Vertrek Blanc raakt Jospin

PARIJS, 5 SEPT. De verklaring van Christian Blanc voor zijn vertrek als president-directeur van Air France was vanmiddag formeel. “Het is het absolute recht van de aandeelhouder - de Franse staat - te menen dat Air France de laatste grote Westerse luchtvaartmaatschappij kan zijn die in meerderheid in publiek eigendom verkeert. Ik heb er kennis van genomen.”

Christian Blanc laat Air France vliegen. Dat was het wonder van de afgelopen vier kaar, waarin hij de technisch failliete staatsmaatschappij redde van de ondergang: dit voorjaar werd voor het eerst sinds acht jaar weer winst geboekt. Dat is het zorgelijke nieuws van vandaag nu vaststaat dat de regering-Jospin zich houdt aan haar verkiezingsbeloften: Air France wordt niet geprivatiseerd. Blanc heeft de consequenties getrokken.

Gisteravond zat hij nog twee uur bij premier Jospin. Er bleef een snipper hoop op een compromis, al was het klimaat er niet naar. Door een communist op het ministerie van transport te benoemen had Jospin in juni in feite het lot van Air France en haar tot symbool uitgegroeide eerste man bezegeld. Bekend was dat Blanc, na alle offers die hij de werknemers had laten brengen, alleen een bloeiende toekomst voor het bedrijf mogelijk achtte door het voluit in de privé-sector te laten opereren. Even bekend was dat juist de communisten een geloofsartikel hadden gemaakt van het niet-privatiseren van staatsondernemingen zoals de spoorwegen SNCF en Air France.

Blanc, de hoge ambtenaar die voor de socialistische premier Rocard de crisis in Nieuw-Caledonië oploste en later het Parijse Stadsvervoersbedrijf de RATP moderniseerde, had Air France najaar 1993 geërfd in complete crisis. Zijn voorganger Attali was door de conservatieve regering-Balladur geofferd aan het personeel dat de startbanen van Orly en Roissy-Charles de Gaulle dagenlang bezet hield. Sinds 1989 was het bedrijf steeds dieper de rode cijfers ingedoken.

Het was geen liefde op het eerste gezicht tussen Blanc en het Air France-personeel. Maar de stevige sigarenroker met zijn sardonische lach speelde op de man en vrouw, won een eerste referendum (waarbij de vele bedrijfs-gebonden vakbonden het nakijken hadden) en won de volgende slagen.

Binnen vier jaar zijn veranderingen doorgevoerd die destijds ondenkbaar waren. De piloten hebben salaris moeten inleveren en hun produktiviteit moeten opvoeren. Het cabinepersoneel heeft zijn roosters moeten flexibiliseren. De dochtermaatschappij Air Inter, die haar binnenlandse monopolie verloor na het openstellen van het Europese luchtruim, werd in Air France geïntegreerd - met verlies van alle extra rechten en toeslagen, betaald uit de monopolie-winsten. Air France gooide haar hele vluchtrooster om en schakelde over op de 'hub and spoke' en 'dagrand' systemen, waar KLM en andere concurrenten zich mee vooruit blazen.

Het personeel raakte stapje voor stapje overtuigd. De staat mocht van Brussel 20 miljard francs bijdragen om het geaccumuleerd verlies van 35 miljard francs te verminderen. De regering-Juppé wilde niets liever dan eind dit jaar privatiseren - met personeelsaandelen zouden de laatste rimpels van verzet worden weggestreken, zo was de verwachting.

En toen schreef president Chirac nieuwe verkiezingen uit. De socialisten van Jospin beloofden een eind aan de privatiseringspolitiek van 'rechts' en wonnen. Sindsdien zoeken zij buigend en schuivend een uitweg uit dit zelfgekozen labyrint: waarschijnlijk wordt een dezer dagen aangekondigd dat France Télécom 'zijn kapitaal gaat openen', eerst 20 of 30 procent en - zonder het nu te zeggen - later meer. Zo is het bij Renault ook gegaan. Jospin heeft laten weten dat ook het internationale Airbus-consortium een NV mag worden. Er zijn meer tekenen van pragmatisme.

Maar Air France was een brug en een minister te ver. De linkse èn succesvolle manager die zich wilde meten met Lufthansa en British Airways is geofferd op het altaar van slijtende dogma's. Air France is het eerste slachtoffer: willen Delta en Continental nog wel een partnership met zo'n staatsvliegbedrijf? Eén ding lijkt duidelijk: KLM heeft een vrijere hand om Alitalia aan haar vriendenkar te binden.