De Aziatische crisis

Het 'Aziatische wonder', de fabelachtige economische groei die de landen van Zuidoost- en Oost-Azië het afgelopen decennium heeft gekenmerkt, maakt plaats voor een schokgolf van financiële crises.

De munten van de 'opkomende landen' die met een mengeling van afgunst en vrees 'Aziatische Tijgers' genoemd worden, zijn onderuitgegaan. Vervolgens zijn de koersen op de effectenbeurzen van Hongkong, Manila, Jakarta, Kuala Lumpur en Bankok in duikvlucht naar beneden geschoten. De hulpbrigades van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) zijn inmiddels ingeroepen.

Uit reacties van Aziatische politieke leiders blijkt een gevoel van overrompeling. Ze weten zich geen raad met een financiële neergang in hun veelgeprezen economieën. Sommige landen nemen paniekmaatregelen die de crisis eerder verergeren dan oplossen. In Maleisië heeft Mahathir Mohamad, de 71-jarige arts die sinds 1981 premier is en zich tot een voorvechter van de deugden van 'Aziatische waarden' heeft opgeworpen, uitgehaald naar “de internationale criminelen” van de financiële markten en het Westen ervan beschuldigd de opkomst van Azië met opzet te saboteren.

Was het maar zo eenvoudig. De crisis waarin de Aziatische markten zijn terecht gekomen heeft een diepere achtergrond.

Twee jaar geleden beweerde Paul Krugman, de hoogleraar van het Massachussets Institute of Technology die een van de spraakmakendste economen van dit moment in de wereld is, dat het Aziatische wonder een mythe was. Hoge besparingen, investeringen in basisonderwijs en een export-gericht beleid waren natuurlijk van belang, maar de spectaculaire groeicijfers waren volgens Krugman te danken aan de enorme hoeveelheden goedkoop kapitaal, goedkope arbeid en overvloedige grondstoffen die permanent in de economieën werden gepompt. Hij vergeleek Oost-Azië met het afgeschreven model van de Sovjet-Unie waarin steeds meer input leidde tot steeds grotere output. Er was geen sprake van productiviteitsstijging, van hogere toegevoegde waarde of van technologische innovaties. Als de stroom van hulpbronnen voor nieuwe input uitgeput zou raken,zouden de groeicijfers vanzelf naar lagere niveaus zakken. Volgens Krugman was het Aziatische wonder “meer op transpiratie dan op inspiratie” gebaseerd.

Deze tekortkomingen van de Aziatische tijgers werden zichtbaar door externe veranderingen die zich de afgelopen tijd voordeden. Ten eerste presenteerde de Volksrepubliek China zich als een steeds grotere concurrent voor goedkope productie. China heeft een overschot aan capaciteit opgebouwd - op grond van dezelfde beginselen van input-verhoging - waarmee het de exportmarkten overspoelt.

Ten tweede deed zich een verandering voor in de wisselkoersverhoudingen.

Traditioneel hielden de Oostaziatische landen hun munten gekoppeld aan de dollar. Hierdoor profiteerden ze van de scherpe dollardaling ten opzichte van de Japanse yen en de Europese munten in de eerste helft van de jaren negentig.

Maar toen de dollar, vanaf 1995, in koers begon te stijgen, gingen de bath, de ringgit, de peso, de rupiah, de Singapore- en de Hongkongdollar mee omhoog.

Daardoor verslechterden de concurrentieposities van deze landen dramatisch. De voortdurende exportgroei naar de rijke industrielanden stagneerde bijvoorbeeld.

Tegelijkertijd was sprake van de toestroom van grote bedragen aan buitenlands kapitaal. De explosie van de investeringen en beleggingen in 'opkomende markten' concentreerde zich op de Oostaziatische tijgers. Deze externe financiering leidde tot de beschikbaarheid van een overvloed aan goedkoop en ogenschijnlijk risicoloos geld. De kredietverlening door lokale banken nam uitzinnige vormen aan. Hiermee was het explosieve recept voor euforische beurskoersen, economische overhitting en vooral een 'boom' in de onroerend goed-markten gegeven.

De zwak ontwikkelde financiële sector, het complex van politiek-zakelijke vriendjespolitiek, de corruptie en de promotie van steeds megalomaner projecten verborgen dat het ging om kwetsbare schijnwelvaart. In Thailand, maar ook in andere landen, verslechterde de handelsbalans, liep het tekort op de betalingsbalans op en nam de kortlopende verschulding dramatische vormen aan. Nu bleek de wispelturigheid van internationaal 'flitskapitaal', dat de bui zag hangen en zich vanaf begin dit jaar in steeds grotere bedragen terugtrok. Pogingen om de effecten hiervan op de wisselkoersen een halt toe te roepen door renteverhogingen en massale interventies door centrale banken, hadden geen effect.

Na de periode van spectaculaire groei staat Zuidoost-Azië een sobere tijd te wachten. Waardeloze leningen moeten worden afgeschreven, buitenlandse schulden afgelost en financiële instellingen gesaneerd. Het is duidelijk geworden dat een beleid van vaste wisselkoersen onverenigbaar is met een soepel binnenlands monetair beleid en met een zwak ontwikkeld banksysteem. De koppeling van de munten aan de dollar is losgelaten zodat deze landen hun concurrentievermogen kunnen herstellen en hun exporten kunnen vergroten. Bovendien moeten de Aziatische tijgers overschakelen op een hoogwaardiger productie nu ze zelf ingehaald dreigen te worden door nieuwe, goedkopere producenten.

Dit alles betekent niet het einde aan de hoge groeicijfers, maar wel een pijnlijke ontnuchtering voor de protagonisten van het Aziatische wonder.