Defensie wil ontslag Spijkers niet ongedaan maken

UTRECHT, 5 SEPT. Het ministerie van Defensie wil het ontslag van zijn maatschappelijk werker F. Spijkers niet ongedaan maken en is evenmin bereid hem een schadevergoeding te betalen. Volgens landsadvocaat G. de Groot was het ontslag in 1993 onontkoombaar en “volkomen gerechtvaardigd”. Spijkers had zich volgens hem op allerlei manieren onmogelijk gemaakt.

Hij zei dat gisteren op de zitting van de Centrale Raad van Beroep in Utrecht waar het beroep van Spijkers tegen zijn ontslag werd behandeld. Het gevecht tegen het ministerie, dat hem in 1987 eerst uit zijn functie zette en vervolgens ontsloeg, duurt al tien jaar. De vroegere maatschappelijk werker wil dat het ontslag ongegrond wordt verklaard en eist tussen de zes- en acht ton aan smartengeld, plus enkele honderdduizenden guldens voor geleden materiële schade.

Minister Voorhoeve (Defensie), staatssecretaris Gmelich Meijling en de voormalige staatssecretaris Frinking waren door de advocaat van Spijkers als getuigen opgeroepen, maar ze verschenen niet op de zitting. In een verklaring lieten ze weten niets nieuws over de zaak te kunnen vertellen. Voorhoeve heeft eerder op Kamervragen geantwoord dat in deze zaak fouten zijn gemaakt, maar dat er geen reden is voor eerherstel, noch voor smartengeld. Het ministerie is wel bereid de inkomstenderving van Spijkers over de afgelopen tien jaar aan te vullen.

Spijkers heeft vanaf de jaren tachtig mevrouw Ovaa bijgestaan. Haar man, een beroepsmilitair en specialist op het gebied van mijnen, kwam in 1984 door een ongeluk met een demonstratiemijn om het leven. Tot voor kort hield Defensie vol dat de militair zelf schuld droeg aan zijn dood, maar deze zomer kwam Voorhoeve terug op dit standpunt en kreeg Ovaa eerherstel. Spijkers was steeds nauw betrokken bij de slepende discussie tussen de weduwe en Defensie over de schuldvraag. De weduwe was ook op de zitting aanwezig.

Spijkers' raadsman en de als getuige opgeroepen internist De Loos, de specialist op het gebied van posttraumatische stress-stoornissen en martelingen die de maatschappelijk werker jarenlang behandelde, betoogden vooral dat hun cliënt moet worden gezien als een 'whistle-blower', door tegen de opvattingen van de Defensietop in te gaan, waarna de ambtelijke leiding hem heeft willen 'elimineren'. Spijkers zou hebben geweigerd de schuld voor het ongeluk bij Ovaa te leggen, iets wat hem naar eigen zeggen door de Defensietop wèl was opgedragen. De landsadvocaat ontkende dat gisteren met klem. Volgens internist De Loos is Spijkers jarenlang geestelijk mishandeld door ambtenaren van het ministerie en door de artsen van de geneeskundige dienst.

In de nasleep van de affaire-Ovaa zou Spijkers arbeidsongeschikt zijn geraakt, waarna ontslag is gevolgd. Spijkers verwijt het ministerie dat het psychiatrische rapporten over hem heeft vervalst en in zijn dossier onterecht melding heeft gemaakt van geestelijke afwijkingen om zo een ontslaggrond te hebben.

Namens het ministerie ontkende de landsadvocaat dat de zaak-Ovaa een rol heeft gespeeld bij dit ontslag. “Spijkers heeft deze kwestie aangegrepen om zijn eigen belangen te dienen”, aldus mr. De Groot. Ook sprak het ministerie tegen dat de hulpverlener geestesziek zou zijn verklaard om van een “lastige medewerker” af te komen. Volgens De Groot heeft de maatschappelijk werker zich met ruzies en acties in de richting van collega's onmogelijk gemaakt, waardoor geen enkel vertrouwen meer bestond in een mogelijke samenwerking.

Als voorbeeld haalde De Groot een kwestie uit 1987 aan. Spijkers zou hebben beweerd dat er afluisterapparatuur was bevestigd in de werkkamer van toenmalig minister Van Eekelen. Onderzoek bracht evenwel niets aan het licht. Ter zitting verklaarde Spijkers dat een andere medewerker hem de betreffende apparatuur had laten zien, waarop hij “zoals het hoort” de veiligheidsdienst had geïnformeerd.

Tijdens deze affaire is ook een ernstig meningsverschil ontstaan tussen Defensie en het Eerste-Kamerlid Glastra van Loon. Deze heeft met zijn collega-senator Vis in de kwestie bemiddeld en er enkele gesprekken over gevoerd met staatssecretaris Gmelich Meijling. Volgens Glastra van Loon heeft de staatssecretaris daarbij “ruiterlijk erkend” dat Defensie fouten heeft gemaakt. Tevens zou de staatssecretaris over een schadevergoeding van “zes tot acht ton” hebben gesproken en een royale tegemoetkoming in materiële kosten.

Volgens de landsadvocaat kan de staatssecretaris zich daar niets van herinneren. Glastra van Loon zei na afloop van de zitting tegen verslaggevers: “Ik zou in uw bijzijn graag even een minuut tegenover de heer Meijling zitten.” Hij beraadt zich nog op stappen. Het ministerie oordeelt dat een eerder getroffen ontslagregeling, waarbij het inkomen over een reeks van jaren zakt tot bijstandsniveau, meer dan toereikend is.

De uitspraak van de Centrale Raad van Beroep wordt half oktober verwacht.