Bomaanslag waarschuwing aan dissidenten; Kwestie-Gaulieder nieuwe test Slowaakse democratie

De Slowaakse premier Meciar piekert er niet over een uit zijn partijn gestapte parlementariër zijn parlementszetel te laten behouden, een uitspraak van het Constitutionele Hof ten spijt.

BOEDAPEST, 6 SEPT. Frantisek Gaulieder was nooit meer dan een figurant op het politieke toneel in Slowakije, ook al is hij een van de stichters van de regerende partij, de HZDS. Maar sinds de backbencher in november 1996 uit protest tegen “ondemocratische praktijken” uit de dor premier Vladimír Meciar geleide HZDS stapte en vervolgens door de coalitie tegen zijn wil uit het parlement werd gezet, is hij de hoofdpersoon in een politieke affaire. De zaak-Gaulieder is uitgegroeid tot een nieuwe toets voor de ontwikkeling van democratische verhoudingen en de rechtsstaat in Slowakije. Net als in voorgaande gevallen lijkt hij te mislukken.

Het Constitutioneel Hof oordeelde in juli dat de verwijdering van Gaulieder uit het parlement in strijd was met de grondwet. Volgens de Slowaakse grondwet is een volksvertegenwoordiger niet gebonden aan zijn partij. Het Hof hield het bij een veroordeling van het parlementsbesluit; het valt buiten de bevoegdheden van het Hof om te verordonneren dat het parlement Gaulieder in zijn ambt herstelt.

Zodra na de vakantie het politieke seizoen in Bratislava weer was begonnen, bleek Meciars HZDS (Beweging voor een Democratisch Slowakije) niet van plan zich neer te leggen bij de principe-uitspraak van het Hof. De HZDS zegt te beschikken over een fax waarin Gaulieder zelf meedeelt zijn zetel in het parlement op te geven. Gaulieder bestempelt die fax als een vervalsing. Tot drie keer toe kwamen leden van de HZDS en twee kleinere coalitiepartijen vorige week niet opdagen om de zaak-Gaulieder op initiatief van de oppositie in het parlement te bespreken. Daardoor was er geen quorum om een besluit te nemen. De oppositie is van plan de terugkeer van Gaulieder permanent op de agenda van de parlementszittingen te houden, indien nodig tot aan de verkiezingen in het najaar van 1998, en de coalitie maakt zich op voor een even hardnekkige obstructie.

Deze blokkade van de parlementaire procedures doet de gehavende reputatie van Slowakije geen goed. Het land kreeg deze zomer twee grote tegenslagen te verwerken: het werd in tegenstelling tot de buurlanden Tsjechië, Hongarije en Polen niet uitgenodigd voor het NAVO-lidmaatschap en kan voorlopig ook toetreding tot de EU vergeten. Militaire of economische overwegingen waren niet doorslaggevend. Het Westen meent dat Slowakije onder het autoritaire bewind van Meciar in een puberaal-politieke fase is blijven steken. Oppositiepartijen hebben nauwelijks invloed, dissidenten als Gaulieder wordt de mond gesnoerd, en de permanente strijd tussen de premier en de president, Michal Kovác, is een bananenrepubliek waardig.

President Kovác wees het parlement er vorige week in een toespraak op dat respect voor de uitspraak van het Constitutioneel Hof het politieke imago van Slowakije in het buitenland kan verbeteren. Ook de Europese Unie en de Verenigde Staten hebben er bij het Slowaakse parlement op aangedrongen Gaulieder zijn zetel terug te geven, als teken dat Slowakije het serieus meent met de democratie en de rechtsstaat. Maar het verleden heeft geleerd dat Meciar zich minder aantrekt van buitenlandse druk dan van binnenlands-politieke overwegingen. In mei marchandeerde zijn regering net zo lang met de regels totdat het referendum over toetreding tot de NAVO en directe presidentsverkiezingen finaal mislukte. Het buitenland mocht verontwaardigd reageren, Meciar had de oppositie in eigen land een mooie hak gezet.

Gaulieder verliet in november 1996 de HZDS. Hij had naar eigen zeggen genoeg van de machtspolitiek van de partij, de buitenlandse politiek die Slowakije steeds verder isoleerde in Europa, en de ondoorzichtige privatisering van staatsbedrijven die veelal in de handen van partijvriendjes terechtkwamen. Een dag nadat hij door een parlementaire meerderheid uit zijn post was verwijderd, ontplofte er bij zijn woning een bom die alle ramen en deuren wegblies. De familie Gaulieder sliep en bleef ongedeerd.

De HZDS meent dat Gaulieder, toen hij de partij verliet, verplicht was zijn mandaat terug te geven aan de partij. Voor de verkiezingen moesten alle kandidaten, behalve de partijtop, een ongedateerde verklaring ondertekenen waarin zij dat beloofden. Die liggen in de kluis bij een notaris in Bratislava.

Ook Gaulieder ondertekende de verklaring. Op deze manier wilde Meciar voorkomen dat zijn volgelingen tussentijds zouden overlopen naar de oppositie. “Het was de enige manier om op de verkiezingslijst te komen”, zegt Gaulieder. “We stonden onder grote druk van de partijleiding. Maar de verklaring was illegaal, dat heeft de uitspraak van het Constitutioneel Hof nu wel bewezen”.

Later beschuldigde premier Meciar Gaulieder ervan dat deze zijn mandaat voor 15 miljoen Slowaakse kronen (ongeveer 800.000 gulden) aan de HZDS had geprobeerd te verkopen. Volgens Gaulieder was het juist andersom: “De partij bood me aan mijn parlementszetel van me te kopen. Ik mocht zelf een prijs noemen. Maar dat heb ik niet geaccepteerd.” Gaulieder ziet zichzelf, ondanks de uitspraak van het Hof, niet terugkeren in het parlement. “De HZDS zal alles doen om me buiten het parlement te houden. Niemand kan hen stoppen, ze zijn zelfs bereid gebleken de grondwet ervoor opzij te zetten.”

Volgens politieke waarnemers in Bratislava houdt de eventuele terugkeer van Gaulieder een gevaar in voor het voortbestaan van Vladimír Meciars regering. Het kan ertoe leiden dat meer leden van de regerende HZDS de moed verzamelen om uit de partij stappen. Dat zou een bedreiging vormen voor Meciars parlementaire meerderheid.

Maar Gaulieder gelooft er niet in. “De parlementariërs van de HZDS zijn gewoon te bang. Ze hebben gezien wat er met mij is gebeurd. En ze herinneren zich de bomaanslag”.