt” - en via joint-ventures ook in de rest van het land.Een lokkertje is het geld dat Noord-Korea dankzij Japanse herstelbetalingen in de toekomst wellicht te besteden heeft, want dat is voor het bedrijfsleven “toch een zeer appetijtelijk verhaal”.

Voorlopig is dit slechts toekomstmuziek, want een opening van Noord-Korea is nog ver weg. De trots is groot en als men “een opening tracht te forceren wordt het oorlog”, aldus So. De VS en Japan zijn grotere, en dus bedreigender machten dan Noord-Korea zelf en daarom moeten eerst deze grootmachten een welwillender houding aannemen.

Rechtstreekse gesprekken met antagonist Zuid-Korea zijn pas weer mogelijk als de huidige zuidelijke president, Kim Young-sam, na de verkiezingen later dit jaar van het toneel verdwijnt. “Kim Young-sam zou in 1994 direkte gesprekken hebben met Kim Il-sung”, memoreert So. “Toen Kim Il-sung in dat jaar plotseling overleed heeft Kim Young-sam geen deelneming betuigd. Hij heeft zelfs iedere uiting van rouw in het zuiden onderdrukt. Terwijl Kim Il-sung ook voor veel Koreanen in het zuiden een volksheld is die heeft gevochten tegen de Japanners.” De gesprekken zouden moeten gaan over “één land, twee systemen”. Want mocht het zuiden hopen op een Noord-Koreaanse ineenstorting om vervolgens het noorden “op te slokken”, dan zal het bedrogen uitkomen, meent So. “Als ze dat proberen, wordt het oorlog.”