De onmiddellijke sensatie heeft de vakantie-ervaring vervangen

Toerisme is al lang geen zomerse aangelegenheid meer. Behalve op de in vrijwel alle lagen van de bevolking ingeburgerde wintersport, trakteert de westerling zichzelf ook gedurende de rest van het jaar op uitstapjes. 'Er even tussenuit gaan' heet het in een slogan die met de ontspanningsbehoefte ondubbelzinnig een ontsnappingsbehoefte verbindt. We lijken in onze vrije tijd op de vlucht te slaan, maar waarvoor?

Alle uitstapjes, of het nu de reële zijn naar vakantiebestemmingen of ontspanningscentra of de virtuele met behulp van televisie, lectuur of computer, hebben met elkaar gemeen dat we iets willen zien en ervaren. We zijn uit op avontuur en vaak zelfs op sensatie. 'Sensatie' betekende in de empiristische kennisleer van de 17de-eeuwse filosoof Locke de directe, zintuiglijke waarneming. Pas door de verbinding van sensatie met denken ontstond volgens hem ervaring.

Sinds de industriële revolutie heeft ervaring eenzijdiger de betekenis gekregen van sensatie, dus van onmiddellijke waarneming zònder gedachte.

Überhaupt íets waarnemen, los van kwaliteit en inhoud, is waar het nu om draait. Een glimp opvangen is al genoeg. Wat de waarneming losmaakt, de prikkel of zelfs de schok, is in de plaats gekomen van de ervaring.

De inhoud van wat op ons afkomt - of het nu de confrontatie is met de keerzijden van toerisme, met het leed bij een ongeluk, of met de beelden die het televisiescherm bestormen - deze inhoud overspoelt ons en we kunnen hem niet verdragen. We vluchten ervoor en verlangen alleen nog naar het surrogaat dat de prikkel geeft. Het laatste nieuws blijkt het oude liedje, en toch hopen we steeds weer daarin iets nieuws te ontdekken.

Vooral in onze vrije tijd consumeren we gretig zulke ervaringen.

Dat hangt samen met de manier waarop vrije tijd en werktijd met elkaar zijn verbonden. Ze bestaan niet onafhankelijk van elkaar - dat is een beeld dat vooral reclame wekt. Vrije tijd is niet in de eerste plaats de tijd waarin we vrij zijn te doen en laten wat we willen, maar eerder de resttijd, de tijd die na het werk overblijft om uit te rusten. De druk en inspanning op het werk worden verruild voor een geheel op ontspanning gerichte tijd.

Dat betekent niet dat er geen activiteiten worden ontplooid, maar dat ervaringen tot belevenissen beperkt blijven: juist de 'verwerking' van deze belevenissen ontbreekt. In plaats daarvan richten we ons op vrijetijdsbesteding. Oók met vrije tijd gaan we economisch om. Onze vrijheid is in feite gereduceerd tot de vrijheid te consumeren.

Met deze ontwikkeling is de materiële toeeigening die het materialisme kenmerkt, uitgebreid met een immateriële toeeigening, namelijk die van ervaringen die de monotonie en onverdraaglijkheid van de alledaagse realiteit dienen te compenseren. Vakantie en uitstapjes behoren net zo tot het aanbod van consumptie-artikelen als gebruiksgoederen.

De bevrijding van de industriële wereld heeft een eigen industrie gecreëerd, de vrijetijdsindustrie. De vlucht uit de warenwereld is zelf tot waar geworden.Dat de vraag naar bezienswaardigheden en 'pseudo-ervaringen' het aanbod vele malen overtreft, is goede smeerolie voor de werking van deze sector.

Het idee van een massale ontsnapping aan de realiteit van de westerse maatschappijen is misschien eenzijdig. Echte ontsnapping is het natuurlijk niet: in de vluchtwereld keert onontkoombaar de wereld waar men vandaan vluchtte terug. Alleen al omdat we er niet onder uit komen onszelf als bagage mee te nemen. Dat we ons hiervan bewust zijn, biedt weinig troost. En met verwerping uit onmacht of onvrede komen we evenmin veel verder.

In de schraalheid van de ervaringen die we in onze vrije tijd opdoen manifesteert zich een algemene tekortkoming van de liberalistischeopvatting van vrijheid. Liberalisme zet zich in voor het individu met de bedoeling zijn vrije ontplooiing te garanderen. Dat is een mooi streven dat het ook probeert waar te maken, maar in het onstuitbare verlangen een vrijplaats voor het individu te creëren, heeft het liberalisme plaats en omgeving echter naïef van elkaar gescheiden.

In onze maatschappij zou een plaats bestaan waar het individu zijn keuzes kan bepalen zonder dat het zich daarbij door de maatschappelijke omgeving en haar uitwerkingen gehinderd voelt. Ofwel: de woorden 'manipulatie' en 'beïnvloeding' komen in het liberale vocabulaire in feite niet voor.

De koppeling van zelfontplooiing aan het 'vrije' functioneren op de markt kan niet worden losgemaakt van de tendens tot onvrijheid die uit onze omgang met vrije tijd blijkt. Juist voor zover de invulling van vrije tijd een uiting van een ontsnappingsbehoefte en 'ervaringshonger' is, en de vrijetijdsindustrie beide kanaliseert, is deze invulling geen zelfstandig fenomeen, maar een manifestatie van de manier waarop in onze maatschappij vrijheid en consumptie hecht met elkaar zijn verbonden.