Hoop op vrede Israel en Palestijnen ver te zoeken

Na de aanslag van gisteren in Jeruzalem is het onwaarschijnlijk dat de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Albright volgende week het vredesproces tussen Israel en de Palestijnen nog kan redden.

TEL AVIV, 5 SEPT. Komt de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Madeleine Albright, volgende week te laat naar het Midden-Oosten om het met bloed en wantrouwen doordrenkte Israelisch-Palestijnse vredesproces te redden?

Na de drievoudige Palestijnse zelfmoordaanslag van gistermiddag in Jeruzalem zou er een wonder moeten gebeuren indien Albright er nog in slaagt het Israelisch-Palestijnse vredesproces weer op de rails te zetten. Ze heeft waarschijnlijk te lang met haar interventie gewacht. Op zijn hoogst kan zij beide partijen tot kalmte manen en de sterkste van de twee, premier Benjamin Netanyahu, vragen in zijn woede niets te doen dat de politieke positie van de Palestijnse leider Yasser Arafat verder ondermijnt.

De aanslag van gisteren, die volgde op een gelijke zelfmoordaanslag op 30 juli in West-Jeruzalem, heeft de sedertdien onder zware Amerikaanse druk voorzichtig hervatte samenwerking tussen de Israelische en Palestijnse veiligheidsdiensten een zware slag toegebracht. Washington wist - of veinsde -dat Arafat zich weer tegen Palestijnse terreur verweerde. Israel betwistte dat. Minister Albright had echter geen oren naar de Israelische protesten. Als ze er wel naar had geluisterd, zou ze haar reis naar het Midden-Oosten hebben afgezegd. De fictie van de herstelde Israelisch-Palestijnse samenwerking was immers het argument waarmee ze haar trip door haar woordvoerders liet rechtvaardigen.

De Amerikaanse diplomatie heeft de afgelopen weken naar de toonzetting van premier Benjamin Netanyahu de Palestijnse leider Arafat met de zwaarste verantwoordelijkheid voor de impasse in het vredesproces opgezadeld. Voor Washington was het even onaanvaardbaar als voor Jeruzalem dat Arafat de veiligheidssamenwerking met Israel op een heel laag pitje had gezet na het begin van het grote Israelische bouwproject bij Har Homa/Jebel Abu Gnheim in Jeruzalem, nabij Bethlehem. Daarmee wekte hij de indruk terreur als optie achter de hand te houden. Het is niet gepast, zei Albright, om veiligheidssamenwerking te gebruiken als een drukmiddel in onderhandelingen.

De bouw bij Har Homa heeft vanuit Palestijns perspectief de bodem uit het akkoord van Oslo geslagen. Aanhoudende onteigening van land in bezet gebied, uitbreiding van de nederzettingen en het platleggen van illegaal gebouwde Palestijnse huizen in Jeruzalem en elders op de Westelijke Jordaanoever, hebben wat er nog restte aan vredeshoop aan Palestijnse kant diep de bodem ingeslagen.

De Palestijnse zelfmoordterreur, die zich ook vóór de verkiezingzege van Benjamin Netanyahu in 1996 manifesteerde, heeft vrijwel hetzelfde effect op de Israelische bevolking. Het verlangen naar vrede is er wel, maar de hoop erop is vandaag heel ver te zoeken. Premier Netanyahu draagt daarvoor een zware verantwoordelijkheid. Hij koos voor unilaterale wijziging van het akkoord van Oslo om zijn volk na de zelfmoordaanslagen onder de vermoorde premier Rabin en diens opvolger Peres 'vrede met veiligheid' te brengen. Vrede heeft hij niet gebracht en veiligheid evenmin. Aan de 'uitverkoop' van Erets-Israel, het land van Israel, is echter - na de opgave van de helft van Hebron - wel een einde gekomen.

Netanyahu heeft met de hulp van het Palestijnse terrorisme van moslim-fundamentalistische huize de hoop op een vreedzame oplossing van het Israelisch-Palestijnse geschil een zware en wellicht onherstelbare slag toegebracht. Yasser Arafat heeft hij met zijn anti-Oslo instincten in een onmogelijke situatie gemanoeuvreerd. Netanyahu eist van hem dat hij de terreur bestrijdt in een atmosfeer waarin deze door toedoen van de Israelische politiek voor veel Palestijnen weer een optie werd.

Alleen scheiding tussen Israeliërs en Palestijnen, volgens de grondprincipes van het akkoord van Oslo, kan tot een ommekeer van de situatie leiden. Maar dan zou eerst het Israelische volk zijn onvrede over Netanyahu moeten uitspreken en opnieuw moeten kiezen voor een politiek die met de moord op Rabin ten onder is gegaan. Dat zit er niet in. Tegen Netanyahu wordt niet gedemonstreerd, omdat hij met zijn anti-Palestijnse politiek een gevoelige snaren bij heel veel Israeliërs raakt. Zeker als er bloed vloeit.