De warme aandacht van de vier-plusser

'JE HEBT EEN heel verantwoordelijke taak. Je bent er voor de brugklassers, zij gaan voor, ook al ben je moe of heb je even geen zin.' De zestienjarige Thera van Heuveln, leerling in vijf atheneum van scholengemeenschap Laar & Berg in Laren, heeft zich voor het tweede jaar aangemeld als 'vier-plusser'. Ze is een van de zestig leerlingen uit de vierde klas en hoger die volgende week als begeleider meegaan met het brugklassers-kamp op Texel. Zo'n 150 brugklassers zullen daar traditiegetrouw hun tenten opslaan.

Elk van de zes brugklassen wordt intensief begeleid door een groepje vier-plussers uit de hogere klassen. Ze koken, begeleiden de bruggers tijdens hun opdrachten op het eiland, houden het groepsproces in de gaten en zorgen dat het 's avonds om elf uur stil is in de tenten. Ooit ontstaan als noodgreep om de enorme organisatie van zo'n kamp met licht gespannen eersteklassers, die net de grote stap naar het voortgezet onderwijs hebben gezet, in goede banen te leiden, is de inzet van ouderejaars leerlingen op Laar & Berg inmiddels uitgegroeid tot een unieke aanvulling op het pakket van leerlingbegeleiding dat de school te bieden heeft. De leerlingen die zich aan het begin van het schooljaar opgeven als vier-plusser blijven het hele jaar betrokken bij hun klas.

Als 'praatpaal' voor individuele leerlingen, als coach bij sportevenementen, maar ook als degenen die bijles kunnen geven als het even wat minder gaat met een vak.

De animo onder de oudere leerlingen om vier-plusser te worden is groot. Ook dit jaar waren er veel meer gegadigden dan plaatsen. “Dat betekent dat we moeten kiezen”, zegt Wisse Smit, conrector voor de onderbouw, mentor en gymnastiekdocent.

Sociaal talent strekt natuurlijk tot aanbeveling. Als een leerling wordt afgewezen, kan dat hard aankomen, weet hij uit ervaring. Smit probeert voor zijn eigen mentorklas altijd goede combinaties te maken: Als er Marokkaanse kinderen in een klas zitten, is het leuk als er een Marokkaanse vier-plusser meegaat.

Suzanne Straatsburg (16) uit de vijfde van de Havo heeft zich als vier-plusser opgegeven, omdat ze zich nog goed herinnert hoe leuk zij het zelf vond om als brugklasser begeleid te worden door ouderejaars leerlingen.

“Ik keek toen tegen ze op, die aandacht die ik van ze kreeg vond ik erg stoer. In de loop van je schooltijd leer je ze steeds beter kennen en met sommigen is echte vriendschap ontstaan.

Ook nu ze van school zijn, heb ik nog contact met ze.''

Suzanne en Thera zijn ervan overtuigd dat het vier-plusserssysteem bijdraagt aan de gezellige sfeer op Laar & Berg. “Op sommige scholen zitten leerlingen van de onderbouw in een apart gebouw, totaal geïsoleerd”, zegt Thera afwijzend. “Hier kennen eerstejaars hun eigen vier-plussers en ze stappen op hen af als er iets is waarmee ze niet meteen naar een docent of een mentor willen gaan.” Op eersteklassers neerkijken is er niet bij op deze scholengemeenschap, zeggen Suzanne en Thera, pesten komt nauwelijks voor. En als ze het zien gebeuren, gaan ze er op af. “Als wij met brugklassers praten is dat heel normaal, wij zijn echt in ze geïnteresseerd.”

De vier-plussers hebben niet alleen de taak om het gezellig te maken, ze moeten ook in de gaten houden of er geen leerlingen buiten de boot vallen en of er geen ruzies of irritaties ontstaan. “Vorig jaar was er een jongen die er tijdens het kamp helemaal buiten viel”, vertelt Suzanne. “Daar moet je dan extra aandacht aan schenken. Dat is toen gelukkig helemaal goed gekomen.” Worden de problemen te groot voor de vier-plussers, dan leggen ze contact met mentoren of met een van de twee vertrouwenspersonen die op school actief zijn.

Conrector Wisse Smit wordt regelmatig door vier-plussers getipt als er iets met een leerling is. Ze dragen in belangrijke mate bij aan het sociale klimaat op school. “Surveillance tijdens de pauze is hier op school niet nodig.” Van zijn Dalton-achtergrond weet hij dat kinderen op school behoefte hebben om af en toe even iemand aan te schieten als ze ergens mee zitten. Vier-plussers zijn hier volgens hem uitermate geschikt voor omdat de drempel laag is.

“Leraren zijn soms streng, vier-plussers zijn gezelliger”, zegt de dertienjarige Didi Oudhof die nu in de tweede klas zit. Als ze iets niet snapt of ze zit ergens mee, dan stapt ze gemakkelijker op Thera of Suzanne af dan op haar mentor. “Je kent ze goed, dat blijft ook in de tweede. En ze begrijpen je beter.” Toen Didi er vorig jaar volgens eigen zeggen volkomen onterecht uitgestuurd was, riep ze hulp van Suzanne in, die haar, toen ze de naam van de leraar had gehoord, snel gerust kon stellen. “Als ik in de vierde zit, wil ik ook vier-plusser worden”, laat Didi weten.

Sinds enige tijd geven leerlingen uit de hogere klassen ook bijles aan kinderen uit de onderbouw. “Er bestaat nu een pool van zo'n dertig bovenbouwers die bijles geven en jaarlijks maken daar ongeveer veertig leerlingen gebruik van”, zegt Wisse Smit.

Twee docenten zijn belast met de inschrijving en de bemiddeling. De vier-plussers verdienen er drie knaken mee. “Een aantrekkelijk bedrag voor ouders”, aldus Smit. In de praktijk blijkt het uitstekend te werken. “Er gaan regelmatig kinderen over dankzij de hulp van de vier-plussers. Bovendien leren ze er zelf ook een hoop van het uitleggen.”

Leonie Kloos, nu tweede-klasser, kreeg vorig jaar bijles wiskunde van Suzanne. “Het ging niet zo goed met wiskunde”, zegt Leonie, “maar toen Suzanne het had uitgelegd, haalde ik opeens hoge cijfers.” De vier-plusser die met een jongereklasser aan het werk gaat, heeft altijd eerst overleg met de desbetreffende docent. Suzanne: “De wiskundeleraar vertelde me dat Leonie onzeker was en dicht sloeg in de klas. Doordat we samen hebben zitten werken, werd ze zekerder van zichzelf.” Als het weer wat minder gaat met wiskunde, en daar lijkt het nu op, stapt Leonie meteen weer naar Suzanne, laat ze opgewekt weten.

“Wij geven niet echt les”, zegt Thera, die vorig jaar ook bijles gaf. “We praten een beetje tussendoor, drinken chocolademelk en gaan dan weer aan het werk.”

Het systeem van de vier-plussers op Laar & Berg is met opzet niet al te zwaar georganiseerd. “We willen het niet te pedagogisch maken. Als je die vier-plussers te veel gaat sturen, verliest het zijn charme”, zegt conrector Smit. “We willen dat leerlingen die even behoefte hebben aan wat extra aandacht die op een ongedwongen manier kunnen krijgen.”