Student wacht soms twee jaar op kamer

Veel eerstejaarsstudenten zijn op zoek naar een kamer. Met name in Utrecht en Amsterdam is het aanbod schaars. Er zijn soms wachttijden van twee jaar.

UTRECHT, 5 SEPT. In de stromende regen staat Dolf Bastaens met zijn grootouders op de stoep bij de Stichting Jongeren Huisvesting Utrecht. Het kamerbemiddelingsbureau gaat pas over een uur open, maar de familie weet van geen wijken. Ze zijn van Halle-Zoersel bij Antwerpen naar Utrecht komen rijden op zoek naar een kamer. De eerstejaarsstudent culturele antropologie wist reeds van de kamernood in Utrecht, maar hij houdt goede moed. “Ik ben optimist van instelling, dus dan moet het mij lukken.”

Eerder zoeken was er voor Bastaens niet bij, omdat hij een baan in het buitenland had. Hij heeft nog niet stilgestaan bij de mogelijkheid dat hij bot vangt. “Daar houdt een optimist geen rekening mee.”

Onverwoestbaar optimisme komt goed van pas bij het kamers zoeken in Utrecht. Bij de Stichting Sociale Huisvesting in Utrecht is de gemiddelde wachttijd nu 26 maanden. In Amsterdam varieert dat van twaalf (in de binnenstad) tot 24 maanden. In plaatsen als Groningen (nul tot drie weken) en Wageningen (drie maanden) hoeft een student nauwelijks te zoeken en staan in de loop van het jaar zelfs kamers leeg.

De animo voor een kamer in Utrecht neemt nog steeds toe. De SSH heeft nu duizend inschrijvingen meer dan vorig jaar. SSH-directeur G. van Genugten vermoedt dat dit een gevolg is van de verhuizing van HBO-opleidingen uit Amersfoort en Culemborg naar Utrecht.

De kamernood is ook een gevolg van de gemeentepolitiek. “Het is lange tijd beleid van de gemeente geweest om geen prioriteit te geven aan de huisvesting voor studenten en jongeren. Er werd heel bewust alleen gebouwd voor gezinnen”, zegt Van Genugten. Dat veranderde pas toen de studententoeloop in het hoger onderwijs begon te stagneren. “Toen de universiteit het benauwd kreeg, kregen de bestuurders opeens heel veel belangstelling voor huisvesting.”

Momenteel wordt in de Uithof een nieuw wooncomplex met duizend kamers gebouwd, waarvan naar verwachting een eerste blok met 55 wooneenheden rond de jaarwisseling wordt opgeleverd. Bij de SSH verwacht men dat de wachttijd daarna met twintig procent kan afnemen.

De grootschalige woningbouw in Leidsche Rijn aan de westkant van de stad kan grote verschuivingen teweeg brengen, denkt Van Genugten. Gezinnen zullen uit de minder populaire flatcomplexen trekken, die dan weer interessant worden voor studenten. “Als studenten met hun drieën een flat kunnen huren voor 700 gulden, dan zullen ze daarvoor kiezen. In Groningen en Wageningen zie je dat al gebeuren.”

De verwachting is dat deze ontwikkeling vooral ten koste zal gaan van de hospita's, die nu zo'n vijftien procent van de uitwonende studenten onderdak bieden. Die kamers kunnen nauwelijks concurreren met een SSH-eenheid; twaalf vierkante meter kost daar driehonderd gulden inclusief.

De stadsuitbreiding zal er ook toe leiden dat afgestudeerden eerder doorstromen. Als gevolg van de overspannen woningmarkt in de regio blijven zij nu vaak 'plakken' en voor een baan hoeven zij minder snel te verhuizen dan een afgestudeerde in Groningen of Maastricht. In vergelijking met de regio's Amsterdam en Rotterdam wonen in en rond Utrecht twee tot drie keer zoveel huishoudens niet zelfstandig.

Ook de hoogte van de kamerhuren wordt steeds meer een probleem, constateert J. Klinkhamer, medewerker van de Stichting Jongeren Huisvesting Utrecht. “De kamerhuren zijn in vijf jaar tijd met 25 procent gestegen, terwijl de beurzen zijn gedaald. Een kamer van 21 vierkante meter inclusief kost al gauw vijfhonderd gulden, maar we merken dat het boven de 450 gulden al moeilijk wordt voor de mensen.”

Eerstejaarsstudent Remmel Brink heeft het heft in eigen hand genomen. Samen met 55 lotgenoten verbouwt hij provisorisch de voormalige HBS (1901) aan de Van Asch van Wijckskade tot wooncomplex. Officieel geldt hun woonrecht slechts voor een half jaar, want dan komen er ambtenaren van het te renoveren stadhuis werken. “Tegen die tijd kun je veel gemakkelijker een kamer vinden”, zegt Brink. “Ik hoop dan iets definitiefs te vinden, want alsmaar verhuizen kost geld.”

De HBS wordt verbouwd op initiatief van de stichting Tijdelijke Huisvesting Jongeren, die uit de jongerenbeweging is voortgekomen. Met de inzet van de toekomstige bewoners kunnen de verbouwingskosten gedrukt worden. De ingewikkelde klussen worden uitbesteed. “Wij doen vooral standaardwerk, dat kinderen met vaders ook wel eens doen”, zegt Brink, die druk bezig is met de bouw van branddeuren in de hoge gangen.

De inzet van amateurs betekent plannen en goochelen tegelijk. “We moesten voor 55 mensen in totaal 200 mandagen binnen twee weken inroosteren”, rekent stichtingsvoorzitter Corné van Rooij voor. “Er zitten mensen bij die nog nooit een boor hebben aangeraakt, maar dat weet je niet van tevoren. Dat is wel eens lastig.”