Kamer: Familie Gümüs moet weg uit Nederland

DEN HAAG, 5 SEPT. De Turkse familie Gümüs moet het land uit. Moties om het gezin in Nederland te houden haalden gisteren geen meerderheid in de Tweede Kamer. De hoofdrolspelers in het Kamerdebat gaven na afloop elkaar de schuld van de commotie die rondom Gümüs is ontstaan en de uiteindelijk negatief uitvallende uitslag van de stemming.

Gümüs legt zich neer bij de beslissing. “Het hoogste orgaan heeft beslist en ik denk niet daar nog verandering in komt”, zei hij gisteren via een tolk. Wanneer Gümüs precies het land zal verlaten, is onduidelijk. Vanmiddag dient in Amsterdam nog een laatste kort geding om hem hangende twee nog lopende procedures in Nederland te houden. Volgens staatssecretaris Schmitz (Justitie) moet hij uiterlijk 10 september vertrekken.

Maar burgemeester Patijn heeft de gemeenteraad van Amsterdam toegezegd niet voor dinsdag 16 september tot uitzetting over te gaan. Op die dag bespreekt de raad een eventueel ordeprobleem dat bij de uitzetting kan ontstaan. Bij gedwongen uitzetting valt de politie onder directe verantwoordelijkheid van de staatssecretaris, maar als verstoring van de openbare orde dreigt, kan de burgemeester wel het moment van uitzetting uitstellen, aldus een woordvoerder van Patijn.

Een motie van PvdA en D66 om het beleid jegens 'witte' illegalen als Gümüs te versoepelen werd gisteren met 74 tegen 68 stemmen verworpen. De afwezigheid van acht Kamerleden speelde geen doorslaggevende rol. VVD, CDA, CD, de kleinere christelijke partijen en het lid Hendriks stemden tegen. Een motie van GPV en RPF om voor Gümüs een uitzondering te maken omdat hij speelbal van de politiek was geworden, haalde het evenmin. Het was overigens twijfelachtig of het kabinet deze motie zou hebben uitgevoerd. Oud-burgemeester Van Thijn, die onlangs dreigde zijn lidmaatschap van de PvdA op te zeggen, zei gisteren: “Ik ben diep ontgoocheld, zwaar teleurgesteld en ook ontzettend kwaad. Maar over mijn eigen positie heb ik bedenktijd nodig.”