Haagse regels niet zachter voor Gümüs

De Tweede Kamer besliste gisteren over het lot van de Turkse kleermaker Gümüs en zijn gezin uit de Pijp. Hoe een actie van vasthoudende bewoners uit de buurt vastliep op de geschreven en ongeschreven regels in Den Haag.

DEN HAAG, 5 SEPT. Voorafgaand aan de parlementaire behandeling toonden politici veel sympathie voor kleermaker Gümüs. Ook erná waren ze zeer met zijn lot begaan. Alleen tijdens de stemming was de steun onvoldoende.

Nadat het doek gisteren was gevallen, zei VVD-leider Bolkestein dat hij begaan is met het lot van de familie, maar dat de VVD niet voor één “moeilijk geval” de regels wil veranderen. Staatssecretaris Schmitz (Justitie) erkende dat door de aanhoudende solidariteitsbetuigingen verwachtingen bij het gezin zijn gewekt, “maar dat kun je het kabinet niet verwijten”. Kamerleden van GPV en PvdA noemden elkaars gedrag “onbegrijpelijk”. Alleen GroenLinks afgevaardigde Singh Varma gaf een minder politiek getoonzette reactie - zij barstte in tranen uit.

Zo is een opmerkelijke actie van vasthoudende buurtbewoners na anderhalfjaar toch vastgelopen op de geschreven en ongeschreven regels in Den Haag. Studenten politicologie en massacommunicatie kunnen er op afstuderen.

Het dossier zelf is dun. De kleermaker kwam in 1989 illegaal naar Nederland. Hij vroeg in 1995 een verblijfsvergunning aan, nadat Den Haag een regeling voor 'witte' illegalen had afgekondigd. De aanvraag werd afgewezen omdat Gümüs in plaats van de vereiste zes jaar, minder dan drie jaar belastingen en premies had betaald. Hij moest het land uit.

Gümüs kocht vliegtickets naar Turkije. Maar vlak voor de geplande uitzetting begon de school waarop zijn kinderen zaten een actie. De actievoerders - het was er aanvankelijk slechts één, die voor de actie onbetaald verlof opnam - bestookten politici en media met faxen. En dat blijkt te werken in Nederland.

Kamerlid Sipkes (GroenLinks) stelde Kamervragen, burgemeester Patijn beloofde zich in te zetten, het Nieuws van de Dag publiceerde foto's van schoolkinderen. Op dat moment werd er trouwens nog vanuit gegaan dat Gümüs, zoals hij zelf zei, vijf jaar 'wit' had gewerkt. De aandacht leverde geen verblijfsvergunning op. Maar evenmin kwam de vreemdelingenpolitie Gümüs ophalen.

Toen afgelopen zomer de stroom publicaties aanzwol, lieten steeds meer politici zich tot welwillende uitspraken verlokken. Er was immers een 'maatschappelijke discussie' gaande, constateerden zij. Misschien kan de kleermaker als zelfstandig ondernemer een verblijfsvergunning krijgen, suggereerde VVD-Kamerlid Rijpstra. Geldt een Europese verdrag op grond waarvan Poolse prostituees in Nederland mogen blijven niet ook voor Gümüs, opperde CDA-collega Bijleveld. Wallage (PvdA) stelde voor de regels voor 'witte illegalen' te herzien. Alleen oud-staatssecretaris Zeevalking (D66) zei ronduit dat de illegaal gewoon moest worden uitgezet.

Het waren dit soort uitlatingen die de staatssecretaris ertoe brachten de Kamer te vragen of de opvatting over 'witte illegalen' was gewijzigd. De Kamer was verdeeld en wilde eerst weten wat het kabinet ervan vond. Het kabinet had geen nieuwe gezichtspunten, reageerde premier Kok: “De bal ligt weer bij de Kamer.” In het plenaire Kamerdebat dat volgde, ging het al minder over de familie zelf, dan over het 'pingpong' van het kabinet en de rol van de Kamer bij 'individuele gevallen'.

Rond die tijd beseften de buurtbewoners dat ze controle over de actie 'Gümüs moet blijven' hadden verloren. Het groepje, inclusief de kleermaker zelf, zat de afgelopen dagen steeds mistroostiger op de publieke tribune. Zij hadden inmiddels gezelschap gekregen van vijf illegalen die op papier een sterkere zaak hadden dan de Amsterdamse kleermaker, maar die het zonder aandacht hadden moeten stellen. Zonder verblijfsvergunning, maar mèt de officiële groene sticker voor bezoekers van het parlementsgebouw op de borst.

De jongste was 26 jaar. Op 28 juni 1989, vijf dagen nadat hij zijn eindexamen had gehaald, vertrok hij uit zijn geboorteplaats Al Hoceima in het noorden van Marokko. “Ik ging op zoek naar werk.” Al snel kon hij bij een tuinder in het Westland nabij Den Haag terecht. Op aanraden van een advocaat had hij na de bekendwording van de 'witte illegalen regeling' een verblijfsvergunning aangevraagd. Hij had op dat moment vijf jaar en zeven maanden belasting en premies afgedragen. “Ik maakte volgens mijn advocaat 95 procent kans.”

De verblijfsvergunning werd geweigerd. Maar zijn sociaal-fiscaal nummer werd niet ingetrokken. Dus bleef de Marokkaan aan het werk in het Westland. Hij haalde zijn rijbewijs, volgde een cursus Nederlands en slaagde uiteindelijk voor 'Nederlands als tweede taal'. De Marokkaan vroeg opnieuw een verblijfsvergunning aan. Deze keer kon hij aantonen meer dan zeven jaar wit te hebben gewerkt. Justitie weigerde weer; het indienen van een tweede aanvraag bleek niet mogelijk. “Bovendien zeiden ze: je inburgering is gebaseerd op een illegaal bestaan. Dat telt niet.”

Tijdens koffiepauzes vergeleken de betrokkenen op de tribune de aantekeningen op hun blocnotes om de uitlatingen van de politici te kunnen duiden. De pennen vielen stil toen Van Middelkoop (GPV) en Dittrich (D66) elkaar bestreden met moties die er allebei op gericht waren Gümüs in Nederland te houden. Uiteindelijk haalde geen van beide moties het.

“Pijnlijk”, oordeelde Van Middelkoop na afloop. “Er zijn verwachtingen gewekt jegens deze familie. Wie waren er deze zomer op de tv te zien met solidariserende uitspraken? Dittrich, Wallage, Rijpstra. Onbegrijpelijk dat zij dan mijn motie niet steunen.” Van Middelkoop had voorgesteld alléén de familie Gümüs een verblijfsvergunning te geven, op grond van de 'inhumane' behandeling die hen de laatste weken in politiek Den Haag ten deel was gevallen. Staatsrechtelijk een nouveauté - verblijfsvergunningen worden niet per motie verstrekt - maar volgens het GPV wel een vertolking van de publieke opinie.

“Dit is heel goedkoop”, reageerde Dittrich. “Wij hebben vanaf het begin gezegd dat het niet uitsluitend om Gümüs gaat, maar om iedereen die in een vergelijkbare situatie verkeert. Van Middelkoop bekommert zich kennelijk niet om de mensen die toevallig geen actiegroep achter zich hebben staan.” Dittrich had samen met de PvdA voorgesteld om de bestaande regels zo te versoepelen dat 'gevallen' als Gümüs eronder zouden vallen.

Kamerlid Bijleveld (CDA) keek na afloop van de stemming minzaam toe hoe de parlementaire advocaten van Gümüs elkaar voor de televisiecamera's de schuld gaven. Met een verruiming van de regels zoals D66 en PvdA bepleitten was het CDA het gewoon niet eens, maar de motie van Van Middelkoop was niets minder dan een “staatsrechtelijke black-out”. Maar ja, hoewel Bijleveld meevoelde met de familie Gümüs, kon ook zij niets voor hen doen.