Giardini Hanbury

Elizabeth von Arnim heeft in The Enchanted April aan het verlangen van noorderlingen naar Italië een definitieve vorm gegeven. Het begint met een jonge vrouw in Londen die een Italiaans kasteeltje geadverteerd ziet, te huur 'met blauweregen en zonneschijn'.

Het boek is ook verfilmd: je ziet de overgang van de Londense grauwsluier naar het sprookjesachtige moment dat op de eerste ochtend in het Italiaanse paleisje de luiken opengaan: het zuidelijke gouden licht, de flonkerende zee en de blauweregen - en een flinke dosis geraniums. Het is een schitterende fantasie die je doet dromen van Italiaanse tuinen en villa's; toen ik deze zomer een bezoek bracht aan een bepaalde Italiaanse tuin, leek het soms of ik die film was binnengewandeld.

Het was bijna zoals het opengaan van die luiken: wanneer je de Giardini Botanici Hanbury binnengaat in La Mortola (bij Ventimiglia) betreed je een andere wereld. Om Charles Quest-Ritson, die de tuin heeft beschreven, te citeren: “Een van de grote belevenissen in het leven van een tuinliefhebber is de poort van Villa Hanbury binnengaan en de tuin ontdekken die zich uitstrekt naar beneden, een grote beboste heuvel, 259 treden omlaag, eerst steil en daarna glooiend, tot aan de rotsige kust - een betoverd landschap van palmen, cypressen, olijfbomen, palmvarens en judasbomen dat zich uitstrekt tot aan de dennen langs het strand.”

De tuin ligt aan zee, net over de grens tussen Menton en Ventimiglia. Komend van de overvolle wegen en stranden van de Riviera sta je plotseling in dit bijna lege paradijs: er waren nauwelijks tien bezoekers toen wij er waren. En daar, tussen de palmen en cypressen, de oervegetatie uit de betere klimaten, ben je in feite in een Engelse tuin; heel intrigerend. De familie die deze tuin heeft aangelegd was Engels; de eerste eigenaar, Thomas Hanbury (1832-1907) was een Quaker die zijn fortuin gemaakt had in Sjanghai en zich vestigde in La Mortola.

Hij moet al op jeugdige leeftijd een fabelachtige rijkdom vergaard hebben. In die omstandigheden een huis kopen aan de Riviera was niet zo ongebruikelijk: het ongebruikelijke was er een soort privé botanische tuin van te maken.

Hanbury deed dat met de hulp van zijn broer Daniël, die botanicus en apotheker was. Daniël Hanbury wist welke planten aan te schaffen - hij was geïnteresseerd in nuttige gewassen, zowel medicinaal als economisch - en Thomas was in staat allerlei exotische planten te bestellen dankzij zijn contacten in het Verre Oosten. Er werd marquisa, djamboe, jujube en papaja geplant, en kleurstof-, was- en Japanse lakgevende planten, en er kwam een ongelofelijk aantal citrussoorten. Ze hadden eucalyptus, veel soorten palmen en honderden cactussen en vetplanten. In een aantal gevallen is La Mortola de meest noordelijke plek waar de betreffende plant gekweekt kan worden.

De gebroeders Hanbury waren filantropen; Thomas stichtte scholen voor de plaatselijke kinderen, schonk de universiteit van Genua een heel botanisch instituut en vermaakte later de tuinen te Wisley aan de Royal Horticultural Society. De Hanburys onderhielden nauw contact met The Gardeners Chronicle en er ontstond een traditie om een lijst te publiceren van alle planten die op 1 januari op La Mortola in bloei stonden. Het was begonnen met wat bloeide tijdens de maand januari (103 in 1874, 516 in 1886) maar ten slotte, misschien in antwoord op een verkleumd tandenknarsen uit Engeland, beperkten ze zich tot 1 januari: 405 in 1898 - en 232 in 1985.

Ze publiceerden ook een lijst van alle planten in de tuin, Hortus Mortolensis, en een zaadlijst, Index Seminum Mortolensis. Veel planten in de tuin waren schenkingen van kwekerijen, plantentuinen en vrienden; deze traditie werd voortgezet door hun verzameling ook beschikbaar te stellen voor anderen. Er werden ook wetenschappelijke experimenten ondernomen, zoals het introduceren rond 1890 van de vlinder Pronuba yuccasella, het enige insect dat in staat is yucca te bevruchten. Quest-Ritson beschrijft hoe daarna iedereen ijverig naar het vlindertje speurde, maar doordat het zo klein was en het zich alleen 's nachts gedurende een paar maanden per jaar vertoonde, bleef nog geruime tijd onduidelijk of het zich gevestigd had. Maar zij bleek zich van haar plichten te hebben gekweten toen in 1897 en 1898 bleek dat de yucca's zaad hadden gevormd, waarschijnlijk voor het eerst in Europa.

De tuin die je nu ziet - een flinke expeditie, nog dagen later voelde ik mijn benen door de steile hellingen - is niet helemaal dezelfde als in Thomas Hanburys tijd. Allerlei veranderingen werden aangebracht door zijn schoondochter, Dodo Hanbury. Zij moet een ongemakkelijk personage zijn geweest:“Zelfs nu, dertig jaar na haar dood”, schrijft Quest-Ritson, “is het moeilijk iemand aan de Riviera te vinden die een goed woord voor haar over heeft.” Maar hij erkent dat zij de tuin verbeterd heeft, ondanks haar aankondiging dat “de meeste tuinen te veel planten hebben”. Zij prefereerde kleurenmassa's boven rijen zeldzame gewassen met etiketten, schrijft hij in The English Garden Abroad; zij veranderde de layout, liet veel van de paden rechttrekken, creëerde betere vista's en voegde een Italiaans accent toe met “trappen, bassins, fonteinen, balustrades, vazen, zuilen en beelden”.

Als toevallige bezoeker kun je niet vaststellen wie waarvoor verantwoordelijk was, en het doet ook niet terzake. Aan Dodo Hanbury was te danken dat de tuin behouden bleef na de oorlog, en in 1960 schonk zij hem aan de Italiaanse staat.Na verschillende peripetieën, waaronder een periode waarin de tuin totaal aan zijn lot werd overgelaten, kwam hij in het bezit van de universiteit van Genua en is nu weer min of meer tot bloei gekomen; daarmee is het waarschijnlijker dat het weer een botanische tuin zal worden zoals in de dagen van Thomas Hanbury dan een siertuin zoals later was ontstaan.

Maar het bezoek is hoe dan ook een fantastische belevenis. De beplanting varieert tussen reusachtige (en tamelijk afschuwelijke) cactussen tot een omsloten tuin van kleine aromatische planten, en het uitzicht van een holle Romeinse weg die dwars door de tuin loopt tot een kleine marmeren belvedère, uitziend over de tuin en de zee, weggelopen uit een schilderij van Alma-Tadema.Een tropische tuin in Europa, een Engelse tuin in Italië en bovenal een blik in het paradijs.