Epidemie

HET VIRUS VAN de varkenspest breidt zich nog steeds uit. Bijna vierhonderd gevallen van varkenspest zijn er nu geregistreerd. Sinds begin februari, toen de epidemie in Oost-Brabant begon, heeft de pest zich verspreid naar varkenshouderijen in Limburg, Overijssel, Gelderland en recentelijk naar Zeeuws-Vlaanderen.

Op industriële schaal zijn ruim acht miljoen varkens vernietigd. Er is een fokverbod afgekondigd en dierenartsen hebben anderhalf miljoen biggen doodgespoten om de overvolle stallen in de getroffen gebieden te ontlasten. Maar elders wordt onverdroten verder gefokt. Dit jaar telt Nederland meer varkens dan ooit - ruim vijftien miljoen.

Het virus van de varkenspest breidt zich ook op andere manieren uit. De verhoudingen tussen het ministerie van Landbouw en de landbouworganisaties zijn verstoord, de betrekkingen tussen Nederland en België - dat grensoverschrijding van het virus vreest - en tussen Nederland en de Europese Commissie zijn aangetast. Volgens het CBS kost de crisis in de varkenshouderij Nederland een half procentpunt economische groei. Zoals op Prinsjesdag zal blijken worden de kosten voor de bestrijding begroot op vier miljard gulden, waarvan 1,8 miljard door de schatkist wordt betaald en 2,2 miljard wordt bijgedragen door de landbouwfondsen van de Europese Unie.

Voor de boeren en voor de getroffen regio's zijn de gevolgen van de varkenspest dramatisch. Maar aan de verspreiding van de epidemie hebben direct betrokkenen in de varkenssector evenzeer bijgedragen. Hetzelfde sentiment dat eerder leidde tot de boycot van de mestboekhouding ondergroef het transportverbod en later ook het fokverbod. Er was sprake van besmet sperma van een KI-station in Wanroy, het geval van varkenspest in Zeeuws-Vlaanderen lijkt te zijn overgebracht door een veetransporteur die alle regels aan zijn laars zou hebben gelapt. Transporteurs eisen trouwens compensatie van de overheid voor de schade die ze lijden nu het veevervoer aan banden is gelegd.

IN DE ZOMER heeft minister Van Aartsen (Landbouw) een plan gepresenteerd voor sanering van de intensieve varkenshouderij. Dit plan gaat uit van de verstrekking van 'varkensrechten' aan boeren en de inkrimping van de veestapel met 25 procent. Daarmee zou het aantal varkens nog altijd boven het niveau van 1980 blijven, toen de grote sprong voorwaarts in de Nederlandse varkensfokkerij begon.

De landbouworganisaties zijn met een eigen plan gekomen voor een reductie van de varkensstapel met vijftien procent en met een toezegging de fosfaatuitstoot door mest versneld te verminderen. Die plotselinge bereidheid om tot vrijwillige inkrimping over te gaan is prijzenswaardig, maar het is te laat en te weinig. Na de tegenwerking, het gerommel met de regels en de gedwongen destructie van het afgelopen half jaar is een radicaal saneringsplan voor de varkenshouderij de enige oplossing.