Word geen pasteitje voor Duitse honden

Agnès Desarthe: Een klein geheim (Un secret sans importance). Vertaald door Willem Kurstjens. de Geus, 173 blz. ƒ 39,90 (geb.)

Geheimen vormen de sleutel tot de onlangs vertaalde roman van Agnès Desarthe. Zij kreeg er vorig jaar de Prix du Livre Inter voor, wat voor een verkoop van meer dan 50.000 stuks zorgde. Een klein geheim is pas de tweede roman van de 31-jarige Franse schrijfster. Vier jaar geleden debuteerde zij met Quelques minutes de bonheur, een roman die qua thematiek dichtbij de jeugdboeken stond die zij eerder publiceerde bij L'Ecole des Loisirs. Haar romans verschijnen bij Les Editions de l'Olivier, de uitgever van bijvoorbeeld ook Geneviève Brisac en Guillaume Le Touze. De Olivier-auteurs worden wel als intimistes gekarakteriseerd. Op hen zouden bij uitstek trefwoorden als intiem, gevoelig en innerlijke belevingswereld van toepassing zijn.

Je zou kunnen zeggen dat dit ook voor Agnès Desarthe geldt, met dien verstande dat zij de grenzen van dit etiket verre overschrijdt. Uitgaande van de intieme gedachtenwereld van zes personages, raakt Desarthe in haar boek aan universele thema's als liefde, dood en wraak, die zij beheerst als was zij reeds een volleerd, gelauwerd auteur.

Wellicht zijn het de wijdvertakte wortels van de schrijfster die haar het breder perspectief verlenen. Haar vader kwam uit Libië, haar moeder uit Roemenië en zij kreeg een joodse opvoeding. De verwijzingen naar joodse tradities en de humor waarmee de tragiek van het leven omkleed wordt, geven haar boek een Jiddische ondertoon. Agnès Desarthe realiseert zich dat haar culturele achtergrond doorslaggevend is voor haar schrijverschap. In een recent interview benadrukte zij dat haar vader haar vroeger verhalen vertelde uit zijn geboorteland. 'Daarmee kreeg ik de beschikking over een ongelooflijke rijkdom, waar ik nog niet uit put, maar die me wel al mijn vorm en mijn stijl geeft. Een typisch joodse stijl waarbij de geschiedenis altijd becommentarieerd en geïnterpreteerd wordt.'

Desarthes personages denken veel aan het verleden. Ze worstelen ermee, ze zijn ermee doordrenkt, ze belichamen het. Sommigen zijn eenvoudigweg niets anders dan hun verleden. Ze behoren slechts tot 'de lange rij mannen, vrouwen en kinderen die eeuwenlang door de woestijn trok'. Een toekomst of verandering in wat voor vorm dan ook lijkt uitgesloten. De depressieve vrouw bijvoorbeeld, die, na drie maanden huwelijk, haar echtgenoot alweer verloor, leeft even op bij het idee naar haar geboorteland, Griekenland, terug te keren. In feite is dit haar manier om een cruciaal moment in haar leven, de dood van haar vader en de daaropvolgende verstoting uit het dorp, opnieuw te beleven. Maar het lost niets op, het is een doodlopende weg, want 'terwijl ze steeds dieper doordrong in de eindeloze hemel, verloor ze langzaam het bewustzijn, met een blos op haar wangen door de herinnering.'

Voor een van de andere hoofdpersonen, Professor Dan Jabrowski, is het verleden juist een bron die hem de kracht geeft om door te gaan. De herinnering aan de dwingende blik die zijn moeder hem toewierp voordat zij in de trein stapte die haar naar een vernietigingskamp zou brengen, is genoeg om hem de rest van zijn leven te blijven achtervolgen. 'Leef!', zei die blik, 'ik heb je niet grootgebracht om je als een pasteitje door Duitse honden te laten verorberen.' En daarom leeft hij verder, ook na de dood van zijn toegewijde vrouw, die eenzaam in hun echtelijk bed stierf op een avond dat hij met een vriend de bloemetjes buiten zette.

Op sobere wijze laat Desarthe ieder personage zijn eigen verhaal vertellen. Bij de één gaat het om een zoektocht naar een onbekende vader, bij de ander om fundamentele onzekerheid, bij de volgende om geloof of gevoelens van wraak of onverwerkte rouw. Ogenschijnlijk hebben al deze individuele geschiedenissen weinig tot niets met elkaar te maken, totdat, stap voor stap, duidelijk wordt dat onzichtbare draden hen wel degelijk met elkaar verbinden. Tragisch genoeg blijven, voor de betrokkenen zelf, de meeste van deze draden voorgoed verborgen. Niemand durft immers werkelijk open te zijn en zich kwetsbaar op te stellen. Liever zwijgen dan zwak lijken is het parool van zowel de mannen als de vrouwen.

Ook al zou je de personages soms eens wat gezonde, frisse levensvreugde willen inblazen, toch is Een klein geheim geen deprimerende roman. Desarthe houdt van haar personages als waren zij elk een deel van haarzelf. Ze respecteert hen en laat hen, ook op momenten dat ze hen gemakkelijk belachelijk zou kunnen maken, in hun waarde. Bovendien beschikt de schrijfster over een teder soort humor, die het boek een lichtere ondertoon geeft. Zo spreekt de vrouw die zich volledig misplaatst voelt op een feestje, zichzelf opbeurend toe door zich gelukkig te prijzen 'dat ze naast een vrouw met een pruik mocht zitten: dat was iets wat ze altijd al graag had gewild.' Ook een dronkemansscène ('Laten we doen alsof we dertig jaar jonger zijn...') heeft, ondanks z'n nostalgische toon, iets onweerstaanbaar komisch.

André Malraux schreef ooit dat een mens vooral gevormd wordt door hetgeen hij verbergt. Agnès Desarthe illustreerde deze stelling op een indrukwekkende manier en voegde daar haar eigen, relativerende motto aan toe: 'Iedereen denkt een geheim te hebben. Voor de een is het iets pijnlijks, voor de ander iets plezierigs. In wezen maakt het niet uit, want op een dag komt een onverschillige hand, die traag uit de hemel neerdaalt, hen halen.'