Het geval Gümüs

NEDERLANDS BEKENDSTE illegale familie zal dus toch echt het land moeten verlaten. Rechters zeiden het al eerder, en de Tweede Kamer heeft gisteren in dit standpunt ook geen verandering gebracht. Er bestaan geen gronden om de familie Gümüs in Nederland te houden. Een meerderheid van de Kamer voelde niets voor verandering van de wet en een meerderheid voelde er niets voor een uitzondering voor één geval te maken. Vier maanden waarin het debat steeds meer aanzwelde hebben slechts valse hoop opgeleverd, kan niet anders dan de trieste conclusie zijn.

Had het anders gekund? Eén ding is duidelijk: was alle aandacht er niet geweest, dan had de familie Gümüs reeds in Turkije gezeten. Alle 'normale' wegen waren bewandeld en telkens luidde het oordeel dat de familie op geen enkele manier voldeed aan de witte-illegalenregeling op basis waarvan men in Nederland zou kunnen blijven. Een oordeel dat behalve Gümus ook diverse anderen te horen hebben gekregen sinds de regeling van kracht werd.

De familie Gümüs heeft slechts het 'geluk' gehad te worden opgemerkt. Eerst was er de school die protesteerde, daarna volgden buurt, gemeente en ten slotte het hele land. Een strenge wet kreeg op die manier plotseling een gezicht met alle bijbehorende gevoeligheden. Als het eenmaal zo ver is gekomen, raken politici steevast in een ongemakkelijke positie. Maar de vraag is of politici het zo ver hadden moeten laten komen.

ER IS DE ALOUDE regel dat de Tweede Kamer zich niet met individuele gevallen bemoeit. Die regel hebben enkele fracties waaronder de regeringspartijen PvdA en D66 losgelaten door zich met deze zaak in te laten. De laatste fracties stelden weliswaar een versoepeling van de witte-illegalenregeling in zijn geheel voor, maar zonneklaar is dat wanneer het geval Gümüs niet had bestaan, zij hiertoe niet waren overgegaan.

Maar ook het kabinet heeft in deze zaak een merkwaardige rol gespeeld. Dat begint al bij het besluit van staatssecretaris Schmitz, eind juli, om de voor enkele weken later voorgenomen uitzetting in afwachting van het Kamerdebat niet te effectueren. Daardoor zijn hoe dan ook verwachtingen gewekt. Door ook afgelopen vrijdag nadat de zaak in de Kamer aan de orde was geweest niet te beslissen, maar het oordeel aan de Kamer over te laten heeft het kabinet het alleen maar erger gemaakt. “De bal ligt nu weer bij de Tweede Kamer”, zei premier Kok vorige week waarmee hij de familie Gümüs degradeerde tot een speelbal van de politiek.

INDERDAAD, DE KAMER dient zich niet te buigen over individuele gevallen. Maar hier was het de politiek die het zelf zo ver heeft laten komen. Dat schept verplichtingen. Bij het vreemdelingenbeleid is het, zoals staatssecretaris Schmitz deze week zei, voortdurend balanceren op de evenwichtsbalk van de vraag naar rechtvaardigheid. De regels lieten geen ruimte voor de familie Gümüs. Maar daarnaast zijn er de mede door de politiek gecreëerde omstandigheden. Die hadden in dit ene geval een afwijking van de regels gerechtvaardigd.