Butler heeft blues in zijn bloed

Concert: 13 featuring Lester Butler. Gehoord: 5/9 Paradiso, Amsterdam. Herhaling: 6/9 (mi) Marktfestival, Terneuzen, 6/9 (av)

Bluesrockfestival, Tegelen, 7/9 Oosterpoort, Groningen, 9/9 Tivoli, Utrecht, 10/9 Nighttown, Rotterdam, 11/9 Lantaarn, Hellendoorn, 13/9 Crossing Border, Congresgebouw Den Haag.

Blanke blues is maar al te vaak stomvervelend. De denkfout die veel blanke bluesmannen maken, is dat het in de bluesmuziek draait om jengelende gitaren. Je hoeft maar een willekeurige verzamelplaat van het Chess-label op te zetten om vast te stellen dat Willie Dixon en Howlin' Wolf het ware bluesgevoel zonder oeverloze gitaaracrobatiek konden oproepen.

De witte neger Lester Butler komt in de buurt van dat oude bluesgevoel, omdat hij de nadruk legt op ritme en doorleefde zang. Daarbij speelt hij een uitmuntende partij mondharmonica. In navolging van zijn helden Sonny Boy Williamson en Little Walter zit het spelen hem zodanig in het bloed, dat hij sommige nummers tot een kwartier kan rekken zonder aan bezieling in te boeten.

Butler werd vijf jaar geleden bekend door het live opgenomen debuutalbum King King van zijn toenmalige groep The Red Devils.

Na plaatopnamen met Mick Jagger en een optreden op Pinkpop vielen de Red Devils uiteen en kwam Butler op nonactief te staan door contractuele perikelen. Pas dit jaar kon hij een (titelloze) cd uitbrengen met zijn nieuwe groep 13, die een authentiek en hooguit wat slomer bluesgeluid dan van de Red Devils laat horen.

In zijn teksten draait het om gemene vrouwen, onbetrouwbare hellevegen en andere Black Hearted Women. Zijn volgzame driemansband heeft de opdracht om een beheerste groove te spelen, waarbij Butler naar hartelust op zijn zakmodel scheepstoeter kon blazen.

In Paradiso verontschuldigde Butler zich gisteren zelfs voor de lengte van sommige nummers, alsof zijn improvisaties een natuurverschijnsel zijn waar hij zelf geen vat op heeft.

Met Magic Dick van de J.Geils Band heeft Butler gemeen dat hij de mondharmonica niet alleen als solo-instrument gebruikt, maar dat hij met korte halen een opzwepende ritmepartij mee kan spelen.

De monotone muziek had op den duur een hypnotiserend effect, alsof onwillekeurig de Afrikaanse wortels van de blues bloot kwamen te liggen.

Juist voordat we ons op een katoenplantage konden wanen, verbrak Butler de betovering met een vrolijk deuntje waarop, ik zweer het, iedereen de twist begon te dansen.

Het optreden had misschien wat meer afwisseling kunnen gebruiken in de vorm van kortere en melodieuzere bluessongs. Na meer dan twee uur bestond er echter geen twijfel over, dat de blues Lester Butler door de aderen vloeit.