Gümüs en tweeërlei solidariteit

Uit zorgzaamheid voor Nederlanders kan de overheid soms meedogenloos in haar behandeling van vreemdelingen zijn. Is dat hypocriet? Of is het een teken van een solidariteit, vragen Arjo Klamer en Irene van Staveren zich af.

Hoe we het ook wenden of keren, het geval van de familie Gümüs is een tragedie. Net als in de grote Griekse tragedies zagen we een botsing tussen emoties en principes. Een goede uitkomst van het Kamerdebat was er niet.

Dat staatssecretaris Schmitz en nu dus ook de Tweede Kamer erop stonden dat de familie Gümüs ons land moet verlaten, is te begrijpen vanuit het principe van rechtvaardigheid. Een eenmalige uitzondering voor de familie zou het hek van de dam halen, aldus het argument vóór uitzetting. Op basis van rechtsgelijkheid zou dan Achmed en Alleman aanspraak kunnen maken op een verblijfsvergunning. En ach, meneer Gümüs hoeft in Turkije niet voor zijn leven te vrezen. Gelijke monniken, gelijke kappen.

Dat deze argumentatie uiteindelijk doorslaggevend was, bewees weer eens dat het rechtvaardigheidsdenken diep geworteld is in ons collectief bewustzijn. Consistent zijn de rechtvaardigheidsdenkers onder ons evenwel niet. Want hoe rechtvaardig kan die vreemdelingenwet zijn waarop zij hun 'regels-zijn-regels' baseren? Hier hebben we met ons vijftien miljoen zo'n overdadig bestaan dat we ons druk kunnen maken over een procentje meer of minder, terwijl buiten onze grenzen een miljard mensen niet weet hoe in leven te blijven. Klopt een aantal van hen bij ons aan de poort, dan geven we niet thuis of doen zeer moeilijk.

Dit lijkt verdacht veel op discriminatie tegen mensen die toevallig geen Nederlands paspoort hebben. Rechtvaardig is dat zeker niet. Maar zorgzaam is deze opstelling wel.

Uit zorg voor de 'eigen' Nederlanders is 'onze' overheid strikt en soms meedogenloos in haar behandeling van 'vreemdelingen' oftewel mensen die niet tot 'ons' behoren. Is dat hypocriet? Bedenk dan hoe harteloos het rechtvaardigheidsprincipe zou zijn in het dagelijks leven. Bent u een ouder, dan weet u ook dat als u hoort dat het dak van de school is ingestort, u louter en alleen geïnteresseerd bent in het lot van uw eigen kind. Krijgt u te horen dat uw kind niet onder de 33 doden en gewonden is, dan bent u enorm opgelucht. Op dat moment zegt 'gelijke monniken, gelijke kappen' niets.

De gangbare ethiek heeft geen oog voor dergelijke gevoelens. Dat komt doordat zij opereert in de context van het rechtvaardigheidsdenken. Je zou haast gaan denken dat zorg om een naaste immoreel zou zijn vanwege de discriminatie van de hulpbehoevende vreemdeling. Dat kan niet kloppen, en volgens het recent ontwikkelde 'zorgperspectief' klopt dit ook niet. Dit zorgperspectief, dat we onder meer vinden in het werk van de filosofe Joan Tronto, benadrukt de waarde van aandacht, bezorgdheid, gemeenschapswaarden en solidariteit. Mensen willen bij andere mensen horen. Daarom vormen ze gezinnen, clubs en naties.

Voorwaarde van het voortbestaan van zelfgekozen samenlevingsverbanden, verenigingen en nationale gemeenschappen is dat de leden verantwoording voor elkaar en het geheel dragen en, wanneer nodig, elkaar voorkeursbehandelingen geven. Kinderen mogen van hun ouders verwachten dat ze speciale aandacht en zorg krijgen, hoe behoeftig en gewond andere kinderen ook zijn. Zorgzaamheid gebiedt dat, ook al strookt de voorkeursbehandeling niet met het rechtvaardigheidsdenken. Zorgzaamheid is wat mensen in de Amsterdamse Pijp motiveerde. Ze hebben zich het lot van juist die familie Gümüs aangetrokken en niet van al die andere illegale Turkse families. Dankzij hun actie zijn we nu vertrouwd met meneer, mevrouw en kinderen Gümüs. Eindelijk eens een aantal 'vreemdelingen' die uit de anonimiteit zijn gekomen en ons de mogelijkheid bieden om ons met hen te identificeren. Dat was in hun geval nog wel zo gemakkelijk omdat meneer Gümüs voor herkenbare waarden staat zoals het ondernemerschap, het traditionele gezin en de tolerante houding tegenover het nieuwe vaderland en omdat de kinderen inmiddels erg Nederlands zijn.

Zorgen doen ook de kerken die kerkasiel verlenen aan met uitzetting bedreigde individuele Iraniërs voor wie de Nederlandse regels als de grote gelijkmaker gelden. Deze mensen hebben een gezicht, hun noden worden herkend en een leger vrijwilligsters kookt soep, brengt dekens en probeert naar hen te luisteren. En het zorgperspectief is ook aanwezig in de talloze particuliere hulpacties bij binnen- en buitenlandse rampen.

Rechtvaardig is deze zorgzaamheid niet echt. Ze is immers selectief. Gümüs is onze nationale troetelbeer geworden terwijl tallozen anderen in de anonimiteit pardoes het land uitgezet worden.

Onze zorgzaamheid reikt zelden ver genoeg om een hele groep gelijk gesitueerden te bereiken. Het blijft bijvoorbeeld pijnlijk om herinnerd te worden aan het hoge aantal van 'onze' joodse medeburgers die in de Tweede Wereldoorlog werden weggevoerd. Zorg is particulier, afhankelijk van de context en discrimineert. Juist daarin onderscheidt het zich van het rechtenperspectief waarin gelijkheid en regels de normen zijn. Zorg en recht botsen met elkaar en lijken tegenovergesteld.

Wat ontbreekt in de discussie over de uit- en afwijzing van individuele illegalen, afgewezen asielzoekers en erkende vluchtelingen is een debat tussen beide morele perspectieven.

Dat was duidelijk in het debat over de familie Gümüs. Zij die reageerden sloten zich te veel op in een van beide morele gezichtspunten, waarbinnen de argumenten van het andere perspectief niet begrepen worden. In een artikel voor de Volkskrant afgelopen dinsdag geven (ex?) PvdA-voormannen aan dat er een oplossing gezocht moet worden tussen twee uitersten: tussen de eenmalige uitzondering van de regels voor alleen de familie Gümüs en het strikt vasthouden aan 'regels zijn regels'.

Dit zoeken naar een verantwoordelijke en rechtvaardige uitweg uit het morele dilemma betreft veel meer dan de situatie van de familie Gümüs of die van de Iraanse asielzoekers. Het is geen kwestie van de beste argumenten of formele procedures van besluitvorming. En zijn twee morele perspectieven die beide tot hun recht moeten kunnen komen in de samenleving.

De solidariteitsdemonstraties, de concrete zorgverlening, de hoop en het vertrouwen die door de recente gebeurtenissen ontstaan en gemobiliseerd zijn, vertegenwoordigen de coherentie in onze maatschappij, het 'cement' van de samenleving, zoals de koningin dat heeft verwoord. Dankzij dit actieve burgerschap (dat paradoxaal genoeg soms gepaard moet gaan met burgerlijke ongehoorzaamheden zoals het onderdak verlenen aan hen die tot illegaal verklaard zijn) houden we het idee van een samenleving, en een daaruit voortkomende vertegenwoordigende overheid in leven. Het is dat cement dat de stevigheid verleent aan onze democratische bouwwerken, wat economen in hun gebrekkige vocabulaire trachten te duiden als 'sociaal kapitaal'.

Als de politiek, de overheid, individuele ambtenaren, kortom al die lagen van formele vertegenwoordiging in onze samenleving, niet bereid zijn te luisteren naar de zorgbehoeften (behoeften aan zorg, maar ook behoeften om te kunnen en mogen zorgen) en zich verschuilen achter regelgeving, dan zal het vertrouwen in de politiek en de overheid afnemen. De regels verliezen daarmee hun verantwoording en legitimiteit.

Is dat de uitkomst van het debat over de familie Gümüs dan hebben we allemaal verloren. Gaan de regels het gemeenschappelijk handelen beheersen, dan mogen we ons aureool van een zorgzame samenleving snel inleveren.

Soms moeten we de regels de regels laten en antwoord geven op een behoefte aan zorg. Echter, zonder de lasten van die zorg af te wentelen op enkele individuen. Het gaat er nu om ruimte te creëren, tussen de regels, voor het zorgperspectief. Bijvoorbeeld door de inburgering te waarderen van 'witte' illegalen als de familie Gümüs, zoals dat eerder is gebeurd met de inburgering van een asielzoeker als Kader Abdolah. Het is de inzet van individuele mensen voor de waarden die onzesamenleving vertegenwoordigt, die de samenleving in stand houdt. Daarmee wordt het cement gemaakt dat onder andere leidt tot een coherente, maar met de waarden mee veranderende regelgeving.