Peper belooft raad beter in te lichten

ROTTERDAM, 5 SEPT. Burgemeester Peper zal de Rotterdamse gemeenteraad beter en “verder dan de raad formeel toekomt” informeren over zijn beleid als korpsbeheerder van het politiekorps Rotterdam-Rijnmond. Met die toezegging nam het overgrote deel van de raad gisteren genoegen na een debat over Pepers rol in de affaire-Brinkman en de daarop gevolgde benoeming van de Tilburgse hoofdcommissaris B.A. Lutken tot korpschef in Rotterdam.

Een motie van de Stadspartij waarin Pepers optreden werd afgekeurd, werd met slechts vijf stemmen voor verworpen. Vrijwel alle fracties uitten hun ongenoegen over het “gebrek aan communicatie en de stilte” (Beijnen, D66) die volgden op het raadsdebat van 3 juli. Dat eindigde met het aannemen van een motie waarin onder meer Pepers beleid werd gekritiseerd. Kort daarop werd Lutken benoemd tot opvolger van J.W. Brinkman, de korpschef die enkele dagen daarvoor door minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) was ontslagen.

Half augustus lekte een memorandum van Lutken uit, waaruit bleek dat de nieuwe korpschef vergaande eisen stelde die op dat moment overigens al waren ingewilligd door Peper. De belangrijkste was dat Lutken secretaris werd van het regionaal college (het bevoegd gezag) dat bestaat uit de burgemeesters van de Rijnmondgemeenten en de hoofdofficier van justitie in Rotterdam. Het raadslid Kneepkens van de Stadspartij zag hierin het bewijs dat “de burgemeester zijn lessen niet leert en onzorgvuldig blijft”. Peper vond dat de 'werkeis' van Lutken “niet moet worden opgeblazen omdat aan de gezagsverhouding niets verandert”.

De Rotterdamse burgemeester waarschuwde dat alle rumoer over de affaire-Brinkman ertoe leidt dat de voorstanders van een staatspolitie de wind in de zeilen krijgen “en dan krijgt de raad nog minder te zeggen”. Hoewel “het recht grillig kan zijn”, verwacht Peper niet dat Brinkman terugkeert als korpschef. In een bezwaarprocedure kreeg de ontslagen oud-generaal deze week gelijk van de president van de Haagse rechtbank.

Volgens Peper moet een “gelijkwaardige baan” voor Brinkman gevonden kunnen worden. Hij hoopt dat de zaak niet eindigt met een gouden handdruk of schadevergoeding. De raad herhaalde zijn eerder in juli uitgesproken opvatting dat Den Haag (Dijkstal) en niet Rotterdam voor een eventuele gouden handdruk moet opdraaien.