Dorp vreest ondergang door zandwinning

De provincie Gelderland levert veel te veel zand, concludeerde deze week een speciale commissie. Gloort er hoop voor de inwoners van Maasbommel, die fel tegen zandwinning zijn?

MAASBOMMEL, 6 SEPT. Vanaf de dijk, zover het oog reikt, liggen de maïs- en graslanden in de zon. Het zal allemaal veranderen in water, zegt actievoerder B. Lippens met een schamper lachje. Hier komt het veelbesproken zandgat van Maasbommel, een Gelders dorp van 1.100 inwoners in het Land van Maas en Waal. Een zandwinning, die al tien jaar geleden werd aangekondigd, en die de omvang zal krijgen van een kleine binnenzee.

Tien jaar lang liep het dorp te hoop tegen de zandwinning. Het is gevaarlijk en onnodig, zeiden de dorpelingen. Bovendien zal Maasbommel veranderen in de appendix van Nederland, een wormvormig aanhangsel, ingeklemd tussen de Maas, het eerder gegraven zandgat De Gouden Ham en het nieuwe zandgat, dat een totale omvang van meer dan 300 hectare krijgt. Maar de procedures lopen op hun einde. De Raad van State zal naar verwachting tegen het einde van dit jaar de laatste bezwaren behandelen, waarna de ontzanders medio volgend jaar waarschijnlijk de vergunning tegemoet mogen zien.

Het dorp maakt zich op voor 'straks'. Transportbedrijven hebben zich al teruggetrokken uit het gebied omdat Maasbommel 'straks' te moeilijk bereikbaar zal zijn. Dorpeling maken zich zorgen over de schoolgaande jeugd en over de winkels die 'straks' wellicht zullen verdwijnen.

De vreugde was daarom groot deze week in Maasbommel, toen de zogeheten Commissie Zand in een rapport concludeerde dat de provincie Gelderland de komende jaren veel te veel beton- en metselzand zal leveren. En dat was een opmerkelijke conclusie, want er werd jarenlang van uit gegaan dat de provincie te weinig kon leveren - reden waarom er nieuwe zandgaten moesten worden ingetekend op de provinciale landkaart. Volgens de commissie, opgericht naar aanleiding van onvrede over het gevoerde zandwinningsbeleid in Gelderland, heeft de provincie op 1 januari 1999 een vergunde winvoorraad van 130 miljoen ton, het dubbele van de hoeveelheid die door het rijk is opgelegd voor de periode tot en met het jaar 2008.

Voorzitter R. Janmaat van de commissie verwijt het college van gedeputeerde staten onduidelijk beleid. “GS hebben provinciale staten nooit helder gepresenteerd hoeveel zand er wordt gewonnen.

Het college wist hiervan, maar heeft verzuimd de staten op een duidelijke manier op de hoogte te stellen.” Volgens de commissie ontstaat er als gevolg van het gevoerde beleid een situatie die “niet langer verantwoord” is. De zandwinningen tasten het landschap aan en zorgen voor veel maatschappelijke onrust.

De commissie heeft GS inmiddels wel een aantal alternatieven aan de hand gedaan om het beleid bij te stellen: meer gebruik van alternatieve grondstoffen, zoals breekpuin en granulaat, geen nieuwe vergunningen en bestaande vergunningen niet te verlengen. En Maasbommel? Janmaat: “Als we dit in 1992 hadden geweten, was het niet zo ver gekomen. Nu zullen we ons uiterste best doen om te komen tot een kleiner zandgat. Het wordt moeilijk, maar we zullen alles op alles zetten.”

In zijn Maasbommelse woonkamer, de tafel bezaaid met papieren die te maken hebben met de zandwinning, toont agrariër J. Carpay zich verheugd over de woorden van Janmaat. Hij is één van de mensen die nog een zaak heeft lopen bij Raad van State, omdat hij tien hectare grond pal aan de plas heeft. De bezwaren van Carpay komen er op neer dat er geen fatsoenlijke schadevergoeding wordt gegeven, dat een dergelijk grote zandput, met een zwakke ondergrond, gevaarlijk is voor Maasbommel, en dat “het landschap voor eeuwig verloren zal gaan”, zoals het in kapitalen in het bezwaarschrift aan Raad van State staat. “De zandwinning is niet noodzakelijk”, zegt Carpay. “En waarom luisteren ze eigenlijk niet naar de bevolking? De weerstanden zijn toch niet voor niets zo groot?” Zijn vrouw voegt daaraan toe: “Het lijkt me de omgekeerde wereld. Overal proberen de mensen van zand bouwgrond te maken, hier maken ze van uitstekende bouwgrond zand en water. Ze lijken wel gek.”

Woordvoerder Lippens van de Witte Coalitie, de verzameling van de maatschappelijke groeperingen die tegen de ontzanding is, is dan al opgetrommeld. Het pleziert hem, zegt hij, dat de commissie nu eindelijk tot dezelfde conclusie komt als de Witte Coalitie drie jaar geleden in een petitie aan de Tweede Kamer. “Toen hebben we al gezegd dat de provincie veel te veel zand levert.”

Tijdens een ritje op de fiets met Lippens wordt duidelijk hoe omvangrijk de plas is. Er om heen rijden duurt drie kwartier. En al die tijd praat Lippens over de bezwaren tegen de plas. Als ingenieur, die bovendien geschiedenis heeft gestudeerd, laat hij zich niet met een kluitje in het riet sturen. “Die ontzanders sturen de advocaten op de boeren af om hen met veel geld uit te kopen. De mensen hier zijn gezagsgetrouw en bedeesd. Maar mij verkopen ze geen knollen voor citroenen. De ontzanding wordt een ramp.” De opmerkingen van Janmaat stemmen hem enigszins hoopvol, “al zullen de ontzanders alles in het werk stellen om door te kunnen gaan. Als die eenmaal graven, houden ze niet meer op.”

In een officiële reactie geeft Nederzand bv, de firma die het zand uit de put zal halen, Lippens met zoveel woorden gelijk. Het bedrijf heeft 'met verbazing' kennis genomen van het rapport van de Commissie Zand. Er is volgens de woordvoerder namelijk helemaal geen sprake van een tekort. Door “procedurele vertragingen zal het project Maasbommel pas in 1999 operationeel zijn. Bovendien heeft de commissie vergeten dat we de afgelopen jaren een tekort hebben opgelopen. We moeten dus wel doorgaan.” Lippens lacht zijn schampere lachje. “Straks zijn de ontzanders weg en zitten wij met de problemen.”