'Het Journaal laat nog veel te weinig emotie zien'

De hoofdredacteur presenteerde deze week zijn plannen voor het NOS-Journaal nieuwe stijl. Hij wil op termijn minder bulletins per dag, minder buitenlandse- en politieke berichtgeving, en meer regionaal nieuws.

In een column in het Algemeen Dagblad schreef Nico Haasbroek op 12 december 1987: “De bureaucratie die er heerst is fnuikend. (...)

Gezag is wat ik bij het NOS-Journaal mis. Daar moet gewoon een ouwe knakker a la Walter Cronkite zitten. En die is er niet. Alleen Joop van Zijl komt een beetje in de buurt. (...) De rest is amateuristisch.''

Tien jaar later kan hij er nog steeds om grinniken, zij het met enige spijt in zijn staalblauwe kijkers. Tegenwoordig maakt hij zélf deel uit van het establishment waar hij voorheen als hoofdredacteur/directeur Radio Rijnmond zo heerlijk tegenaan kon trappen. Anno 1997 is híj de baas van het Journaal. Een opmerkelijke carrière-move voor een man die wel eens Machiavellistisch leiderschap is verweten.

'Werken voor het Journaal is een voorrecht. In Albanië zijn de secundaire arbeidsvoorwaarden voor journaal-medewerkers aanmerkelijk minder gunstig', timmerde hij bij zijn aantreden als één van tien stellingen op de deuren ter burele. Met dezelfde flair waarmee hij 'zijn Radio Rijnmond' ('een kruising tussen VPRO's Het Gebouw en AVRO's Arbeidsvitaminen') omturnde van regionaal sufferdje tot life line van de Rotterdamse regio, leidt hij nu het Journaal.

Hij wil verrassender, eigentijdser en origineler bulletins gaan maken, met meer oog voor trends in de samenleving. Binnenlands- en regionaal nieuws krijgt daarin prioriteit boven buitenlandse- en politieke berichtgeving. Daarmee volgt hij de trend die al langer bij de Angelsaksische nieuwsbulletins en die van de commerciële omroepen is waar te nemen.

Ook met andere jarenlange tradities breekt hij. Zo wil hij The man in the street vaker op onderwerpen laten reflecteren in plaats van de voor de hand liggende deskundigen, woordvoerders en ministers.

Het Journaal moet dichter bij de mensen, en verder van de instituties gebracht worden. Verplichte 'agenda-journalistiek' gaat op de schop. Haasbroek wil de redactie zélf de volgorde en belangrijkheid van nieuws in het Journaal laten bepalen.

Het is voor het eerst dat een hoofdredacteur zo voortvarend de bezem haalt door het gedachtengoed dat bij het instituut Journaal al jaren de wet bepaalt. Hij sust de kritiek dat hij daarmee de onafhankelijkheid van het journaal opoffert aan de waan van de dag.

“Het Journaal blijft het belangrijke nieuws gewoon op de gebruikelijke manier brengen. De eerste vijftien minuten zullen nauwelijks veranderen. In de rest van de uitzending zullen wijzigingen geleidelijk worden ingevoerd.”

In zijn koersplan, getiteld Voor Verbetering Vatbaar, zet hij de plannen uiteen. De taal die hij hierin bezigt, reflecteert zijn flamboyante stijl. Zo hekelt hij de praktijk om vaste bulletins te laten wijken voor uitlopende sportevenementen en beschimpt hij degenen die menen dat berichtgeving over kindermoorden ongewenst is. Hetzelfde lot treft de critici die het doden van biggen buiten de publiciteit willen houden, de camera uit de rechtszaal willen weren of vinden dat geweld op televisie door middel van een code aan banden gelegd moet worden. “De overheid moet niet op de stoel van de hoofdredacteur willen zitten”, is zijn oordeel.

Hij heeft lol in het slechten van heilige huisjes. Op termijn wil hij dat de actualiteitenrubrieken van de publieke omroep als Nova, Netwerk, Middageditie en 2 Vandaag elkaars primeurs gaan overnemen en naar elkaar verwijzen. “Als ik van NOVA drie minuten beeldmateriaal kan overnemen, kan ik het geld dat ik daarmee uitspaar, weer voor ander nieuws gebruiken. Andersom geldt ook, dat als wíj een primeur hebben, Netwerk daarop kan voortborduren.”

Het Journaal als nieuwsjager?

De revolutie lijkt compleet. Onder Haasbroek's leiding is het tijdperk dat het Journaal geen nieuws mocht maken omdat het anders de actualiteitenrubrieken in de wielen zou rijden, blijkbaar voorbij. 'BEL in geval van belangrijk nieuws', staat er achterop zijn nieuwe visitekaartje.

“Eigenlijk wil ik ook wel wat minder bulletins per dag”, geeft hij toe in zijn nieuwe, door Dorine en Joan de Vos ingerichte werkkamer in Hotel New York-stijl te Hilversum. “Maar dat is moeilijk te realiseren. Het Journaal wordt namelijk niet alleen uitgezonden op tijden dat mensen behoefte hebben aan nieuws, maar óók omdat er op verschillende netten programma's omheen geprogrammeerd kunnen worden. Heel begrijpelijk natuurlijk, maar dat maakt het wel heel gecompliceerd.”De kakelverse hoofdredacteur lijkt een aantal Hilversumse beperkingen al voor lief genomen te hebben.

Hij spreekt tegen dat hij een revolutie ontketent. Toch zijn de gevolgen van zijn aanpak af en toe al voor de kijker zichtbaar. Zo werd kort geleden in het Journaal een emotionele nabestaande van één van de dodelijk verongelukte slachtofffers van de busramp in Egypte gefilmd, een dag na het ongeluk. Ook kon de kijker onlangs een ernstig zieke man in het journaal bitter horen klagen over de nieuwe nabestaandenwet. Als hij na 1 juli 1998 sterft, zal zijn vrouw haar recht op een weduwenuitkering oude stijl verliezen. “Moet ik dan nu maar vast sterven?”, registreerde de camera.

“Ik ga niet zeggen dat emotie per definitie verboden is”, zegt Haasbroek. “Ik vind dat het Journaal daarvan nog veel te weinig laat zien. Niet dat de lens er altijd bovenop moet, het kan ook van iets verder af. Maar ik vind wel, dat je alles wat nieuws is, moet kunnen tonen.”

Zijn 'nieuws is nieuws-benadering' hanteert hij zonder mededogen. “Als ik al die Gümus-items zie, krijg ik iets recalcitrants. Het engagement dat er uit spreekt kan ik heel goed begrijpen, maar heeft inmiddels niets meer met nieuws te maken. Het enige waar wij aandacht aan moeten besteden is waarom die familie het land uitmoet. Ik weet dat ik me niet populair maak met dit soort uitspraken, maar ik vind dat je er objectief naar moet kijken.”

Rest nog de vraag wanneer hij, volgens goed gebruik in de Haasbroek-clan, zijn een-eiïge tweelingbroer Jan uitnodigt om naar het Journaal te komen. Zo haalde Nico zijn confrère achtereenvolgens naar de plaatselijke krant in Amersfoort, naar de VPRO in Hilversum en ten slotte naar Radio Rijnmond in Rotterdam.

Hij peinst quasi voor zich uit.

“Misschien is Jan wel iets voor die Raad van Bestuur die de publieke omroep volgens de nieuwe mediawet moet gaan besturen. “Dat zou hij heel goed doen. Hierbij stel ik hem kandidaat. En dan gaan wij zorgen dat het allemaal in orde komt.”