Roeister Meliesie en haar gevecht tegen overgewicht

Ellen Meliesie (34) behoort tot de oudste deelnemers bij het wereldkampioenschap roeien in Frankrijk. Vanochtend werd ze met Annette Bogtstra (25) in de lichte dubbeltwee uitgeschakeld, maar van stoppen wil ze nog lang niet weten.

LAC d'AIGUEBELETTE, 5 SEPT. Ellen Meliesie en Steven Redgrave zouden graag zien dat het Internationaal Olympisch Comité vanavond de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires aanwijst als de stad waar in 2004 de Olympische Spelen worden gehouden. De Engelse roeier, die bij de WK roeien met zijn vier zonder stuurman op het Meer van Aiguebelette afstevent op de wereldtitel, roeide nog nooit in Zuid-Amerika. De Nederlandse beschouwt de Argentijnse hoofdstad als een mooie stad waar het bovendien zo warm is dat ze er als lichte roeister gemakkelijk op gewicht kan komen.

“En als ik niet naar Buenos Aires ga als roeister, dan maar als coach”, zegt de oorspronkelijk uit Zwolle afkomstige atlete, die met de 35-jarige Redgrave behoort tot de oudste roeiers op het WK in Frankrijk. “In 2004 ben ik 41. Dat kan nog net.” Meliesie verwijst naar een Noor en een Nieuw-Zeelandse die als 40-jarigen nog in de wereldtop hebben meegeroeid.

In 1986 nam Ellen Meliesie voor het eerst deel aan een WK roeien, in het Britse Nottingham. Twee jaar daarvoor was de afstand bij de vrouwen verdubbeld tot 2.000 meter, de afstand die aanvankelijk alleen door de mannen moest worden afgelegd. Meliesie was 23 jaar, met twee jaar roeiervaring, en won in de lichte dubbel twee meteen een zilveren medaille. “We waren de eerste Nederlandse vrouwen sinds lange tijd die weer eens een medaille wonnen op een WK. Daarna is er nooit meer een dubbel twee zonder mij geweest die op de WK een medaille heeft gewonnen.” In 1988 werd ze wereldkampioen, in 1993 veroverde ze brons.

Vier maanden voordat ze in Milaan goud won, werd bij Meliesie een geperforeerde maagzweer ontdekt. Het werd haar bijna fataal. “Ik was toen snel op gewicht”, zegt de roeister met milde zelfspot. “Het had weinig gescheeld of ik had hier niet gezeten.” Een bacterie bleek de oorzaak en die nestelde zich destijds in maag en bloed. Mogelijk als gevolg daarvan heeft ze nog steeds klachten. Eerder dit jaar had ze gordelroos. Volgende week wordt Meliesie onderworpen aan een maagonderzoek en ondergaat ze een antibiotica-kuur. “Ik vecht eigenlijk continu tegen die bacterie.”

Meliesie heeft sinds haar dertigste steeds meer moeite om voor wedstrijden op gewicht te komen. “Het is een behoorlijke belasting, zo'n week op gewicht blijven. Het brengt veel stress met zich mee.” Gemiddeld mogen roeisters in de lichte dubbeltwee niet meer dan 57 kilo wegen. Maar Meliesie (1.68 meter) heeft de pech dat partner Bogtstra langer is (1.77 meter) en dus meer mag wegen. Meliesie weegt op wedstrijddagen 56 kilo, Bogtstra 58. Voor drastische afvalmethoden past ze. “Als ik laxeermiddelen gebruik, ben ik vijf weken aan de schijt. Het enige dat ik op laxerend gebied doe, is chocola eten.”

Om zichzelf niet te veel op de proef te stellen, komt ze deze week in Frankrijk zo weinig mogelijk in de tent waar pasta, frites, vlees en vis worden geserveerd. “Het is het moeilijkst als je bij een zware roeier aan tafel zit die zijn eten niet meer hoeft. En dan heb jij net je worteltje op en zelfs het bord afgelikt waarop dat worteltje heeft gelegen. Begrijp je nou waarom mensen die afvallen altijd chagrijnig zijn? We kiezen er zelf voor, maar het blijft moeilijk”, zegt Meliesie. Zij is als fysiotherapeute verbonden aan het sportcomplex Amstelpark te Amsterdam, op een steenworp afstand gelegen van de Bosbaan waar de nationale selectie traint. Ze kan werk en sport moeiteloos met elkaar combineren.

Meliesie kan alleen onder druk presteren. “Tien ik nog zwom - van mijn negende jaar tot mijn tweeëntwintigste heb ik wedstrijden gezwommen - ging het in de trainingen beter dan in de wedstrijden. Nu is het andersom. Tijdens het trainen klungel ik maar wat. Tijdens wedstrijden lag ik soms kokhalzend aan de finish. Dat heb ik nou niet meer. Maar zenuwachtig ben ik nog wel voor een wedstrijd. Zodra ik dat niet meer heb, stop ik ermee.”

Bijgeloof heeft ze nooit afgezworen. “Ik ga niet onder een ladder door”, bekent Meliesie. “Ik trek ook altijd eerst mijn linkerschoen aan. Aanvankelijk had ik favoriete sokken, en toen daar gaten in kwamen besloot in helemaal geen sokken meer te dragen. Tegenwoordig roei ik wedstrijden zonder onderbroek. En geloof me, dat alles scheelt een heleboel wasgoed.”

De vaste rituelen brachten Meliesie vanochtend geen geluk. Met Bogtstra plaatste ze zich niet voor de finale. Hevig teleurgesteld tilde ze na de halve finale met Bogtstra de boot uit het water, de boot waarin Meliesie met Laurien Vermulst zesde werd bij de Spelen in Atlanta. Aan Sydney 2000 wil ze nog niet denken, ze leeft als roeister van jaar tot jaar. “Als ik naar Sydney ga, is het in elk geval niet voor een zesde plaats.”