Waterpaviljoen mag niet op water lijken

Gebouw: Waterpaviljoen Neeltje Jans. Architecten: NOX Architecten (Lars Spuybroek en Maurice Nio) voor het zoetwaterpaviljoen; Kas Oosterhuis voor het zoutwaterdeel. Opdrachtgever: Delta Expo bv. Ontwerp: 1994. Uitvoering: 1996-97. Bouwkosten: ƒ 4,45 miljoen gulden. Het waterpaviljoen is tot eind oktober dagelijks geopend van 10-17.30 uur. Adres: WaterLand Neeltje Jans, Burgh Haamstede.

'In dit paviljoen is niets recht. Uw evenwichtsgevoel wordt op de proef gesteld.' Deze veelbelovende waarschuwing staat op een papier dat bij de ingang van het waterpaviljoen, een nieuw onderdeel van het bescheiden attractiepark waarin het voormalige werkeiland Neeltje Jans van de stormvloedkering in de Oosterschelde is veranderd. Het papier doet denken aan het bord bij Thunder Mountain in het Amerikaanse Disneyworld, dat hartpartiënten en zwangere vrouwen ontraadt de Donderberg te betreden wegens de extreme versnellingen waaraan men daar wordt blootgesteld. Maar wie het waterpaviljoen, ontworpen door NOX architecten en Kas Oosterhuis verlaat, moet vaststellen dat het waterpaviljoen ook voor zwangeren volkomen veilig is. Het gevaar voor natte voeten is weliswaar niet denkbeeldig in het paviljoen, maar ook een bejaarde kan met weinig moeite droog het waterpaviljoen verlaten.

Het paviljoen moet een beeld geven van de eeuwige cyclus en het mogelijke geweld van water. Eerst ziet de bezoeker een muur die gedeeltelijk is bedekt met een laagje ijs, dan betreedt hij een ruimte met schuine vloeren en holle muren waar water uit de grond spuit en over de paviljoensvloer wegloopt. Hier kan hij, meestal zonder direct merkbare gevolgen, met voeten of handen knoppen indrukken en proberen te kort oplichtende teksten met statistische gegevens te lezen. Vervolgens ontmoet hij een vriendelijke suppoost, die hem een trappetje afleidt en op een plek neerzet vanwaar hij veilig kan kijken naar een soort waterval die op de vloer uiteenspat. Daarna gaat de weg naar boven langs gekromde holle constructies waarvan de kunststof bekleding soms is gescheurd. De tocht door het paviljoen wordt ten slotte besloten met enkele vage wolkachtige beelden en projecties van stichtende teksten van onder anderen Mahatma Ghandi.

Het paviljoen geeft op een tweeslachtige wijze weer hoe water van ijs verandert in een wolk: de inhoud van het paviljoen is concreet en abstract tegelijk. Concreet, omdat een directere confrontatie met water dan echte watervallen en -stralen nauwelijks mogelijk is. En abstract, omdat de veelkleurige grotachtige verlichting, de sonore elektronische klanken en projecties van computergraphics vooral een 'sfeer' scheppen en weinig feitelijke informatie over water geven.

De architecten en ontwerpers van het waterpaviljoen streefden dan ook niet naar een orthodoxe tentoonstelling over waterbeheersing, zoals die bijvoorbeeld in het verderop gelegen Delta-Expo van Wim Quist is te zien. Zowel NOX-architecten, die het zoetwaterdeel van het paviljoen ontwierpen, als Kas Oosterhuis, die het zoutwaterdeel voor zijn rekening nam, zijn architecten die hoge verwachtingen hebben van het ontwerpen met computers. Ons ruimtelijk besef zal radicaal veranderen door de virtuele wereld van de computer en dus ook de architectuur, zo geloven zij. Bovendien kunnen ze met behulp van de computer zonder al te veel moeite uiterst complexe vloeiende en wervelende vormen ontwerpen. Dat doen ze dan ook.

Form follows medium is het leidende beginsel geweest bij het waterpaviljoen. Binnen in het gebouwtje gaan onveranderlijk hellende vloeren geleidelijk over over in holle wanden die op hun beurt weer in gekromde plafonds veranderen. Buiten heeft het paviljoen het aanzien gekregen van een slingerende slang: in het met glimmend metaal beklede zoetwaterpaviljoen van NOX is het achterlijf van de slang te herkennen, in Oosterhuis' zwarte zoutwaterpaviljoen dat boven de zee uitkraagt de dikke kop van het beest.

Maar nog meer dan aan een dier doet het paviljoen denken aan water. Het ligt voor de hand om in de vloeiende vormen van het gebouw een verwijzing naar de meest voorkomende vloeistof op de aarde te zien. Maar dit blijkt een naïeve vergissing. “Vloeibare architectuur is NIET de mimesis van natuurlijke vloeistoffen”, zei Lars Spuybroek van NOX architecten uitdrukkelijk in een lezing die hij afgelopen voorjaar voor het Berlage Instituut hield. “Vloeibare architectuur gaat niet over bekoorlijke of sculpturale vormen. (-) Boven alles is het een vloeibaar maken van alles wat kristallijn en vast was in de architectuur.”

Door architectuur te 'kruisen met andere media' wil Spuybroek 'haar op een ander spoor zetten, een spoor waar moderne wetenschap, niet-lineaire elektronische media en cultuurtheorie zich met elkaar verenigen.' “Dit betekent een vloeiend versmelting van bijvoorbeeld muur en vloer, van lichaam en geometrie, van object en omgeving, van vloer en volume, van actie en vorm”, aldus Spuybroek.

Voorlopig hoogtepunt van dit streven is volgens Spuybroek het waterpaviljoen van Neeltje Jans. Toch is een bezoek aan het waterpaviljoen op Neeltje Jans een teleurstellende ervaring. Net zoals Ben van Berkels paviljoen 'Real Space and Quick Times' dat vorig jaar in de zomermaanden in het Nederlands Architectuurinstituut een beeld wilde geven van de computerarchitectuur, leidt een tocht door het nieuwe paviljoen op Neeltje Jans tot de vraag: is dit nu alles?

Een van de oorzaken van deze teleurstelling is dat de met de computer ontworpen vormen, mede wegens het budget, moesten worden gebouwd met tamelijk traditionele bouwtechnieken. Hierdoor is het gebouwtje lang niet zo vloeiend als de computerbeelden beloofden.

Zo is de slang op Neeltje Jans een beetje een lompig, hoekig beest geworden, zichtbaar samengesteld uit veel rechte en moeizaam buigende stukken. Binnen wordt de weerbarstigheid van de traditionele bouwmaterialen als ijzer en hout verhuld door de duisternis en veelkleurige verlichting, net zoals in duistere discotheken het bordkartonnen karakter van de aankleding ook nooit opvalt. Desondanks is een tocht door het paviljoen ook ruimtelijk niet zo indrukwekkend als de waarschuwing bij de ingang deed vermoeden. Het vreemdst is nog dat foto's van het computerpaviljoen veel opwindender zijn dan de werkelijkheid. Zelden hebben architecten zoveel aandacht geschonken aan alle drie dimensies: het waterpaviljoen heeft op werkelijke ieder punt een andere doorsnede.

Maar vreemd genoeg heeft dit geleid tot een architectuur die vooral in tweedimensionale weergaves interessant is. Op foto's toont het waterpaviljoen zich als een delirische wereld van vreemde, complexe vormen; in werkelijkheid loopt men door een tamelijk eenvoudige holle ruimte met hellende vloeren, die maar matig kan boeien.