Hansje van Ooijen

Loerakker Galerie, Keizersgracht 380, Amsterdam. T/m 5 okt. Wo t/m za 13-17.30 en eerste zondag van de maand. Prijzen ƒ 2800,- tot ƒ 8000,-.

Met enige regelmaat exposeert Hansje van Ooijen (1959) bij Loerakker Galerie. Spraakmakend of spectaculair kun je haar werk niet noemen. Daarvoor zijn de vaak monochrome schilderijen te indirekt en te subtiel. Ook ontbreekt aan haar titelloze werk een verhalend element en is de kloof tussen haar schilderkunst en de alledaagse werkelijkheid op het eerste gezicht te groot.

Van Ooijen, opgeleid aan Ateliers '63, heeft aan Yves Klein een mooi voorbeeld en dan bedoel ik niet aan de kannibalistische ideeën die deze jong gestorven Fransman er op het eind van zijn leven op na hield, maar aan zijn overbekende blauwe, rode en gouden doeken. Dat hij ooit nog eens met oranje is begonnen is in de vergetelheid geraakt.

Maar anders dan Klein die 'eureka!' riep toen hij voor het eerst zijn ondergrond met zuiver pigmentpoeder bestrooide, blijft Van Ooijen in elk werk telkens opnieuw zoekende. Verschillende materialen en technieken probeert ze uit om vergelijkbare effecten op te roepen. Ze wekt de suggestie dat de subtiele vormen die zich vaag in de verf aftekenen afkomstig zijn van details van het menselijk lichaam of van biologische strukturen. Het aardige is dat zij er ondanks haar vrij afstandelijke, niet emotionele aanpak toch in slaagt hoogst gevoelige schilderijen te maken, die het materiële lijken te ontstijgen. Om dat te kunnen zien moet de kijker wel de tijd nemen en zich natuurlijk openstellen. Haar werk is, het klinkt merkwaardig, erg esthetisch maar toch mooi.