Fout antiek

Van de kunsthandel wisten we het dankzij Adriaan Venema al langer, maar ook de Nederlandsche Vereeniging van Antiquaren (NVvA) blijkt zich in de Tweede Wereldoorlog slap te hebben opgesteld tegenover de Duitse politiek om joden uit het boekenvak te verwijderen.

De collecties die gevluchte antiquaren tijdens de oorlog hadden achtergelaten, zijn door hun vertrouwenspersonen in een aantal gevallen voor een deel onderhands verkocht. Ondertussen profiteerden de antiquaren die wél in functie konden blijven van de hoge prijzen voor tweedehandsboeken tijdens de oorlog. Dat concludeerde de Nijmeegse emeritus-hoogleraar Neerlandistiek Buijnsters dinsdag in de zesde Bert van Selmlezing aan de universiteit van Leiden.

De NVvA heeft de joodse antiquaren in haar midden zonder pardon afgeschreven met een nogal botte brief van secretaris G.Th. Bom, die later in de oorlog joods boekenbezit zou veilen. Uit de notulen van de NVvA tijdens de bezettingsjaren bleek nergens dat er iets ernstigs aan de hand was. Geklaagd werd er voornamelijk over de papierschaarste.

Buijnsters verhaalde in zijn lezing van enkele gevallen waarin de collectie van gevluchte joodse antiquaren in hun afwezigheid werd geplunderd. Zo nam Frits Lugt in 1939 de wijk naar de Verenigde Staten en liet de boeken, prenten en tekeningen in zijn Haagse woning achter onder de hoede van zijn particulier secretaris Adriaan Domis, een NSB-er. Deze liet een deel van Lugts collectie op 7 september 1942 onderhands verkopen bij het Haagse antiquariaat Minerva, waar de NSB-er Hanselaar bedrijfsleider was. Domis werd na de oorlog veroordeeld en geïnterneerd.

Tijdens zijn onderzoek merkte Buijnsters hoe gevoelig het onderwerp nog steeds ligt bij (nabestaanden van) betrokkenen. 'Ze zijn vaak schichtig, bang voor inquisitoriale methoden', zei hij. 'In een aantal gevallen weet ik nog niet de helft van wat er gebeurd is en kan ik niet al mijn vermoedens hard maken. Eén van de zaken waarmee ik nog mijn hoofd heb gestoten is de affaire rond de collectie van Frits Lugt. Lugt heeft na de oorlog slechts een deel hiervan terug kunnen krijgen en nog altijd bestaat er onenigheid over wat er nu wel en niet tot die collectie behoort.' De stichting Custodia in Parijs, waar de collectie-Lugt wordt bewaard, weigerde Buijnsters inzage in de relevante papieren.

Ondanks het onheil dat de oorlog voor veel individuele boekhandelaren heeft gebracht, betoogde Buijnsters dat het Nederlandse antiquariaat als geheel ersterker en zelfbewuster uit tevoorschijn is gekomen. Dat kwam voor een belangrijk deel door de joodse antiquaren uit Duitsland die medio jaren dertig naar Nederland waren uitgeweken. Zij hadden het Nederlandse antiquariaat, dat voor de oorlog het imago had van een bende ongeschoolde scharrelaars, op een hoger plan gebracht. Duitse antiquaren als Horodisch en het echtpaar Rosenthal overleefden de oorlog en bouwden hun zaken met tomeloze energie weer op.

'Het Nederlandse antiquariaat tijdens de Tweede Wereldoorlog' van P.J. Buijnsters is uitgegeven door De Buitenkant, Amsterdam. 46 blz. ƒ 19,50.