De aftakeling van Diego Maradona, de kleine tovenaar; Liefde voor de bal, liefde voor het volk

Even was de legendarische voetballer Diego Maradona terug op het veld. Met atleet (en dopingzondaar) Ben Johnson had hij gewerkt aan zijn comeback na een schorsing wegens cocaïnegebruik. Maar na zijn eerste wedstrijd werd hij er alweer op betrapt. Hij is deze week opnieuw voor vijftien maanden geschorst,en de kans is groot dat hij nooit meer op niveau kan voetballen. Arme Diego - de wereld heeft hem nooit begrepen en hij de wereld niet.

Op een dag gaat de onheilstijding over de wereld dat hij er niet meer is. Tot in alle uithoeken zal met een mengeling van verdriet, begrip en ongeloof het bericht worden ontvangen dat Diego Armando Maradona de hand aan zichzelf heeft geslagen. De hand van God had hem niet meer kunnen helpen in de strijd tegen de groeiende chaos in zijn hoofd. Zelfs zijn voeten, waaraan hij eens alle mensen vol bewondering had zien liggen, waren het spoor bijster. Wat ze ook met een bal deden, zelfs de meest bijzondere staaltjes van balbezwering hadden mensen er niet langer van kunnen overtuigen dat hij een uitzonderlijke mens was, een genie, dat het verdient te leven en bewierookt te worden.

De dag dat Maradona de strijd tegen de wanhoop staakt, lijkt niet ver meer.

Waarom zou hij nog willen leven wanneer hem de bal wordt afgenomen? Zonder een bal aan zijn voeten ten overstaan van al die bewonderaars heeft hij geen reden meer om te bestaan. Hij zal huilen als een kind dat zijn mooiste speelgoed kwijt is. Hij zal blijven huilen zolang er niemand is die hem op schoot neemt en hem toefluistert dat hij de liefste en de beste is - en altijd zal blijven.

Het zal een moment van verwarring zijn. Degenen die hem bewonderden om zijn bewegingen en om zijn doelpunten, zullen treuren en zijn graf met tranen besproeien alsof het wijwater is. Anderen zuchten van opluchting dat de wereld weer een gek minder telt. Een enkeling zal begrip voor zijn daad opbrengen, want wat heeft het voor zin in de dolgeworden voetbalsamenleving door te gaan?

De dag van het onheil is nabij. Want vorige week is Maradona alweer in opspraak geraakt, alweer heeft hij dingen gedaan die hij niet mag doen. De kans dat hij binnenkort wegens herhaald gebruik van cocaïne zijn leven lang moet boeten, hangt als een guillotine boven zijn hoofd. Tijdens zijn eerste voetbalwedstrijd sinds jaren voor zijn oude club Boca Juniors uit Buenos Aires zou hij zich opnieuw hebben bezondigd aan het gebruik van cocaïne, een roesmiddel dat voor een sportman volgens de regels van de sport verboden is maar waartoe menig andere artiest wel ongehinderd zijn toevlucht kan nemen.

Hij had het niet gedaan, zei Maradona. Hij wist er echt niets van. Natuurlijk niet, wat weet Maradona nou? Heeft hij, die met zijn magische voetenwerk altijd mensen gelukkig heeft gemaakt, wel eens geweten wat goed is en wat slecht? Huilend voor een Argentijnse televisiecamera, zoals alleen een verwaarloosd kind kan huilen, probeerde hij weer iedereen van zijn onschuld te overtuigen. Hij had niet hoeven te huilen. We wisten allang dat hij een kind was dat nooit heeft geweten waar de grens ligt tussen goed en kwaad. Arme Diego, het arme kind, de wereld heeft hem nooit begrepen en hij de wereld niet.

'Góóól!', zou Dona Dalma Salvadora Maradona hebben geroepen toen het arme kind op 30 oktober 1960 werd geboren. Haar kreet van geluk en opluchting zou in het ziekenhuis in Buenos Aires hebben geëchood. Het was op een zondag.

Een zondagskind! Wat kon een kansarme moeder uit een sloppenwijk van Buenos Aires die een zoon krijgt, nog meer wensen? Na drie dochters eindelijk een zoon in het gezin van moeder 'Tota' en vader 'Chitoro'. De komst van een zoon betekende een kans op een toekomst voor een gezin uit Villa Fiorito, een stadswijk waar huurmoordenaars, dieven, prostituees en armoede elkaar onvermijdelijk vinden. Een zoon kan leren voetballen en een zoon die kan voetballen kan rijk worden, of op z'n minst de familie verlossen van armoede en ander ongerief.

Tota, afstammeling van immigranten uit het zuiden van Italië, en haar man Chitoro, een indiaan die de pampa's was ontvlucht, kenden alleen maar armoede.

Ze verhuisden van het kansloze noorden van Argentinië naar de grote stad in de hoop geluk te vinden. Maar ze moesten genoegen nemen met een hut in Villa Fiorito, een wijk aan de Ria Chuelo, een naar afval en uitwerpselen stinkende rivier die in Buenos Aires de symbolische scheidslijn tussen arm en rijk vormde. Hun woning was opgetrokken uit golfplaten, losse stenen en karton.

Chitoro liep elke ochtend om zes uur langs de rivier om in een beendermeelfabriek te gaan werken. In zijn vrije tijd was hij leider van een voetbalclubje. Want voetballen biedt een mens afleiding, toen ook al.

Diego werd het troeteldier van de familie. Opgroeiend tussen drie zusters, zijn moeder en zijn grootmoeder bleef hij klein. Zelfs de komst van nog een paar broers beletten de vrouwen niet hem te blijven vertroetelen. Hij was zo lief en klein, hij had zulke mooie donkere krullen. Toen hij drie jaar was kreeg hij van een voetbalgekke oom een bal. Niks bijzonders voor een kleuter.

Maar in Villa Fiorito was een bal een godsgeschenk. Een teddybeer of ander knuffeldier zou van hem misschien een ander mens hebben gemaakt. Maar nu Diegito een bal had was hij voorbestemd voetballer te worden. Hij sliep er mee,hij knuffelde ermee en zou hem zelfs in zijn slaap niet loslaten. Diego en de bal waren onafscheidelijk en zouden dat altijd blijven.

Tot zover niets wat hem onderscheidde van andere kleuters. Uitzonderlijk was wel zijn grote talent met een bal te jongleren. Hij werd ontdekt door ene Francisco Cornejo die trainer was van de Cebollitas (de uitjes), het jeugdteam van de Argentinos Juniors. Het dwergjongetje raakte een tere snaar bij Cornejo.Hij vond hem lief en aandoenlijk, maar meende dat de jongen te klein was om in het harde voetbalspel overeind te blijven. Maradona mocht zich dan als een slang langs de tegenstanders wentelen, hij had een zwakke gezondheid.

En zo viel het voetballertje in handen van sportarts Paladino die ervaring had met het sterker en groter maken van boksers. De achtjarige jongen kreeg niet alleen vitamine-injecties, maar ook onduidelijke middelen die zijn spieren moesten versterken. Wist Maradona veel wat hij kreeg. Wat heeft Maradona nou geweten van wat hem is aangedaan door zijn ouders, zusters, begeleiders, trainers en artsen?

Acht jaar was hij en al verslaafd aan aandacht. Op zaterdagochtend trad hij op in een televisie-show om te jongleren met ballen, flessen en sinaasappels. En op zondagmiddag verzorgde hij in de rust van de wedstrijden van Argentinos Juniors een wervelende show met de bal. Het publiek scandeerde zijn naam.

Maradoona! Maradoona! Hij zou het nog jaren horen, nog jaren suisde het in zijn oren alsof het geluid nooit meer ophield. Soms hoorde hij het niet meer. En misschien helpt zoiets als cocaïne dan wel, om ze weer te horen.

Toen hij op zijn vijftiende jaar een profcontract tekende bij Argentinos Juniors kreeg hij een eigen flat met water en electriciteit. Het hele gezin profiteerde van de kostwinner en verhuisde mee. Maradona bleef klein, maar werd als voetballer groter en groter, hij groeide uit tot het boegbeeld van het Argentijnse generaalsregime. Langzaam begon hij ook al de verschijnselen te vertonen van een despoot. Maar zijn familie boog als een knipmes voor de jongen die hen uit de ellende haalde.

Op het veld was hij zijn leven niet zeker meer. De overmoedige injecties van dokter Paladino die bedoeld waren om hem sterker te maken, begonnen hem juist te slopen. Zijn tere gestel werd ook nog eens onderworpen aan de vreselijkste aanslagen van verdedigers die zich niet door de kleine tovenaar wensten te laten passeren. In 1981 werd hij gekocht door de rijke Spaanse club Barcelona, dat ruim vijftien miljoen gulden voor hem betaalde. In een wedstrijd tegen Athletic de Bilbao werd Maradona meedogenloos op een enkel geschopt door ene Goicoetchea. Het zou nooit meer goed komen met die enkel. Altijd zou hij pijn blijven voelen aan het gewricht dat hem in staat moest stellen op zijn eigen wijze de bal te trappen en zijn trucs te tonen. Pijnstillende injecties bleken niet toereikend. Maradona zocht vergeefs zijn heil in amoureuze avontuurtjes en voelde zich met de dag ongelukkiger worden in de harde Catalaanse metropool.Hij kwijnde weg, sloot zich op in zijn dure appartement, werd eenzaam, ziek, dik en snoof zijn eerste lijntjes cocaïne. Zijn vertrouwen in de medemens had hij inmiddels verloren. Het einde van zijn loopbaan was nabij.

Maar in 1984 schoot de voorzitter van het Italiaanse Napoli hem plotseling te hulp. In Napels werd hij binnengehaald als de verlosser. De transfer was betaald door de banken van de Camorra, de Napolitaanse mafia. Wie dat in Napels wist, zweeg. Ze hadden toch Maradona! Bij zijn entree daalde hij met een helikopter neer in het stadion San Paolo en etaleerde hij ten overstaan van tachtigduizend Napolitanen zijn kunsten op een enorme vlag die op het gras lag uitgespreid. In Napels werd hij weer de held en het troetelkind. Hij werd uitgenodigd in kindertehuizen om met sinaasappels te jongleren. Maar hij viel ook in handen van de Camorra: hij werd hun zoenoffer aan het volk, zij werden zijn wereld. So what! Napoli werd tweemaal dankzij Maradona kampioen van Italië.

Even buiten Napels ligt een restaurant, met uitzicht op de Golf van Napels.

Hier wordt elke dag verse vis gegeten. Op een avond eind jaren tachtig ben ik er gast. Er zijn weinig mensen. Een ober, Roberto, komt naar me toe. “U dacht zeker dat Maradona hier vanavond zou zijn.” Hoezo Maradona? “Nou, die is hier dus niet vanavond. Alleen op zondag. Maar dat kunt u er niet in. Dan heeft hij het hele restaurant afgehuurd. Dan zitten hier tweehonderd mensen.

Dan zingt Maradona O sole mio tot hij er bij neervalt.'' Later lees ik dat Maradona in Napels verdronk in drank- en drugsparty's met mafiosi en dat hij uit Napels is vertrokken op de vlucht voor de Italiaanse justitie.

Op het wereldkampioenschap voetbal in 1990 in Italië was Maradona niet meer de voetballer van weleer. Hij kon zijn prestaties van het titeltoernooi van 1986 niet meer herhalen. Waar was de man die het Argentijnse elftal in Mexico in zijn eentje naar de wereldtitel loodste? Waar was Maradona die het hele Engelse elftal met de bal passeerde en onnavolgbaar scoorde? Waar was de man die met zijn hand scoorde, bijna zonder dat iemand het zag? Het was ook niet zijn hand geweest, zei Maradona. Het was de hand van God. Op het WK in Italië verloor Argentinië in de finale van Duitsland. Maradona liet zijn tranen de vrije loop over zoveel onrecht en riep dat iedereen in de wereld tegen hem was.

Een jaar later werd hij in Buenos Aires gearresteerd wegens bezit van cocaïne.Hij moest een ontwenningskuur volgen en werd geadviseerd een psychiater te consulteren. Vanuit zijn landhuis schoot hij met een karabijn op een leger fotografen dat achter de bosjes lag te wachten. Maradona was nu echt gek geworden.

Maar wie alleen kan voetballen, wil blijven voetballen. Hij ging weer trainen onder leiding van artsen en fysiotherapeuten en besloot de wereld op het wereldkampioenschap opnieuw te verblijden met zijn balbezweringen. Hij schitterde als vanouds en leek met het Argentijns elftal op weg naar de wereldtitel. Maar achter de struiken ligt altijd zijn vijand. Hij werd betrapt op het gebruik van een cocktail aan stimulerende middelen en moest naar huis.

Huilend nam hij afscheid van zijn laatste wereldkampioenschap. Hij werd vijftien maanden geschorst.

Natuurlijk beloofde Maradona beterschap. Wat moest hij anders? Hij verlangde naar de bal en naar applaus. In april van dit jaar meldde hij zich bij zijn oude club Boca Juniors. Hij verzekerde zich van de diensten van oud-sprinter Ben Johnson. Ben Johnson - op de Olympische Spelen van 1988 betrapt op het gebruik van verboden middelen - als fitness-trainer? Kan het nog gekker in die gekgeworden sportwereld? Maar in de eerste wedstrijd van de competitie bleek Maradona nog steeds niet 'schoon'. Weer werden sporen van cocaïne bij hem aangetroffen. Weer werd hij geschorst. Weer moest hij afstand doen van zijn grote liefde, de bal.

Op een zwoele Griekse herfstavond in Thessaloniki zag ik hem voor het eerst in levende lijve. In de hal van een luxueus hotel, aan de vooravond van de voetbalwedstrijd tusse Napoli en PAOK Saloniki, huppelde hij rond omringd door journalisten en fotografen. Hij leek op zoek naar een bal en iedereen leek met hem mee te willen zoeken om weer eens een bal op zijn voeten,dijen, hakken, schouders, borst en hoofd te zien dansen. Toen hij stopte, stopte iedereen. En toen hij doorliep, liep iedereen met hem door. Hij wilde wat zeggen en iedereen spitste zijn oren of bracht zijn blocnote en camera in gereedheid. Hij lachte naar iedereen die zich tot hem wendde en stak zijn tong uit. Hij liep naar de juwelenwinkel van het hotel, vroeg om een ring die in de vitrine lag, wees naar het prijskaartje, toonde de ring aan al die mensen die hem hadden gevolgd, liet hem inpakken in het mooiste doosje, met strik, en kwam naar buiten om te vertellen dat het een cadeau voor zijn moeder was. Hij lachte, hij praatte maar, hij genoot. Ik begreep waarom hij genoot. Zoveel aandacht, van zoveel krijg je nooit genoeg.

Zoals hij ook laat in de avond in het dakrestaurant van het hotel genoot. Ik droomde bij het licht van de Griekse sterren, toen ik hem binnen zag komen omringd door Spaans sprekende mannen. Hij lachte en praatte honderduit en iedereen luisterde naar hem en lachte met hem mee. Een van de mannen aan die tafel zag mij alleen zitten en riep me. Verlegen, zonder te zeggen wie ik was en in welke functie (voetbalverslaggever!) ik in Thessaloniki was, ging ik aan tafel zitten, tegenover Hem, Diego Maradona, de beste van alle voetballers, beter dan mijn eerste grote held Pelé en beter dan ieders grote held Cruijff.

Hij zei niets meer, hij was stil, begroette me niet, keek me niet aan, nam een grote slok wijn en vertrok, een paar mensen in zijn spoor meeslepend. Ik trilde van opwinding, maar hij verstijfde, omdat hij tegenover een vreemde zat die hem niet om de nek viel, niet om een handtekening of zelfs een interview vroeg. Ik durfde niet, ik wilde me niet opdringen. Wat zou ik hem ook hebben moeten vragen? Hoe hij dat toch doet, met die bal en zijn voeten? Waarom?

Maradona mag van mij alleen zijn voeten laten spreken, verder mag hij zwijgen.

Veertigduizend Grieken bevolkten de volgende avond het stadion en raakten buiten zinnen toen Maradona het veld betrad. Natuurlijk had hij een bal in zijn handen en liet hij voor de wedstrijd dingen zien die nog niemand daar had gezien. Een circusjongen op tournee. Maradona legde de basis voor de enige treffer van zijn club. Later in dat seizoen van 1988-'89 zou Napoli de UEFA Cup winnen. De Napolitanen, volk der verdoemden, waren in tranen van gelukzaligheid en Maradona met hen. Want Diego Maradona huilt altijd wanneer liefde en geluk om elkaars hand vragen.

Vraag aan Maradona of voetbal nog iets met liefde te maken heeft en hij zegt spontaan ja. Voetbal is liefde voor de bal en liefde voor het volk, zal hij bedoelen. Maar hij zal er snel aan toevoegen dat voetbal steeds minder met liefde te maken heeft. Kom maar eens in de buurt van de bestuurskamers en de ereloges en de dreiging van op geld en macht beluste mensen is voelbaar, zal hij zeggen.

Vanuit hun salons in de voetbalpaleizen spelen ze handjeklap over de Maradona's. Zo heeft hij de jacht ervaren op voetballers zoals hij, die wel eens een snuifje cocaïne nemen, die een geweer op fotografen hebben gericht en die connecties hebben gehad met de mafia. Dat soort leiders, beweerde Maradona regelmatig, wil van voetballers voorbeeldige jongens maken, jongens die een voorbeeld zijn voor de jeugd, zich netjes gedragen, geen oorbel dragen en geen tatoeage, die luisteren en doen wat hen wordt gevraagd.

Maar voelen die leiders wel wat Maradona voelt? Weten zij wel wat ze hebben moeten doormaken om de beste voetballer ter wereld te worden? Wanneer Maradona sterft vinden zij wel weer een andere Maradona om hun doel te bereiken. Niets onmenselijks is de leiders vreemd. Misschien komen zij tot inkeer als Maradona de hand aan zichzelf slaat of opgejaagd verongelukt in een doodlopende straat.

Waar is de grens die Maradona nooit heeft leren kennen? Waar staat de muur waartegen hij zich te pletter loopt? Eén ding is zeker, een tweede Maradona komt er nooit meer. We zullen hem missen.