In het spoor van de slaven naar Bagamoyo

De zomer is de tijd om het strand op te zoeken - hier of verder weg. Ook een aantal van onze correspondenten is een dagje naar zee geweest. Vandaag de laatste aflevering: Bagamoyo.

BAGAMOYO, 5 SEPT. Als klein jochie voetbalde Samahani Kejeri aan het strand bij Bagamoyo. “Ik vroeg me altijd af: waar komen die vreemde hoge zandheuvels aan de waterkant vandaan, waarom steken er van die rare stukken steen uit”, zegt de inmiddels 56-jarige Kejeri. In 1958 begon hij te graven in het mulle zand. Na weken arbeid verschenen de contouren van een oude stenen stad: twee moskeeën, een heilige graftombe, huizen en een waterput. Kejeri had geholpen een in de twaalfde eeuw bij Bagamoyo door Perzen gestichte nederzetting bloot te leggen.

Kejeri wijdde vervolgens zijn leven aan de geschiedenis van Bagamoyo, een dorp aan de ongeschonden palmenstranden van Noord-Tanzania, twee uur rijden over een slechte weg van Dar es-Salaam. Naast het werk op zijn kleine akker leidt hij bezoekers rond bij de ruïnes. Hij tuurt door zijn grote bruine bril naar de hopen overgroeid groen waar hij andere ruïnes vermoedt. Als de gast een foto of zijn kaartje achterlaat, wordt hij zijn vriend. Ik ga zijn plakboek in als 'Vriend nummer 12.372'. Met een oude schrijfmachine heeft hij visitekaartjes gemaakt, waarop hij zich presenteert als Professor Kejeri. De professor schreef het boekje 'Bagamoyo: De schoonheid aan het strand.'

Wat is die schoonheid van het strand van Bagamoyo? De slaven, de vissers, de handelaren, de missionarissen, de ontdekkingsreizigers of misschien de toeristen? Er ligt een tegenstrijdigheid besloten in de naam van het dorpje van 25.000 inwoners. In het Kiswahili betekent Bwaga Moyo: Leg je hart te ruste. Voor de slaven was Bwaga Moyo het eindpunt op weg naar de slavenmarkt van het eiland Zanzibar: laat je hart maar rusten, er bestaat geen hoop meer. Een geheel ander gevoel overviel de handelaren van de karavanen wanneer zij thuiskwamen in Bwaga Moyo: wees gerust mijn hart, de zorgen zijn voorbij.

Bagamoyo vormde eeuwenlang de toegang tot de afgesloten binnenlanden van midden- en zuidelijk Afrika. Door Arabische handelaren gedreven karavanen penetreerden 1.500 km landinwaarts, handelden en vochten met inlandse volkeren om terug te keren naar de kust met ivoor en geketende slaven. Vanuit de baai bij Bagamoyo verscheepten zeilboten de goederen en slaven naar Zanzibar. Drie tot zes maanden duurden de voettochten naar het binnenland, vier op de vijf slaven overleden daarbij. De slavenhandel werd pas begin deze eeuw beëindigd. Bagamoyo floreerde intussen. De Duitser Rochus Schmidt schreef in 1888: “De stad is overal bekend en trekt mensen aan omdat ze het centrum is van rijkdom, welzijn en voorspoed.”

Vlak bij de Karavaan Sera, het eindstation van de karavanen, woont Isa, een oude man met Arabisch bloed in zijn aderen. “Mijn grootvader verkocht nog slaven”, vertelt hij. Hij zit onder een afdakje in kleermakerszit een mat te vlechten, zijn kinderen stampen de vliesjes van de rijst. “We zwijgen liever over dit verleden. Ik kende bewoners van Bagamoyo die slaven waren. Hun afstammelingen schamen zich er nog voor. Als mensen hier echt heel kwaad worden, schelden ze elkaar uit voor slaaf.”

Blanke geestelijken bestreden de handel en richtten in Bagamoyo een Freedom Village op voor weggelopen slaven. Op het strand staat een groot marmeren kruis voor meditatie. Vandaar leidt een lange, witte laan met tientallen mangobomen naar de in 1868 gestichte katholieke missie. “Op 24 februari 1874 arriveerde een groep vermoeide Afrikaanse dragers bij de missie, zij trad zwijgend binnen. De dragers legden hun last neer bij deze kerk.” Vanuit wat nu Zambia heet hadden zij het gebalsemde lichaam gedragen van de Schotse missionaris en bestrijder van de slavenhandel, David Livingstone. Andere bekende ontdekkingsreizigers die in de vorige eeuw voet aan land zetten in Bagamoyo waren Speke, Burton, Grant, Stanley, Cameron, Peters en Emin Pasha, die tijdens een feestje in het fort uit het raam viel.

In de groenblauwe zee trekken tien flink gespierde vissers in een mechanische beweging aan een sleepnet. “Ik leerde het vak van mijn vader en hij weer van de zijne”, zegt Musa. “Bagamoyo leeft al eeuwen van vis.” Hij helpt de vangst van vandaag het strand opdragen en strijkt neer bij de dikke stam van een baobab. Vissers doen meer dan vissen. Heeft Musa iets gehoord van de geruchten als zou Bagamoyo een smokkelnest zijn? “Nee, nee, hoe komt u daarbij? We houden ons hier aan de wet!”

Bagamoyo ligt recht tegenover Zanzibar dat een aanzienlijke mate van autonomie geniet binnen de Verenigde Republiek Tanzania, en bijvoorbeeld eigen importbelastingen heft. De tarieven liggen lager dan die in Dar es-Salaam en langs smokkelroutes over zee vinden de goedkoop geïmporteerde consumptiegoederen een weg naar het vasteland. “O ja, onder de bescherming van de duisternis smokkelen vissers met hun zeilschepen”, verklapt Omar, die ook zijn brood verdient op het strand van Bagamoyo. “In de nacht liggen dan kleren en elektronische apparatuur van Zanzibar uitgespreid op het zand.”

Omar wil me langs de geschiedenis van het strand gidsen en brengt me naar het voormalige Duitse fort. Tot aan het einde van de Eerste Wereldoorlog bestuurde Duitsland het Oost-Afrikaanse gebied. De hoofdstraat van Bagamoyo heette Kaiserstrasse. Omar had me gisteren gezien in de New Top Life Bar, onderdeel van de nieuwe horeca in het dorp. “Ik begreep onmiddellijk dat er weer een toerist was, daarom ben ik vandaag naar het strand gekomen.”

Omar is een beach-boy. In het naburige Kenia met zijn goed ontwikkelde toeristensector opereren honderden jonge beach-boys op de palmenstranden, met hun Afrikaanse prullaria. Ze weten je op ieder plekje te vinden, ook voor seksuele diensten. Omar is heel wat minder cool dan zijn vlotte Keniase collega's. Hij is vijftig jaar en verkoopt alleen maar schelpen en oude Britse munten met een gaatje erin. Zijn laatste klant was een week geleden.

Honderd jaar geleden was Bagamoyo groter dan Dar es-Salaam. Nu trekken rijke bewoners van de hoofdstad voor het weekeinde naar het rustieke Bagamoyo. De buitenlandse toeristen gaan in hun spoor volgen. Bagamoyo staat op het punt te worden ontdekt door het massatoerisme, zoals Zanzibar sinds 10 jaar een geliefde bestemming is. In de stoffige straatjes waardoor de slaven marcheerden, verschenen twee weken geleden grote uithangborden van Coca Cola. Ieder winkeltje, bar en hotel kreeg er één, ook de missiewinkel, met een eigen naam erop. “Twee jaar geleden was er hier nog veel bush langs het strand”, zegt een hoteleigenaar. “In de mangrovebossen kropen slangen en scholen wilde varkens. Wel leuk natuurlijk die wilde natuur, maar als een toerist een slang onder zijn bed vindt, dan wordt het minder aangenaam.”

De beste grond langs het strand is inmiddels opgekocht door projectontwikkelaars. De bevolking van Bagamoyo, overwegend islamitisch en conservatief, hoopt bovenal op werkgelegenheid en de aanleg van een geasfalteerde weg naar Dar es-Salaam. Niet alle inwoners lijken klaar voor het toerisme. “Ze begrijpen het nog niet zo goed”, vervolgt de hoteleigenaar. “Soms gooien ze stenen naar toeristen die foto's van ze willen maken. Zo gooi je je eigen glazen in.”

Maar Bagamoyo zal er over enkele jaren geheel anders uitzien, daar is iedereen het over eens. Een pioniersrol vervult de Kunstacademie, een voor Afrika unieke opleiding voor dansers, percussionisten, acrobaten en toneelspelers. Van ver trekt de academie artiesten aan, jonge Europeanen komen er drumlessen nemen. In 1981 verhuisde de academie van het drukke Dar es-Salaam naar het slaperige Bagamoyo. “Door ons toneel hebben we de bewoners van Bagamoyo de twintigste eeuw binnengehaald”, zegt dans- en toneelleraar John Mpanda. “Voorheen mochten de gesluierde vrouwen hun huizen niet uit, nu komen ze in groten getale naar ons theater. Vroeger verboden preutse paters sensuele dansen als godslasterlijk, nu komen ze ons vragen of we nog wat uitdagender dansen willen opvoeren. Dat is verandering!”

In een amfitheater aan het strand mogen de bewoners komen kijken. Die avond verzamelen zich enkele honderden toeschouwers voor volkstoneel in het theater. Onder een kraakheldere hemel op een kaal podium voeren de studenten stukken op die handelen over drugsgebruik, overspel, corruptie in de overheid en over een vader die zijn dochter verkracht. Toeschouwers schaterlachen of geven anderszins luidruchtig commentaar. Baby's huilen. De scheiding tussen podium en publiek vervaagt. In de verte ruisen de golven op het oudste strand van Oost-Afrika.