Het innerlijk onweer; Gesprek met schrijver Rainald Goetz

Jarenlang gold de Münchens/Berlijnse auteur Rainald Goetz als de schrik der burgers. Goetz schreef radicale stukken waarin tonnen doden te betreuren waren. Vanavond gaat zijn monoloog 'Cataract' in première. “'Koliek' was sozusagen een schreeuw. 'Cataract' daarentegen is een zich wiegend denken en tasten.”

Cataract, spel Lukas Dijkema, is t/m 12 september en van 18 t/m 29 november te zien in het Trust-theater, Amsterdam. Aanvang 20 uur; reserveren: 020-5205320. Tekstboekjes à ƒ 5,00 zijn te koop in het theater. Bij International Film & Theater Books, telefoon 020-6226489, is de trilogie 'Oorlog' (ƒ 10,00) verkrijgbaar, alsmede Duitstalig werk van Goetz in edities van uitgeverij Suhrkamp.

Op zijn sportfietsje komt hij aangereden: Rainald Goetz, de oudste jonge schrijver van Duitsland. De literaire rebel zet zijn rijwiel op slot en haalt een cassetterecorder tevoorschijn. “Dan kan ik thuis beluisteren wat ik hier heb gezegd.” Thuis ontvangt hij geen vreemden. Als ontmoetingsplek wees hij dan ook neutraal terrein aan: een terras in het centrum van München.

Herr Goetz, wat is dat voor monument, daar voor onze neus?

“Dat is de zogenaamde Feldherrenhalle. Onder Hitler was het een verzamelpunt voor marsen van de NSDAP.”

Hij lacht gespannen, wachtend op de wichtige Fragen waarop hij de perfecte antwoorden geven zal. Ik moet denken aan zijn optreden in Klagenfurt, veertien jaar geleden. Ter gelegenheid van de Ingeborg Bachmann-prijsuitreiking hield hij toen een opzienbarende lezing. Rainald Goetz kerfde met een scheermesje een diepe snee in zijn voorhoofd zodat het bloed het papier doorweekte. Ook al viel de schrijver haast flauw, zijn act had toch tot gevolg dat er naar hem werd geluisterd. En dat zijn even later gelanceerde romandebuut Irre in alle kunstbijlagen werd besproken.

Dìt las hij in Klagenfurt voor, uit zijn tekst Subito: 'In mijn hoofd gaat een wild dier tekeer. Waarom zit het denken in mij als het slechts een denken is tegen mij? [-] Mijn vertwijfeling schreeuwt. Ze schreeuwt: jij bestaat helemaal niet. Jij beheerst het moeilijke Duits niet. Dan brandt mijn hoofd van pijn. Ik moet het stukslaan aan de tafelrand. Dan vallen de hersens eruit. Jullie mogen mijn hersens hebben. Ik snij een gat in mijn hoofd, in mijn voorhoofd snij ik het gat. Met mijn bloed moeten mijn hersens eruit druipen.'

Goetz, de streber, de punker, de perfectionist. Goetz, de manipulator, de mediagenieke zelfkweller, de griezel. Tegenover me zit een tengere, grijzende man van 43. Een man met een kapsel als een gemaaid gazon en met een tot in de puntjes verzorgde Hoogduitse dictie. Nauwlettend ziet hij erop toe dat er van zijn kant geen woord te veel wordt gezegd en dat er van het wel gezegde geen woord verloren gaat. De geïnterviewde lijdt, als je zijn literaire alter ego's mag geloven, aan een hardnekkige controleerneurose. Dat zal wel te maken hebben met de angst voor de chaos. Goetz, zie het Subito-citaat, kent de chaos in zijn kop.

Kort na zijn ontslag uit een psychiatrisch ziekenhuis ontstond zijn stuk Katarakt. Dat werd in Duitsland in december 1992 voor het eerst gespeeld. De Nederlandse versie van Tom Kleijn gaat vanavond bij Toneelgroep De Trust in première, in een regie van Theu Boermans. Al eerder zorgde Boermans voor geruchtmakende Goetz-ensceneringen, en wel van het drieluik Oorlog, waarvoor de schrijver in 1986 de Mühlheimer Dramatikerpreis had gekregen. De Trusts Heilige Oorlog toonde het geweld in de maatschappij: megatonnen doden waren er in Goetz' hel te betreuren. Veldslagen ging over het geweld in het gezin en in de monoloog Koliek was het geweld gelocaliseerd in het brein van een man.

Isoleercel

Cataract (het derde deel van alweer een trilogie: Festung) opent eveneens het brein van een man - maar deze, een bejaarde ruïne, probeert nu eens vríendelijk met dat brein van hem om te gaan. Vergeleken met Koliek is Cataract een sentimenteel gedicht. Toch vertoeft de oude man niet in een idylle, maar in 'een nevenrijk, reusachtig, geweldig / heel eenzaam, treurig, en veel dwangmatiger / dan normale innerlijke werelden, geen verte / verstrengelingen en veel angst'. Komt hij net uit de isoleercel? Zit hij daar nog steeds? De stilte van een geluiddichte kamer kan hij zich erg goed voorstellen: 'Wanneer je jezelf verder niet beweegt / hoor je zelfs het openen en sluiten van je oogleden / vooral het openen.'

Het ontroerende van Cataract is dat de man zo hevig zijn best doet om zichzelf te beschrijven, om boven zichzelf te staan. Zijn isolement, zijn fysieke verval, zijn psychische probleem: z'n hele Ik onderzoekt hij als betrof het een interessante bacterie. En als hij zich toch weer eens kwaad maakt, dan haalt hij z'n tirade goedgemutst onderuit met een tegencascade van relativerende anderzijds-zinnen. Het gewik en geweeg brengt hem in een deemoedige stemming. Een ouwemannetjesstemming, moet Goetz, die in Cataract zichzelf portretteerde, stilletjes hebben gedacht. De ouwe: 'Hoe meer ik kapot ben gegaan / des te optimistischer ben ik geworden.'

Wilt u met 'Cataract' zeggen dat Rainald Goetz een dagje ouder is en niet meer zelfdestructief?

“Ik ken nog steeds het innerlijke onweer, ik ken de zielsverduistering, maar de beleefdheid gebiedt me daarover te zwijgen.”

De mannen in uw monologische teksten zijn bepaald levensecht.

“Precies.” Stilte. “Een van de voordelen van mijn manier van leven is dat je zelfs de schokkendste en aangrijpendste dingen, waaronder de meeste mensen alleen maar lijden, langs geraffineerde en gecompliceerde wegen produktief kunt maken.”

Wat voor schokkende en aangrijpende dingen zijn dat?

“Een verstandig mens praat alleen over zaken die hij onder controle heeft.”

Is het al lang geleden dat u in een psychiatrische inrichting zat?

“Die vraag is mij te intiem.”

In de prozabundel 'Hirn' uit 1986 schrijft u: 'Alles gaat voorbij, alleen de dood niet. Daarom is zelfmoord plegen het domste wat je kunt doen.'

“Zo is het. Zelfmoord is geen optie.”

Hoe was 'Katarakt' op de bühne in Duitsland?

“Toll! Bij mijn monologen heb ik geluk gehad met de acteurs; ze hadden gevoel voor de melodie in mijn taal. En Cataract gaat een heel andere kant op dan Koliek. Koliek was sozusagen een schreeuw. Cataract daarentegen is een zich wiegend denken en tasten.”

Als je de tekst een halve slag draait heeft 'Cataract' de vorm van een medische grafiek, van een onregelmatige hartslag.

“Een tekstbeeld dat schwingt is iets zinnelijks. Mijn teksten krijgen altijd het ritme van de muziek in mijn hoofd. Ik houd van Skrjabin en Schubert, misschien omdat ik zelf piano speel. En 's nachts vermaak ik me met vrienden bij keiharde technomuziek.”

Techno, wat is dààr nu aan?

“Techno is principieel. Uit een simpele basis kom je tot allerlei vondsten. En techno is sociaal: met z'n allen dans je jezelf de vergetelheid in.”

Zoekt u de roes, de extase?

“In het nachtleven wel. Als ik dan de gedachtenmachine af kan zetten en ik mijn dierlijke zintuigen weer voel, dan ben ik gelukkig. Dat sommigen mij te oud voor techno vinden interesseert me geen moer. Waarom zou iedereen op dezelfde leeftijd een gedisciplineerd leven moeten gaan leiden? En bovendien: wat weten anderen van mijn soort discipline af? Mijn leven is altijd al via afwijkende schema's verlopen. Op m'n vijfde was ik een volwassen mens. Alles zag ik, doorzag ik, doorvoelde ik. Mijn ogen deelden mij alles mee.”

U bent nooit kind geweest?

“Ik was me steeds bewust van het gewicht dat aan de mensen hing, van de draagwijdte van hun daden.”

U schrijft vaak over alcoholisten en zelf heeft u ook de reputatie een stevige drinker te zijn.

“Alcoholisten doen het altijd goed op de bühne! Wat mezelf betreft: vroeger heb ik inderdaad gedronken. Maar sinds ik de ellende gezien heb van mijn drinkende vrienden - een van hen is onlangs aan levercirrose gestorven - weet ik: drank is niet mìjn weg. Kent u Wolfgang Bauer, die zulke prachtige Oostenrijkse alcoholici-stukken heeft geschreven? Hij geloofde sozusagen in zijn eigen stukken en ging het leven van zijn personages nadoen. Nu is hij een wrak en schrijft hij slechte stukken.”

De drinkende mannen in 'Veldslagen' en 'Koliek' en de niet-drinkende man in 'Cataract': zij allen lijken precies te weten hoe hun hersenen werken. Ze kunnen er vakkundig over praten - maar wat hèbben zij aan hun kennis?

“Ik vind het sozusagen fascinerend om tegenover vertwijfeling een eh... mechanistisch-geneeskundige poging tot begrip te stellen. Als alles onverklaarbaar zou zijn, zou de gekte ons pas echt te pakken krijgen.”

U heeft medicijnen gestudeerd, vakgebied psychiatrie. Waarom bent u geen arts geworden?

“Mijn praktijkjaar is me niet meegevallen. Ik voelde me machteloos tegenover het leed van de patiënten: had ik werkelijk willen helpen, dan had ik me voor de volle honderd procent in moeten zetten. Lange tijd heb ik gedacht dat ik arts en schrijver tegelijk zou kunnen zijn. Hans Carossa kreeg dat voor mekaar en Gottfried Benn. 't Is niet zo'n vreemde combinatie: zowel artsen als schrijvers hebben oog voor het menselijk lot.”

Uit uw gestichtsroman 'Irre' concludeer ik dat u de psychiatrie zinloos vindt.

“Nee! Ik heb geweldige artsen leren kennen die enorme moeite voor de patiënten en hun familie deden. Anderen hoop geven, geen valse hoop maar reële: dat is beslist niet zinloos.”

Ook geschiedenis heeft u gestudeerd. Is het megalomane 'Heilige Oorlog' bedoeld als een historisch drama?

“Absoluut.”

Als revolutiedrama?

“Absoluut.” Stilte. “Het gaat sozusagen over de grote Europese revoluties, van 1789 tot en met 1968. Tot waar in Duitsland het zogenaamde terrorisme begon. 'Door zeeën van bloedbaden naar een beter leven', zo luidt een scène-titel. Het stuk behandelt deze tragiek - vanuit de overtuiging dat de revolutiemakers het goede wilden en dat ook op een of andere manier hebben gebracht.”

Het goede: wat is dat?

“In de jaren zestig was de Bondsrepubliek nog half fascistisch; het nationaal-socialistische verleden werd nauwelijks besproken. Het verzet in de jaren '67, '68 is die confrontatie wèl aangegaan en heeft de Bondsrepubliek omgevormd tot een meer fatsoenlijke, meer democratische maatschappij.”

Wie gelooft er nog in 'het goede'?

“Ik, en velen mèt mij. Dat het idealisme in diskrediet is geraakt: ook dat is goed, als probaat middel tegen zelfingenomenheid. Als je jezelf steeds toekoert: 'Ik ben een goed mens', dan zet je je verstand op nul. Maar dat alles weerhoudt mij er niet van om in mijn werk een politiek optimisme te koesteren. Vooral in het theater is het belangrijk dat je perspectief biedt.”

Waarvoor precies vecht u? Waarvoor - en waartegen?

“Ik heb jarenlang verhinderd dat Krieg op de Duitse podia werd gespeeld, omdat het de regisseurs aan gevoeligheid ontbrak. Dat was een enerverend gevecht met de buitenwereld. En verder vecht ik tegen mijn eigen nervositeit, tegen mijn ontvankelijkheid voor ellende. Maar wat bedoelde u eigenlijk met deze vraag?”

De hoofdpersoon in 'Irre' heet Raspe. Een naam van een RAF-terrorist. Wilde u zo, in 1983, uw verbondenheid met de Rote Armee Fraktion laten zien?

“Absoluut.”

Was de moord op Hanns Martin Schleyer noodzakelijk?

“Het was een verschrikkelijke daad. Dat de een zijn pistool trekt tegen een ander die op z'n knieën ligt in het bos... Maar historisch gezien was het inderdaad noodzakelijk. Dankzij de RAF zijn niet alleen de nazi-vaders aangepakt maar hebben staat en maatschappij zich ook mooi van elkaar verwijderd. Ja, het is goed om je niet meer zo automatisch met de staat te identificeren.”

Uw haat tegen de klasse der 'mondige burgers' in 'Heilige Oorlog' maakt een puberale indruk.

“Dat is ook de bedoeling. Dat is een concept zeg maar, een energie-concept.”

Waarom trekt u in uw teksten zo vaak van leer tegen het cultuurbedrijf, tegen de critici?

“Er móet vijandigheid zijn tussen boek en kritiek. Een boek moet een aanval zijn op de kritiek, en de kritiek moet bang zijn voor het boek, moet erdoor uit het lood worden geslagen. Omgekeerd idem dito.”

De Oostenrijkse aartsfoeteraar Thomas Bernhard heeft een flink stempel op uw stijl gedrukt.

“Absoluut. Aaah, ik hoef maar een boek van Thomas Bernhard open te slaan en ik ben gelukkig. Wunderbar, grossartig, die kracht, die humor, die woede.”

'Cataract' lijkt een nieuwe, een mildere periode in uw schrijverschap in te luiden. 'Rainald Goetz, de Jonge Wilde uit Duitsland': klopt die typering nog wel?

“Elke reputatie is meegenomen, of die nu klopt of niet. Het was prettig om beschermd door zo'n aanduiding m'n gang te kunnen gaan, jarenlang.”

Hoe kijkt u terug op uw scheermes-actie in Klagenfurt?

“Daar heb ik goed aan gedaan. Omdat er in die actie zoveel waarheid zat. Het gaat er altijd om niet alleen teksten te maken maar er ook je leven voor op het spel te zetten. Die snee heeft dat aardig weergegeven, dacht ik. Maar nu moet u me laten gaan. Ik ben uitgeput.'