Er moet sprong worden gemaakt van bulk naar kwaliteit; Varkenssector wil omslag

Inkrimping van de varkensstapel hoeft niet per definitie een verlies aan arbeidsplaatsen te betekenen. Met een 'diep integraal beheer van de keten' wil de varkenssector een omslag maken van bulk naar kwaliteit. De kwaliteitsproductie moet worden aangestuurd door slachterijen en winkels

DEN HAAG, 5 SEPT. Wien van den Brink houdt niet alleen varkens, hij slacht ze ook. Voor eigen gebruik. “Dat zijn varkens die hun hele leven in het stro hebben gelegen en, inderdaad, dat proef je. Maar al rekenend kom ik uit op een karbonaad die wel anderhalf keer zo duur is als een 'gewone' bij de slager. En dat blijkt de klant er niet voor over te hebben.”

Wat de klant voor vlees wil is iets anders dan wat hij er voor wil betalen, meent Van den Brink, voorzitter van de vakgroep varkenshouderij binnen de federatie van land- en tuinbouworganisaties LTO. Die prijs echter is wat hem betreft wel richtinggevend bij de vraag hoe de varkenssector moet worden geherstructureerd, zo bleek gisteren in een debat over die herstructurering tussen vertegenwoordigers van de Stichting Natuur en Milieu, de FNV Voedingsbond, LTO Nederland, slachtcoöperatie Dumeco, de Rabobank en de Dierenbescherming, die het initiatief tot het debat had genomen.

Aangedreven door de verwikkelingen rond de varkenspest, die op 4 februari de kop opstak in het Noord-Brabantse Venhorst, hebben de verschillende organisaties sinds juni evenzoveel visies gegeven op de toekomst van de varkenshouderij. Milieuorganisaties, Dierenbescherming en de FNV-Voedingsbond hebben elkaar weten te vinden in een rapport, dat is gebaseerd op twee pijlers. Enerzijds moet de productie worden verschoven van bulk naar kwaliteit, anderzijds moet het afgelopen zijn met de export van biggen. “Die kwaliteitsproductie moet worden aangestuurd door het winkelbedrijf en de slachterijen. Dat moet leiden tot een 'verdiept integraal beheer van de keten'. Met andere woorden: er moet scherpe controle zijn op het vlees, van productie tot klant. Van 'zaad tot karbonaad' ofwel van 'fok tot kok'. Dat moet gepaard gaan met een minimaal aantal eisen aan dierenwelzijn, milieu en arbeidsomstandigheden”, aldus Jannie Mooren van de Voedingsbond FNV. “Inkrimping van de varkensstapel is daarbij onvermijdelijk. Maar een product van een kwalitatief hoger niveau vergt ook meer arbeidsintensiviteit. Inkrimping van de veestapel hoeft dus geen verlies aan arbeidsplaatsen te impliceren. De huidige export betekent bovendien verlies aan werk. Als je levende biggen exporteert, exporteer je daarmee ook de arbeid die aan de verwerking vastzit. Dat werk moet je hier houden.”

Pag.15: Mammoetbedrijf moet weg

Natuur en Milieu kan zich goed vinden in dat kwaliteits- en werkgelegenheidsaspect, maar hecht vooral aan de eis dat het afgelopen moet zijn met het gesleep van varkens en voer over de gehele wereld. “Dat is een enorme belasting voor het milieu,” zegt Dolf Logeman van Natuur en Milieu. “Als je dat transport wilt inperken, moet je ook naar gemengde bedrijven waar varkens worden gefokt én afgemest én het voer wordt geproduceerd. Je zou ten minste de eis kunnen stellen dat het varkensvoer uit Noord-West Europa moet komen.”

Diervriendelijkheid past perfect in een combinatie met 'kwaliteit en milieu', stelt Peter Vingerling van de Dierenbescherming. “Iedereen is het er volkomen over eens dat de zaak volledig is doorgeschoten,” zegt hij. “We moeten af van mammoetbedrijven en terug naar goedlopende familie-bedrijven, waar oog is voor de belangen van het varken. 'Kwaliteit' is het toverwoord en dierenwelzijn past daar perfect bij. Een generieke korting van 25 procent op de totale varkensstapel geeft de varkens ook letterlijk de ruimte. Daardoor kunnen ze in groepen worden gehuisvest en kunnen mestroosters verdwijnen. In plaats daarvan moet er strooivoer komen, zodat het dier weer iets kan met zijn natuurlijke nieuwsgierigheid.”

Vingerling raakt daarmee het gevoeligste punt in de actuele discussie. Een generieke korting met 25 procent geldt voor alle varkenshouders. Dus ook voor de boer met EKO-etiket of scharrelvarkens.

Wat vinden FNV, Natuur en Milieu en Dierenbescherming daarvan? Jannie Mooren: “Dat begrip 'generiek' moet Van Aartsen nuanceren. Er moeten normen worden gesteld aan varkenshouders op het gebied van milieu, kwaliteit en dierenwelzijn. Als ze daaraan voldoen moet voor hun een uitzondering op de korting worden gemaakt.”

Volgens een vertegenwoordiger van LTO laat zich raden waarom Van Aartsen geen uitzonderingen duldt: “Dat is juridisch natuurlijk nooit in kannen en kruiken te krijgen.”

Kwaliteit mag dan het toverwoord zijn, Jos Lansink die slachtcoöperatie Dumeco vertegenwoordigt verstaat daaronder dan wel 'bulkkwaliteit'. “Wij hechten geweldig aan een 'integrale keten' (IKB - red.) die door de retailers wordt gestuurd, maar we moeten wel oog blijven houden voor het feit dat we niet over een Nederlandse markt spreken, maar over een Europese of liever nog: een wereldmarkt. De varkensstapel korten met 25 procent leidt dan wel tot een inkrimping van de markt, maar nog niet tot iets béters. Als je daar iets aan wilt doen moet je de boer zover zien te krijgen dat hij zijn houding verandert.”

“Met het gezicht naar het verleden en met de rug naar de toekomst,” zo kwalificeert Rabobank-directeur H.E. van de Kerk het voornemen van minister Van Aartsen om de sector te saneren door een inkrimp ing met 25 procent. Bovendien: “De roep om kleinere bedrijven komt puur voort uit nostalgie. Sterker nog: er zullen fors grotere bedrijven moeten komen,” zo stelt hij. “Dat zullen bedrijven moeten zijn met een maximale omvang. Dat kan eenvoudig niet anders als zij moeten voldoen aan vergaande milieu- en welzijnseisen, daarbij rendabel moeten zijn én bovendien nog kunnen concurreren. Daarvoor zijn gigantische investeringen nodig. En hoe kan iemand die financieren als je hem eerst een kwart van zijn inkomen afneemt? Je ziet nu al dat het voornemen van de minister averechts werkt. Ondernemers die bij ons langs zijn geweest met plannen voor de bouw van Groene Labelstallen hebben die maar weer in de ijskast gelegd. En terecht, want wij gaan niet met ze in zee als ze die zaak niet financieel kunnen onderbouwen. We hebben de minister daarvoor in een brief gewaarschuwd, maar we hebben geen antwoord gekregen.”

Van de Kerk, Lansink en Van den Brink tonen opvallend veel sympathie voor de denkbeelden van hun 'groene' gespreksgenoten, maar blijven zitten met de economische onderbouwing. Van de Kerk: “Het is als met water, dat stroomt ook altijd naar het diepste punt. De prijs van varkensvlees tendeert altijd naar de laagste in Europa en dat zal zo blijven. Er zijn in Nederland 400 handelaren actief en die zullen altijd het goedkoopst inkopen. Daarop zal dus ook de varkenshouder zich richten en dat kun je hem moeilijk kwalijk nemen. Dat gegeven is en zal ook voor ons het criterium blijven bij de vraag of wij een boer een krediet verstrekken.”

Van den Brink: “Je kunt van een varkenshouder niet verlangen dat hij met een product komt waarvoor de prijs niet wordt betaald. Met andere woorden: hoe kun je van bulk naar toegevoegde waarde als de klant daarvoor niet wenst te betalen. Dan houdt het op. Er is maar een heel klein segment onder de consumenten dat bewust kiest voor EKO- of scharrelvlees.”

De Voedingsbond FNV voorziet echter dat de boer wel moet. Jannie Mooren: “Er zal een tijd komen dat de grootwinkelbedrijven die eis stellen. Daar zal de boer nu al op moeten inspelen.” Vingerling: “Je hebt het gezien met onze tomaten, die door de Duitsers op een gegeven waterballen werden genoemd. De Nederlandse tomaat was exit en de tuinders hebben hun marktaandeel weten te redden door met allerlei nieuwe rassen, zoals 'trostomaten' op de markt te komen. Daar kunnen de varkensboeren een voorbeeld aan nemen.”

“Maar een essentieel verschil,” zegt Van de Kerk, “is dat de tuinders niet ook nog eens voor 25 procent zijn gekort op hun productie. Die tuinders konden wij als bank dus volgen in de financiering van hun nieuwe kweekplannen. En daar gaat het bij een onderneming natuurlijk om. Als dit doorgaat behoort investeren voor de meeste varkenshouders niet meer tot hun mogelijkheden en dan houdt het, zoals Van den Brink, inderdaad op.”