Tennisbonden maken werk van anti-dopingbeleid

NEW YORK, 5 SEPT. Geschrokken door de commotie over het vermeende dopinggebruik van Thomas Muster hebben de Association Tennis Professionals (ATP) en de Internationale Tennis Federatie (ITF) tijdens de US Open een tegenoffensief ontketend om te bewijzen dat ook de tennissport de strijd tegen doping serieus neemt. Maar beide bestuurlijke lichamen worstelen met het dilemma dat ze op basis van duizend testen per jaar moeilijk kunnen garanderen dat het tennis een schone sport is.

“Tijdens het toernooi op Roland Garros hoorde ik diverse geruchten over sommige spelers”, zei ATP-president Mark Miles, zonder overigens namen te willen noemen. “Daarom leek het ons verstandig eventuele misverstanden uit de weg te nemen door naar buiten te treden met ons antidopingprogramma.” Sinds de invoering in 1995 van de ITF Anti-Doping Program zijn ongeveer tweeduizend controles uitgevoerd. Dat is weinig gezien het grote aantal professionele tennissers in het mannen- en vrouwencircuit.

Volgens directeur Deborah Jevans worden de toptien-spelers drie tot vier keer per jaar aan een dopingtest onderworpen, zowel bij toernooien als out-of-competition. Op alle vier grandslamtoernooien, de Davis Cup en de Fed Cup bij de vrouwen worden urinestalen van spelers en speelsters onderzocht op het gebruik van stimulerende middelen.

Niemand is tot dusverre positief bevonden, al blijkt dat pas als een gebruiker van stimulerende middelen ook na de contra-expertise in beroep wenst te gaan, zoals Mats Wilander en Karel Novacek besloten nadat ze vorig jaar op Roland Garros waren betrapt op het gebruik van cocaïne.

De overtreding van de twee viel onder categorie twee, de 'lichte' stimulantia en narcotica. Op het gebruik van zwaardere middelen als anabole steroiden staat de 'doodstraf', zoals ATP-president Miles de uitsluiting voor een jaar noemde. “Dan is een speler al zijn punten kwijtgeraakt en moet hij in principe opnieuw beginnen aan zijn carrière.” Dat is volgens de ATP nog niet gebeurd, maar de gedwongen pauze van drie maanden voor een lichter vergrijp roept telkens nieuwe geruchten over vermeende dopinggebruikers op.

Zoveel spelers kampen met chronische blessures, dat rustpauzes van enkele maanden regelmatig worden opgenomen. Soms is het verleidelijk te suggereren dat de desbetreffende tennisser op last van de ATP enkele maanden uit de wind is gaan zitten. Toen Boris Becker publiekelijk verkondigde dat het gebruik van doping gemeengoed was geworden in de tennissport, werd hij echter door de ATP gedwongen zijn woorden terug te nemen.

De zwakke plek in het antidopingprogramma is dat de ATP, zijn vrouwelijke tegenhanger WTA en de ITF zelfstandig mogen opereren. ATP-president Mark Miles erkende tijdens een bijeenkomst op Flushing Meadow dat bij de mannen slechts bij acht tot tien tien reguliere ATP-toernooien dopingcontroles worden uitgevoerd. Dat maakte het voor de ATP in elk geval eenvoudig het rumoer rond Muster de kop in te drukken.

Volgens een Italiaanse krant zou de Oostenrijker tijdens het toernooi van Cincinnati positief zijn bevonden. “Frustrerend, omdat we daar helemaal geen testen hebben uitgevoerd”, verklaarde Miles. Muster sprak op de US Open van een hetze. “Sinds Boris Becker ooit iets over mij heeft geroepen, word ik van alle kanten belaagd. Ik ben al tientallen keren gecontroleerd. Ben ik soms verdacht, omdat ik over een grotere longinhoud beschik?”