De bewuste verspreiding van aids in Zuid-Afrika; Als we gaan, gaan we samen

Aids grijpt in Zuid-Afrika razendsnel om zich heen. Lang niet altijd door onwetendheid: in sommige delen van het land verspreiden met name jongeren het aidsvirus opzettelijk, onder meer door verkrachtingen, onder het motto 'we zullen met zijn allen ziek zijn en met zijn allen sterven'.

We moeten dingen samen doen in ons land, zoals alle Afrikanen.

Het heeft geen zin om alleen te gaan zitten huilen. We moeten met zijn allen huilen. Dat is ubuntu voor ons.'' Aan het woord is een 23-jarige Zoeloe-vrouw in Durban. Ze spreekt over de vloek van haar stam en die van Zuid-Afrika, de aidsepidemie, die exponentieel toeneemt. Veertien procent van de Zuid-Afrikanen is seropositief, in sommige provincies, zoals KwaZulu/Natal is het percentage doorgeschoten naar 25 procent. De enige troost ligt in ubuntu, de zwarte gemeenschapszin.

KwaZulu/Natal, provincie van de Drakensbergen, de groene heuvels en subtropische gewassen. Daar waar Zuid-Afrika's grootste havenstad annex badplaats Durban ligt, waar de kustlijn is afgezet met een parelsnoer van vakantieparadijsjes.

En het 'thuisland' van de KwaZulu, de Zoeloes, de grootste stam van Zuid-Afrika. Een van de leidende principes van de Zoeloes en van andere zwarte stammen is door de eeuwen heen ubuntu geweest. Wat de een heeft, mag de ander ook hebben - het goede èn het slechte.

Ubuntu ungamntu ngabanye abantu, zegt een spreekwoord van de Xhosa: 'mensen zijn mensen door andere mensen'.

Ubuntu is altijd het bindmiddel van de zwarte samenleving geweest, maar keert zich in het aidstijdperk nu tegen haar leden.

“De ziekte is vreselijk. Het enige goede eraan is dat we allemaal gaan. Ubuntu, we delen. Als we één volk zijn, moeten we delen”, aldus een jonge Zoeloe van negentien.

Suzanne Leclerc-Madlala, een medisch-antropologe aan de universiteit van Durban-Westville, deed de afgelopen jaren uitgebreid onderzoek onder township-jongeren in KwaZulu/Natal. “HIV/aids is de plaag van deze tijd. Het is in de plaats gekomen van de politieke strijd die voorheen de levens van de jeugd uit de townships ontregelde”, zegt Leclerc-Madlala in haar krap bemeten universitaire werkkamer. Twee jaar lang interviewde ze jonge Zoeloes over hun seksuele gewoontes en de perceptie van aids.

“De wetenschap dat men is besmet met het aidsvirus of besmet kan zijn, is voor de jongeren niet alleen een doodvonnis, maar ook een vrijbrief voor seksuele losbandigheid”, vertelt de antropologe. Ze citeert een 24-jarige man die zei: 'Je verliest elke hoop. Je weet dat je gaat sterven. Het enige wat je kunt doen is het zoveel mogelijk te verspreiden, dat is je enige hoop: de wetenschap dat je niet alleen dood zult gaan.' En een vrouwelijke seropositieve informant van 21: 'Ik weet tenminste dat mijn vriendjes zich niet zullen vermaken als ik dood ben. Dat geeft een goed gevoel. We zullen met zijn allen ziek zijn en met zijn allen sterven.'

“Het gaat om goed opgeleide jongeren met een stedelijke achtergrond. Ze weten heel goed wat aids is en hoe het met hen zal aflopen als ze het krijgen”, zegt Leclerc-Madlala. “En toch nemen ze geen voorzorgsmaatregelen.” In sommige gevallen hadden campagnes ter voorkoming een averechtse werking, “omdat men er de kennis aan ontleende hoe het virus te verspreiden”.

Uit de gesprekken met jonge Zoeloes blijkt de diepe wanhoop die om zich heen heeft gegrepen.

'We dachten dat we konden studeren nu er een nieuwe regering is, ontspannen en aan onze toekomst konden werken. Aids geeft ons geen toekomst. We zullen het allemaal krijgen, zo is het leven. We zijn vervloekt, we zijn de verloren generatie', aldus een jongen van twintig. En een student vergeleek het krijgen van aids met de mazelen. Als kind krijgt men de mazelen, als volwassene aids.

Jonge Zoeloemannen gaan er bewust op uit om te verkrachten, om aids maar zo snel mogelijk te verspreiden. Meisjes met aids proberen mannen te verleiden met hetzelfde doel. Een verkracht meisje: “Hij zei: 'Iedereen heeft aids nu, je moet niet huilen. Ik heb het al aan veel van je vriendinnen gegeven. Je maakt nu deel uit van de club'.”

Haar vriendin: “Vorige week zei een jongen tegen zijn vrienden dat hij alle meisjes ging verkrachten die eerder niet met hem naar bed hadden gewild. Hij zou hun aids geven om ze een lesje te leren.” En een negentienjarige studente met HIV zegt: “Door het aan anderen te geven, weet ik dat ik niet alleen naar de bliksem ga. Dat is mijn enige hoop, dat is mijn enige troost, zo simpel ligt het.”

Leclerc-Madlala onderstreept dat misdaad en geweld in Zuid-Afrika in de jaren negentig over de hele linie een scherpe stijging vertonen. Ze wijt het onder meer aan de hooggespannen verwachtingen na het afschaffen van de apartheid, die niet zijn uitgekomen. “Voor velen is de misdaad een nieuwe manier van leven geworden. Er is een grote verspreiding van jeugdbendes, die zijn gespecialiseerd in allerlei soorten criminele activiteiten, waaronder verkrachting.” Zo opereert in een van de grootste townships van Durban, KwaMashu, een bende onder de naam Bhepa Span (bhepa betekent ruwe seks in Zoeloe) die is gespecialiseerd in gang rape. Om hun reputatie hoog te houden liepen ze onlangs nonchalant een middelbare school binnen om voor de ogen van leerlingen een lerares te verkrachten.

HIV-verkrachting is niet een exclusief zwarte aangelegenheid. Vorige week overleed de blanke Durbanse zakenman Gerald Nel, aan aids. Op zijn doodsbed bekende hij vier vrouwen met opzet te hebben besmet met HIV.

Racistisch complot

Waarom komt HIV/aids juist in KwaZulu/Natal zoveel voor?

Leclerc-Madlala noemt drie redenen. In de eerste plaats hebben de havensteden Durban en Richardsbaai door drukbevaren zeeroutes intensief contact met de Oost-Afrikaanse aidshaarden. In de tweede plaats is de provincie een van de armste en “hoe armer, hoe meer aids”. En ten slotte heeft het jarenlange politieke geweld de provincie sociaal ontwricht en het morele besef sterk aangetast. Ze noemt als voorbeeld de verkrachting van dochters door hun vader. “Tien jaar geleden was dat een vrijwel onbekend verschijnsel, nu is het aan de orde van de dag.”

In Hlabisa, een uitgestrekt township ten noorden van Richardsbaai, heeft momenteel een aidsonderzoek plaats. In de township is 26 procent van de inwoners seropositief. Mark Lurie, een sociale wetenschapper die bij het project is betrokken, ziet in de voortdurende migratie van de mannen een belangrijke oorzaak. Meer dan de helft van de mannen is semi-permanent van huis om te werken in de industrie van Gauteng (de provincie waarin Johannesburg ligt), honderden kilometers landinwaarts. “Een HIV-epidemie 'creëer' je als volgt: haal duizenden jonge mannen van huis, plaats hen in barakken met alleen maar mannen, geef hen vrije toegang tot alcohol en prostituees en stuur ze een keer in de zoveel tijd naar huis”, zo luidt Luries uitleg.

Waar komt aids vandaan? Raciaal getinte verhalen over de veroorzakers en verspreiders van aids doen veelvuldig de ronde in Zuid-Afrika. In de ogen van sommige rechtse blanken is aids een 'zwarte ziekte'; de Konservatiewe Party heeft het lange tijd gebruikt als argument tegen de afschaffing van de apartheid.

Het blad Sweepslag, van de neonazistische Afrikaner Weerstandsbeweging (AWB), schrijft dat aids wordt verspreid door “zwaar besmette buitenlanders”. De AWB waarschuwt de blanken dat als ze niet oppassen, de ziekte zal 'overwaaien' naar blanke wijken.

Onder radicale zwarte groeperingen is men daarentegen van mening dat aids een blanke samenzwering is, waartoe de vorige (apartheids)regering heeft aangezet. “Het aidsvirus is een racistisch komplot”, staat in een pamflet van een zwarte actiegroep, die ook nog weet te melden dat Indiase vrouwen antilichamen dragen. “Het enige wat je moet doen om te voorkomen dat je aids krijgt is seks bedrijven met een Indiase”, zo staat er.

Dat aids tijdens de apartheid mogelijk bewust werd verspreid, is niet geheel uit de lucht gegrepen. Het is inmiddels vast komen te staan dat de blanke regeringen in de jaren tachtig wetenschappers in dienst hadden die zich bezig hielden met bacteriologische en 'medische' oorlogvoering. In laboratoria was men ver gevorderd met het ontwikkelen van substanties die ziektes moesten veroorzaken. Van het 'kweken' dan wel uitzetten van het aidsvirus is evenwel niets bekend.

Een andere wijdverbreide opvatting in zwarte gemeenschappen is dat men van het virus af kan komen door gemeenschap te hebben met jonge meisjes.

Verkrachting van jonge tot zeer jonge meisjes komt volgens Suzanne Leclerc-Madlala veelvuldig voor. “Men gelooft dat een man door seks met een maagd een infuus van 'schoon bloed' krijgt en op die manier het aidsvirus kan lozen.” De onderzoekster zegt dat ook gezonde mannen zich er aan schuldig maken.

Om hun seksuele behoeftes te bevredigen en te voorkomen dat men HIV oploopt, pakken ze kinderen. “Het punt is: iedereen boven de twaalf jaar in de townships kan het virus al hebben.

Dus je kans om het niet te krijgen is groter als je de zes- tot achtjarige meisjes neemt. Tien jaar is ook link, sommigen zijn al behoorlijk ervaren op die leeftijd'', aldus een jonge Zoeloe in het onderzoek van Leclerc-Madlala.

Professor V. Gathiram van de universiteit van Natal laat de jongste cijfers van HIV-geïnfecteerden zien, gebaseerd op vrouwen die zich bij zwangerschapsklinieken melden. In KwaZulu/Natal steeg het aantal zwangere vrouwen met HIV van achttien procent in '95 naar twintig procent in '96 en het getal is nu doorgeschoten naar 27 procent.

Landelijk is de toename over de afgelopen drie jaar van tien naar zestien procent geweest. Hoewel het officiële cijfer HIV-dragers in Zuid-Afrika 'slechts' zes procent is, houdt Gathiram liever de getallen voor zwangeren aan om op basis daarvan te extrapoleren. Hij legt uit dat zwangere vrouwen de enigen zijn die altijd worden getest, andere bevolkingsgroepen zijn zeer terughoudend als het gaat om HIV-testen. “Voor elke geïnfecteerde vrouw moet er ook een geïnfecteerde man bestaan.”

Duizend condooms

Aids is, vermoedelijk door de vrije seksuele moraal, nog steeds vooral een Afrikaanse 'zwarte' ziekte. Van de 23 miljoen dragers, wereldwijd van het aids-virus, wonen er 13 miljoen in zwart Afrika. In enkele van Zuid-Afrika's buurlanden is de situatie zo mogelijk nog erger. In Botswana heeft HIV-1C toegeslagen, een zeer krachtige genetische mutatie van het gewone aidsvirus.

Een op de zeven Botswanen is drager van het virus.

De grootste ramp dreigt zich in het straatarme Malawi te gaan afspelen. In de commerciële hoofdstad Blantyre is na een grootscheeps onderzoek van de Wereldbank gebleken dat eenderde van de bevolking HIV-positief is. Dit kan betekenen dat in het jaar 2007 de helft van de arbeidsbevolking aan aids is gestorven. In Zuid-Afrika wordt met grote zorg gekeken naar de ontwikkelingen in de omringende landen. Niet voor niets heeft de provincie Noord-West, grenzend aan Botswana, relatief gezien de meeste HIV-dragers.

(KwaZulu/Natal is door een veel grotere bevolking de absolute koploper). In 1995 was acht procent van de zwangere vrouwen in Noord-West seropositief, in 1996 was dit verdrievoudigd tot 25 procent en voor dit jaar zal het naar verwachting 30 procent zijn.

Toch rust op aids in Zuid-Afrika een publiek taboe. De overheid voert wel campagne, maar de mensen willen het niet weten. Als doodsoorzaken wordt in de volksmond zelden aids genoemd, maar liever tbc of een longontsteking. Uit het antropologisch onderzoek in Durban komt naar voren dat de meeste mensen niet willen weten of ze seropositief zijn. Een (Zoeloe)dokter uit een van de townships zegt dat ze haar patiënten niet langer vertelt of ze dragers van het aidsvirus zijn. “Ze gaan naar buiten en verspreiden het toch. Ook al zeggen ze van niet, ze liegen.” Vrijwel alle ondervraagde jongeren in Durban waren ervan overtuigd dat ze al dragers van het aidsvirus waren of dat zeer binnenkort zouden zijn.

De Zuid-Afrikaanse regering doet inmiddels met grote campagnes haar best het tij te keren.

Overal in het land zijn voorlichtingscentra ingericht. Het Community Aids Centre in de wijk Hillbrow van Johannesburg is er een van. Op de deur een sticker This is a gun-free zone - Hillbrow is een van de gewelddadigste plaatsen in Zuid-Afrika - binnen stapels brochures in het Engels, in Zoeloe, Tswana en andere 'zwarte talen'. In de hoek staan, hoog opgetast, honderden dozen, elk duizend condooms inhoudende. En aan de muur een poster die aan alle misverstanden een eind moet maken: Black people get aids too, staat erop.

Volgens Suzanne Leclerc-Madlala zal voorlichting weinig uitmaken. “Pas als men ziet dat vrienden sterven, broers, zussen, pas als men rijen lijkkisten ziet, zullen de overlevenden tot inkeer komen.”