Queen

In Londen hadden we jaarlijks een paar vaste afspraken. Een ervan was de Royal Tournament, een soort militaire show, met soldaten in schitterende uniformen, veel paarden, marcherende orkesten met trommels en doedelzakken, en ingewikkelde hindernis-races tussen teams van de Marine.

Een andere was Trooping the Colour, ook met soldaten, paarden en militaire bands. Het werd gehouden in de zomer, op de officiële verjaardag van de Koningin; soms was het zo warm dat de Guards in berenbontmutsen flauw vielen, nog steeds stram in de houding natuurlijk.

Na al dat marcheren en muziekspelen kwam de Koningin, te paard, in amazonezit. Maar ze was ver weg, je kon haar niet goed zien, alleen dat ze kleiner was dan de soldaten. Er gebeurde dan iets met de Colour, het vaandel, dat ieder jaar hernieuwd moest worden. Net als bij de Royal Tournament letten we altijd goed op wat er gebeurde met de paardevijgen: de soldaten moesten doen alsof ze ze niet zagen, gewoon doorlopen dus, maar wij zagen ze wel.

Jaren later werd op school meegedeeld dat de koningin door de stad zou rijden, en dat het een goed idee zou zijn om op haar route te gaan staan. We gingen naar een kruispunt waar ze langzaam zou moeten rijden. Er waren veel mensen, sommigen hadden vlaggen.

Na lang wachten hoorden we roepen: 'The Queen! The Queen!' En ja, daar kwam, langzaam, geruisloos, een gigantische zwarte auto zo groot als een boot en zonder nummerbord. De koningin heeft geen nummerbord nodig op haar eigen wegen; ze mag ook niet stemmen.

'The Queen!' riepen wij nu ook. En we zagen, achterin de grote auto, alleen maar een klein armpje dat langzaam op en neer bewoog. De nummerloze auto verdween weer. Dat was het, we hadden de koningin gezien.