Terugkeer van Albanezen kost Rome veel geld

Italië wil langzamerhand af van de duizenden Albanezen die in de eerste helft van dit jaar de chaos en anarchie in hun land zijn ontvlucht. Maar gemakkelijk is dat niet, en duur wordt het ook.

ROME, 5 SEPT. Omdat de oprotpremie nauwelijks blijkt te werken heeft Italië dieper in de portemonnee getast in een poging ongeveer tienduizend Albanezen die de afgelopen maanden zijn gevlucht, weer naar Albanië te laten terugkeren.

Rome heeft in samenwerking met Tirana een bescheiden 'Marshallplan' opgezet. Over een periode van drie jaar zal Italië voor ongeveer 250 miljoen gulden hulp bieden. De Italiaanse regering hoopt dat die toezegging voldoende garantie biedt voor medewerking bij de terugkeer van de vluchtelingen. Tirana had vorige maand de geplande terugkeer per 31 augustus geblokkeerd.

Premier Romano Prodi heeft afgelopen weekeinde bepaald dat al de Albanezen die na maart in Italië zijn aangekomen, eind november moeten zijn vertrokken. “Er zal geen verder uitstel zijn”, zei Prodi beslist. “Voor de repatriëring van de Albanese immigranten is de uiterste datum 30 november.”

De stellige toon die Prodi en andere Italiaanse bewindslieden aanslaan is niet alleen bedoeld voor Tirana. Het is ook een signaal naar de landen van de Schengen-groep, waartoe Italië op 26 oktober formeel toetreedt. Het land is met zijn achtduizend kilometer kust een paradijs voor illegalen die met een bootje willen binnenkomen. Rome wil de Schengen-landen, die onderling een vrij verkeer van personen hebben afgesproken, er nu van overtuigen dat het minder laks zal optreden en de bestrijding van illegale immigratie zeer serieus neemt.

In dat licht is de Italiaanse strategie een halve mislukking. Toen in maart ongeveer 16.000 Albanezen op krakkemikkige bootjes de anarchie en het geweld in hun land ontvluchtten, koos Rome voor een tweesporenbeleid. Italië nam het voortouw bij de vorming van een internationale interventiemacht die zou moeten helpen de rust in Albanië te herstellen. Daarnaast zouden de vluchtelingen zoveel mogelijk in opvangcentra bij elkaar moeten blijven en binnen drie maanden moeten terugkeren. In juni werd die termijn verschoven naar eind augustus.

De rol van de interventiemacht is bescheiden geweest, mede doordat het mandaat niet veel ruimte liet. Het plan om de vluchtelingen snel te laten terugkeren, is mislukt. Ongeveer 2.500 Albanezen zijn uit vrije wil teruggekeerd, sommigen met een oprotpremie van 350 gulden per volwassene. Nog eens 3.500 zijn meteen teruggestuurd of uitgewezen. Maar naar schatting drieduizend Albanezen zijn ondergedoken. Terugkeer van de rest, van wie ongeveer de helft in een kamp zit en de andere helft bij familie of vrienden, is tegengehouden door Tirana.

Nog midden augustus zei minister van Binnenlandse Zaken Giorgio Napolitano dat ze allemaal per 31 augustus weg zouden zijn. Tirana sputterde tegen dat de situatie in Albanië terugkeer nog niet mogelijk maakte. Toen opperde minister Lamberto Dini van Buitenlandse Zaken de bouw van opvangkampen in Albanië zelf. Het 'nee' van Tirana werd steeds beslister en na lange onderhandelingen capituleerde Rome. Het werd 30 november en een flinke zak met geld.

Veel Italianen vragen zich af of die nieuwe datum haalbaar is. De Albanezen in de opvangkampen willen helemaal niet terug. Giovalin, Bruna, Gesi, Arti, Arben, tientallen Albanezen zijn de afgelopen weken geïnterviewd over hun plannen, en allemaal zeggen ze dat ze in Italië willen blijven om te werken. Velen van hen zeggen dat ze bijna al hun geld hebben verloren in de frauduleuze piramidefondsen en niets meer hebben om naar terug te gaan.

Bovendien blijven er dagelijks nieuwe illegalen binnenkomen, tientallen per dag. Die profiteren vaak van de twee weken die liggen tussen aanhouding en uitwijzing om onder te duiken. Een wetswijziging moet het mogelijk maken om illegale immigranten bij elkaar te houden in opvangcentra, maar het wetsvoorstel ligt al een half jaar in het parlement en zit klem tussen partijen die harder optreden willen en partijen die zeggen dat Italië de deur verder open moet zetten.

Hoewel de rechtse oppositie in opdracht van mediamagnaat Silvio Berlusconi de neiging heeft onderdrukt om populistisch in te spelen op een reeks misdaden waarbij Albanezen en andere illegalen betrokken waren, komt het immigratieprobleem steeds gevoeliger te liggen. Toen twee jonge vrouwen waren vermoord door een illegale herder uit Macedonië, plaatste de separatistische partij Lega Nord, die steeds meer trekken van een extreem-rechtse partij krijgt, een grote foto van een strop op de voorpagina van de partijkrant La Padania. Politie en justitie waarschuwen dat de illegale immigratie is opgezet in samenwerking met mafiabendes in Zuid-Italië en daarmee bijdraagt aan de macht van de mafia.

“Hierachter zitten de nieuwe slavenhandelaren, dezelfde mensen die handelen in wapens, prostituees en drugs”, zei mafiadeskundige Pino Arlacchi, sinds 1 september ondersecretaris-generaal van de Verenigde Naties voor drugshandel, georganiseerde misdaad en terrorisme.

Volgens minister van Defensie Beniamino Andreatta is het probleem niet de terugkeer van de Albanezen die in maart zijn gekomen, maar de mogelijke toestroom van nieuwe vluchtelingen. “We lopen het risico van een nieuwe exodus”, zei Andreatta vorige week tegen La Stampa. “Er liggen 200 boten klaar om (vol vluchtelingen) uit Albanië te vertrekken.” Rome realiseert zich dat de Schengen-landen over de schouder toekijken hoe Italië dit probleem oplost.