Niets vergaat, niets blijft; Ovidius' 'Metamorphosen' volledig op de radio

In de 'Metamorphosen' van Ovidius wordt Daphne een laurierboom en doet Zeus zich voor als een zwaan. Acteur Krijn ter Braak en regisseur Peter te Nuyl bewerkten het epos integraal voor de radio. Ze stellen Ovidius voor als verslaggever van deze tijd. Letterlijk. Met hedendaags straatrumoer onder zijn stem.

Metamorphosen door NPS. Eerste uitzending 8/8; laatste uitzending 30/3/98. Aanvang 23.11 in het programma De Avonden, Radio 5. Techniek: Leo Knikman. Ovidius: Metamorphosen. Vertaling M. d'Hane-Scheltema. Uitg. Athenaeum-Polak & Van Gennep. Prijs ƒ 64,- (tot en met 15/10; daarna ƒ 79,-).

Aanvankelijk wilde acteur Krijn ter Braak de Metamorphosen van Ovidius helemaal alleen voorlezen. In een schouwburgzaal. Op een simpele stoel, op het podium, in theaterlicht. De acteur die niets anders is dan stem. En Ter Braak heeft een stem waar je naar blijft luisteren; een bariton met krachtige inzetten en dan weer diepe stiltes. Hij zegt iets, en neemt terug, lijkt hardop na te denken en ineens schiet hij weer vooruit met de tekst mee.

Nu is Ter Braaks stem niet in de schouwburg te horen maar op de radio. In de regie van Peter te Nuyl zendt de NPS dit winterseizoen de integrale vertaling uit van Ovidius' Metamorphosen in de vertaling van M. d'Hane-Scheltema. Meer dan veertig acteurs doen mee en wie trouw is aan de radio, heeft na die 30 keer 40 minuten die elke uitzending telt de gehele Metamorphosen voorgoed in zijn hart gesloten.

In de vertaling is niets geschrapt. Elk woord, elke versvoet krijgt zijn tijd, duur en ritme. Er bestaat in de klassieke literatuur geen overvloediger epos dan de Metamorphosen. Het ene verhaal tuimelt in het andere, twaalfduizend verzen lang. En er moeten 130 verhalen verteld worden. Ovidius beschrijft de wereld vanaf de schepping, althans, zoals hij de schepping zag - en dat was niet de christelijke van Genesis - tot aan de stichting van het keizerlijke Rome. In het boek treedt Ovidius als vertellende instantie op en introduceert hij de personages in de indirecte rede. Regisseur Te Nuyl heeft het onderzocht: 48% van de tekst is de verteller aan het woord, 52% nemen de personages voor hun rekening.

Ovidius zegt dat de schepping beheerst wordt door gedaanteverwisseling; niets zal ooit voorbijgaan, altijd zal alles terugkeren in een andere gestalte. Niets vergaat, en niets blijft hetzelfde. Zo schuilt in de bladstille waterspiegel van een vijver het gezicht van Narcissus. En verandert de goddelijke nimf Daphne, terwijl ze door de begerig-gretige Apollo op de hielen wordt gezeten, in een laurierboom. De allereerste metamorfose die Ovidius beschrijft is de verandering van Chaos in Kosmos. Gedaanteverwisseling dus als scheppend beginsel. Ovidius schrijft: 'Niets houdt zijn eigen aanschijn / De vernieuwster aller dingen, / Moeder Natuur, laat elke vorm ontstaan uit andere vormen. / Geen enkel ding in dit helaal, geloof me, gaat teloor, / maar alles wisselt en vernieuwt.'

Dichtader

Drie radioseizoenen terug las Ton Lutz geheel op zijn eentje de Odysseia van Homeros voor, en dat deed hij zo boeiend en verslavend dat de luisteraars om een herhaling vroegen. Lutz was een afstandelijke verteller; hij liet het woord voor zich spreken en verborg de acteur in zichzelf. Metamorphosen krijgt een andere aanpak. Te Nuyl en Ter Braak kozen voor radiodrama. Hierin zijn ze geheel trouw aan de dichter Ovidius die, na voltooiing van dit epos, door de Romeinse keizer om duistere redenen in ballingschap naar de Zwarte Zee werd gestuurd; daar bloedde zijn dichtader leeg. Hij kon niet dichten zonder publiek, dat was voor hem als 'dansen in het donker'. Ook Ter Braak heeft gehoor nodig; en in zijn geval is dat regisseur Te Nuyl.

Een klassieke tekst wordt drama door de betrokkenheid van de verteller. Te Nuyl legde over de tekst een matrix van genres. In de scène bijvoorbeeld waarin Persephone, koningin van de onderwereld, verhaalt over honderden doden, heerst de toon van de slapstick. Al die doden, dat gaat maar door, dat is toch onwaarschijnlijk... Het verhaal van de op zijn eigen spiegelbeeld verliefde Narcissus, die zichzelf wil omarmen en verdrinkt in de vijver, vertelt Ter Braak als een pijnlijke jeugdherinnering, fluisterend bijna. Of luister naar de episode over Jupiter die in de gedaante van een stier Europa schaakt - dan zoemt er een vlieg rond in de studio, een koeienvlieg die het vee lastig valt. Al vertellend is Ter Braak op jacht naar die vlieg, totdat hij hem, pàts, op zijn wang doodslaat.

Er zijn 267 sprekende rollen in de Metamorphosen. Dat was, rond het begin van de jaarwisseling toen Ovidius het epos schreef, een unicum. Voorgangers als Homeros en Vergillius schiepen helden zoals Odysseus en Aeneas. Maar Ovidius pakte het anders aan; hij creëerde een filosofisch thema als hoofdpersoon, een lichaamloos iets: de onophoudelijke verwisseling van gestalte. In de inleiding schrijft Ovidius: 'Ik wil gaan spreken van gedaanten die in nieuwe werden / veranderd. Goden, leen mijn werk uw adem, want ook u / deed mee aan die veranderingen. Leidt ononderbroken / mijn lied vanaf het eerste werelduur tot aan mijn tijd.'

Die laatste zinsnede, 'mijn tijd', heeft Te Nuyl letterlijk genomen; hij haalt de verteller Ovidius naar het heden. Terwijl Ter Braak de proloog uitspreekt over Chaos die Kosmos wordt, staat hij op een intens lawaaierig verkeersplein. Dat moet in Rome zijn, want er klinkt ineens een Italiaanse vrouwenstem. Als hij het heeft over de Choas als een 'primaire ongevormde massa', dan horen de we Fiats en scooters razen. Heel abrupt, als in een documentaire, gaat hij een kerk binnen, er klinkt orgelmuziek en ijl gezang, we horen als het ware in die gewijde stilte de kaarsen branden, en dan vertelt Ter Braak over de eerste metamorphose: die van wanorde tot orde: 'De hemelkoepel, rijk aan lichtend vuur, ijl van gewicht, / steeg stralend op en koos zichzelf de allerhoogste standplaats.'

Te Nuyl ziet Ovidius als een verslaggever van deze tijd. Een man die door de wereld loopt en verhaalt over wat hij ziet. Muziek en geluiden - en dat is niet hetzelfde - gaan onder de tekst door als een koude onderstroom onder warme golven. Geluiden uit de realiteit, zoals verkeersrumoer, worden afgewisseld met muziekcomposities, gemaakt door muzikanten als Han Bennink en Ernst Reijseger. Wanneer in een meeslepende episode Daphne in een boom verandert, dan klinkt daar een cello onder, stroef, schor, sonoor. Daphne wordt van hout, haar lover ruist. Bewerker Te Nuyl schrijft in het script bij wijze van regieaanwijzing: “De snaarmuziek verandert plots van karakter. Geen getokkel maar gestreken, maar zeer langzaam, zodat een soort houtkraak-achtig geluid uit de snaar komt.”

De Metamorphosen is misschien wel het belangrijkste boek uit de klassieke oudheid. Dichters, librettisten, schilders, schrijvers hebben aan dit onuitputtelijke boek ontelbaar veel motieven ontleend. De val van Icarus die met vleugels van was in zee stort - het staat in de Metamorphosen. Zeus die in de gedaante van een zwaan Leda verleidt - we vinden het door Ovidius beschreven. Het is ook een troostrijk boek, want zoals de dichter de wereld voorstelt zal er nooit iets verdwijnen en is elke vorm van afscheid of dood tegelijkertijd de geboorte van het nieuwe.

Over Daphne, vers 548-554:

Haar klacht weerklinkt nog, als een starre stijfheid haar bevangt: / haar zachte borst wordt door een dunne laag van schors omsloten, / haar armen groeien uit tot takken en haar haar tot loof, / haar voeten, eerst zo snel, zijn nu verstokt tot trage wortels, / haar hoofd wordt kruin. Haar gratie is het enige wat rest. / Nog steeds bemint Apollo haar, zijn vingers langs de boomstam / voelen haar hart nog sidderen onder de nieuwe bast.''

Uit: Ovidius, Metamorphosen. Vert. M. d'Hane-Scheltema.